<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:25:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7780</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/5160 WVG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006169&amp;artikel=2&amp;g=1998-06-26">Wet voorzieningen gehandicapten 2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006169&amp;artikel=3&amp;g=1998-06-26">Wet voorzieningen gehandicapten 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 1998/224</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780 Centrale Raad van Beroep , 26-06-1998 / 97/5160 WVG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kan de afwijzing van het verzoek om woningaanpassing de rechterlijke toets doorstaan?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7780:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/5160 WVG</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het College van Burgemeester en Wethouders van de</para>
      <para>gemeente Wijchen, appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is op bij het beroepschrift (met bijlagen)</para>
      <para>aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een door de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Arnhem gewezen uitspraak van 9</para>
      <para>april 1997, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde heeft mr J. van Zandbergen, werkzaam bij de</para>
      <para>Federatie van Ouderverenigingen te Utrecht, van verweer</para>
      <para>gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>15 mei 1998, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen</para>
      <para>door mr M. Vermeeren, werkzaam bij de gemeente Wijchen en drs</para>
      <para>W.J.M. Peters, werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse</para>
      <para>Gemeenten.</para>
      <para>Voor gedaagde zijn zijn moeder C. en J. van den Pol verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een meer uitvoerige beschrijving van de voor dit geding</para>
      <para>relevante feiten - daaronder begrepen hetgeen zijdens appellant</para>
      <para>in eerste aanleg is aangevoerd - en de toepasselijke</para>
      <para>regelgeving verwijst de Raad naar hetgeen daaromtrent in de</para>
      <para>rubrieken 2 en 3 van de aangevallen uitspraak is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit op bezwaar van 27 november 1995 heeft gedaagde</para>
      <para>zijn weigering gehandhaafd om gedaagde, die in een</para>
      <para>AWBZ-instelling verblijft, in het kader van de Wet</para>
      <para>voorzieningen gehandicapten (WVG) in aanmerking te brengen</para>
      <para>voor aanpassing van de door zijn moeder met haar partner</para>
      <para>bewoonde woning middels verbouw van een van de slaapkamers op</para>
      <para>de eerste etage tot doucheruimte, voorzien van een tweede</para>
      <para>toilet en wandbeugels. Die aanpassing is, aldus is van de</para>
      <para>zijde van gedaagde gesteld, noodzakelijk in verband met zijn</para>
      <para>verblijf in de weekenden, de feestdagen en vakanties in deze woning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het bestreden</para>
      <para>besluit vernietigd, omdat appellant ten onrechte geen</para>
      <para>toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule, als vervat</para>
      <para>in artikel 8.1, eerste lid, van de Verordening Voorzieningen</para>
      <para>Gehandicapten van de gemeente Wijchen (de Verordening). Daarin</para>
      <para>is bepaald dat appellant in bijzondere gevallen ten gunste van</para>
      <para>de gehandicapte of de woningeigenaar kan afwijken van de</para>
      <para>bepalingen in de Verordening, indien toepassing van de</para>
      <para>Verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar uit de door partijen in hoger beroep ingenomen</para>
      <para>standpunten blijkt is tussen hen niet in geschil dat, gelijk</para>
      <para>de rechtbank bij de aangevallen uitspraak heeft beslist,</para>
      <para>gedaagde aan het bepaalde in artikel 2.7 van de Verordening</para>
      <para>geen aanspraak kan ontlenen op de namens hem gevraagde en</para>
      <para>hiervoor reeds omschreven woningaanpassing. Uitsluitend is aan</para>
      <para>de Raad de vraag ter beantwoording of gezegd moet worden dat</para>
      <para>appellant niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft</para>
      <para>kunnen komen dan wel anderszins heeft gehandeld in strijd met</para>
      <para>een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen</para>
      <para>rechtsbeginsel door te weigeren met toepassing van</para>
      <para>vorenomschreven hardheidsclausule in de gevraagde</para>
      <para>woningaanpassing te voorzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die vraag beantwoordt de Raad, anders dan de rechtbank,</para>
      <para>ontkennend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aanvraag van gedaagde tot woningaanpassing is blijkens de</para>
      <para>gedingstukken erop gericht het mogelijk te maken dat hij in de</para>
      <para>tijd dat hij niet verblijft in het Epilepsiecentrum</para>
      <para>X. te Y., logeert bij zijn moeder en haar partner</para>
      <para>in de door hen bewoonde woning. Reeds hierom ziet de Raad het</para>
      <para>beroep van gedaagde op de hardheidsclausule niet slagen, nu,</para>
      <para>gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van de WVG, de</para>
      <para>zorgplicht ingevolge die wet met betrekking tot voorzieningen</para>
      <para>als de onderhavige niet voor gedaagde geldt en voorts in de</para>
      <para>Verordening geen bepalingen zijn aan te wijzen die</para>
      <para>verdergaande aanspraken op woningaanpassing bevatten dan die</para>
      <para>in het kader van het bezoekbaar maken van de woning in het</para>
      <para>vijfde, zesde en zevende lid van artikel 2.7 van de Verordening</para>
      <para>zijn omschreven. Gelet op de duidelijke bewoordingen van</para>
      <para>die bepalingen alsmede de daarbij behorende toelichting is het</para>
      <para>uitdrukkelijk de bedoeling geweest van het bestuur van de</para>
      <para>gemeente Wijchen om de voor gehandicapten als gedaagde te</para>
      <para>treffen woonvoorzieningen te beperken tot het bezoekbaar maken</para>
      <para>van de woning en niet om verdergaande aanpassingen ervan,</para>
      <para>bijvoorbeeld als in casu in verband met de wens om er te</para>
      <para>kunnen logeren, te regelen. Toepassing van de</para>
      <para>hardheidsclausule met als resultaat dat de woning op de</para>
      <para>mogelijkheid van logeren wordt aangepast, zou gedaagde in een</para>
      <para>positie brengen die gelet op evenbedoelde bewoordingen van de</para>
      <para>Verordening nu juist door de regelgever welbewust is uitgesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad voegt - strikt genomen ten overvloede - hieraan toe oog</para>
      <para>te hebben voor de betekenis van de gevraagde voorziening in</para>
      <para>relatie tot de wens van gedaagde om weekenden, feestdagen en</para>
      <para>(delen van) vakanties bij zijn moeder en haar partner door te</para>
      <para>brengen. Als sprake is van een groot maatschappelijk probleem</para>
      <para>dat gedaagde en anderen in soortgelijke omstandigheden treft,</para>
      <para>dan is het evenwel niet aan de rechter, maar aan de wetgever</para>
      <para>om hierin - zo mogelijk - te voorzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen</para>
      <para>uitspraak, voorzover aangevochten, voor vernietiging in</para>
      <para>aanmerking komt en dat het inleidend beroep in zoverre alsnog</para>
      <para>ongegrond moet worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan</para>
      <para>het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten;</para>
      <para>Veklaart het inleidend beroep in zoverre alsnog ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr M.I. 't Hooft als voorzitter en</para>
      <para>mr D.J. van der Vos en mr Th.M. Schelfhout als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van M. Nieuwenhuis als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 26 juni 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) M.I. 't Hooft.</para>
    <para />
    <para>(get.) M. Nieuwenhuis.</para>
    <para />
    <para>RH 2906</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>