<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:06:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7702</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/1887 AAW/WAO, 97/7747 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:17&amp;g=1998-06-05">Algemene wet bestuursrecht 6:17</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:19&amp;g=1998-06-05">Algemene wet bestuursrecht 6:19</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:56&amp;g=1998-06-05">Algemene wet bestuursrecht 8:56</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:79&amp;g=1998-06-05">Algemene wet bestuursrecht 8:79</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002170&amp;artikel=26&amp;g=1998-06-05">Beroepswet 26</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1998, 323</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702 Centrale Raad van Beroep , 05-06-1998 / 97/1887 AAW/WAO, 97/7747 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Stukken ten onrechte niet aan gemachtigde gezonden; ambtshalve toetsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7702:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>97/1887 AAW/WAO</para>
      <para>97/7747 AAW/WAO</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A., wonende te B., appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor Tabakverwerkende en Agrarische</para>
      <para>Bedrijven. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens</para>
      <para>verstaan het bestuur van die bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 april 1994 heeft gedaagde geweigerd aan</para>
      <para>appellant in aansluiting op de verstrekking van ziekengeld met</para>
      <para>ingang van 5 mei 1994 uitkeringen krachtens de Algemene</para>
      <para>Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen op de</para>
      <para>grond dat de mate van appellants arbeidsongeschiktheid per die</para>
      <para>datum minder dan 15% bedroeg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage heeft bij</para>
      <para>uitspraak van 5 november 1996 het tegen voormeld besluit</para>
      <para>ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en</para>
      <para>bepaald dat gedaagde een nieuw besluit neemt met inachtneming</para>
      <para>van hetgeen in die uitspraak is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr E.H. Campagne, advocaat te</para>
      <para>'s-Gravenhage, tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vanwege gedaagde is een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter uitvoering van de voormelde uitspraak van de rechtbank</para>
      <para>heeft gedaagde bij besluit van 22 augustus 1997 met ingang van</para>
      <para>5 mei 1994 aan appellant een uitkering krachtens de WAO</para>
      <para>toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid</para>
      <para>van 15 tot 25%. Voorts heeft gedaagde daarbij geweigerd aan</para>
      <para>appellant een uitkering krachtens de AAW toe te kennen op de</para>
      <para>grond dat de mate van appellants arbeidsongeschiktheid per die</para>
      <para>datum minder dan 25% bedroeg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de Raad heeft de griffier van de voormelde</para>
      <para>rechtbank de Raad een stuk doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting</para>
      <para>van de Raad, gehouden op 24 april 1998, waar partijen, met</para>
      <para>voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak d.d.</para>
      <para>5 november 1996 beslist op het door appellant ingestelde</para>
      <para>beroep tegen het besluit van gedaagde d.d. 11 april 1994. De</para>
      <para>rechtbank was in de aangevallen uitspraak van oordeel dat dit</para>
      <para>besluit op een medisch toereikende grondslag berustte.</para>
      <para>Aangezien gedaagde ten onrechte de zogenoemde</para>
      <para>uurloonvergelijking had toegepast, heeft de rechtbank dat</para>
      <para>besluit vernietigd en heeft zij bepaald dat gedaagde een nieuw</para>
      <para>besluit neemt met inachtneming van hetgeen zij in haar</para>
      <para>uitspraak heeft overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Die uitspraak is op 11 november 1996 naar partijen gezonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven d.d. 27 februari 1997, ingekomen bij de Raad op</para>
      <para>28 februari 1997, is namens appellant hoger beroep ingesteld</para>
      <para>tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroepschrift is niet ingediend binnen de in artikel</para>
      <para>6:7, in verbinding met artikel 6:9 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht (Awb), bedoelde termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten betoge dat de overschrijding van de hoger beroepstermijn</para>
      <para>door appellant verschoonbaar is te achten heeft appellant</para>
      <para>aangevoerd dat de aangevallen uitspraak hem niet tijdig heeft</para>
      <para>bereikt omdat die uitspraak is verzonden naar het oude adres</para>
      <para>van appellant, P.straat te C., terwijl hij</para>
      <para>inmiddels was verhuisd naar het adres Q.straat te B.</para>
      <para>Appellant heeft beroep ingesteld binnen zes weken</para>
      <para>nadat hem de aangevallen uitspraak alsnog op het juiste adres</para>
      <para>had bereikt en hij acht om deze reden het hoger beroep</para>
      <para>ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het punt dat partijen materieel verdeeld</para>
      <para>houdt is namens appellant betoogd dat de rechtbank ten</para>
      <para>onrechte heeft vastgesteld dat de gedaagde adviserende</para>
      <para>verzekeringsgeneeskundige ten aanzien van appellant de bij hem</para>
      <para>bestaande medische beperkingen voor het verrichten van arbeid</para>
      <para>niet heeft onderschat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het hoger beroep</para>
      <para>overweegt de Raad het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 7 april 1995 heeft Boekhoud-Bureau "Boutkan"</para>
      <para>B.V. te Kwintsheul de rechtbank om informatie gevraagd omtrent</para>
      <para>de stand van zaken in de procedure van appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar brief d.d. 27 april 1995 heeft de rechtbank vervolgens</para>
      <para>aan Boekhoud-Bureau "Boutkan" B.V. verzocht haar te berichten</para>
      <para>of het als gemachtigde van appellant optreedt in de bij haar</para>
      <para>aanhangige beroepszaak en, indien dit het geval is, een</para>
      <para>machtiging over te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarop heeft appellant een door hem ondertekende machtiging</para>
      <para>d.d. 12 mei 1995 overgelegd, waarin het genoemde</para>
      <para>boekhoudbureau kennelijk in algemene zin wordt gemachtigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken dat deze machtiging door appellant met</para>
      <para>betrekking tot de gedingvoering in eerste aanleg is herroepen,</para>
      <para>noch dat de bedoelde gemachtigde zich nadien als gemachtigde</para>
      <para>onttrokken heeft of dat er omstandigheden zijn op grond</para>
      <para>waarvan redelijkerwijze aangenomen moet worden dat deze</para>
      <para>gemachtigde op de juistgenoemde datum niet meer als zodanig</para>
      <para>kon worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niettemin heeft de rechtbank een afschrift van de aangevallen</para>
      <para>uitspraak naar appellant en niet naar die gemachtigde</para>
      <para>gezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dusdoende heeft de rechtbank in strijd gehandeld met het</para>
      <para>bepaalde in artikel 6:17 in verbinding met artikel 8:79 van de</para>
      <para>Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het voorgaande moet worden geoordeeld dat</para>
      <para>niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van appellant</para>
      <para>wegens het niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift</para>
      <para>achterwege dient blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het besluit van 22 augustus 1997 komt niet geheel tegemoet aan</para>
      <para>het beroep van appellant dat hij heeft ingesteld tegen het</para>
      <para>besluit van gedaagde van 11 april 1994. De Raad zal het beroep</para>
      <para>van appellant tegen laatstgenoemd besluit dan ook gericht</para>
      <para>achten tegen gedaagdes besluit van 22 augustus 1997.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant zijn uitsluitend bezwaren van materiële aard</para>
      <para>naar voren gebracht tegen de bestreden besluiten en de</para>
      <para>aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt echter ambtshalve vast dat zijdens de rechtbank</para>
      <para>in strijd met het bepaalde in artikel 6:17 van de Awb</para>
      <para>verzoeken gericht aan appellant d.dis 11 augustus en 5</para>
      <para>september 1995 om inlichtingen te verschaffen niet aan zijn in</para>
      <para>de gedingvoering in eerste aanleg optredende gemachtigde zijn</para>
      <para>gezonden. Evenmin is de in artikel 8:56 van de Awb</para>
      <para>voorgeschreven uitnodiging voor de zitting van de rechtbank</para>
      <para>d.d. 30 oktober 1996 aan de voornoemde gemachtigde gestuurd.</para>
      <para>Appellant noch die gemachtigde is ter zitting van de rechtbank</para>
      <para>op 30 oktober 1996 verschenen, alwaar gedaagde zich, daartoe</para>
      <para>ambtshalve door de rechtbank opgeroepen, bij een gemachtigde</para>
      <para>heeft doen vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het zojuist overwogene kan de aangevallen uitspraak</para>
      <para>wegens schending door de rechtbank van artikel 6:17, in</para>
      <para>verbinding met de artikelen 8:28, 8:39 en 8:56 van de Awb niet</para>
      <para>in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad zal de zaak, en het beroep dat appellant geacht wordt</para>
      <para>ingesteld te hebben tegen het besluit van gedaagde van 22</para>
      <para>augustus 1997, met toepassing van artikel 26, eerste lid,</para>
      <para>onder b, van de Beroepswet terugwijzen naar de rechtbank</para>
      <para>respectievelijk onder toepassing van artikel 6:19, derde lid,</para>
      <para>van de Awb naar de rechtbank verwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van</para>
      <para>de Awb gedaagde te veroordelen in de proceskosten van</para>
      <para>appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op</para>
      <para>f 710,- voor verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsmede op het bepaalde</para>
      <para>in artikel 25, eerste lid, van de Beroepswet stelt de Raad</para>
      <para>vast dat het door appellant in hoger beroep gestorte</para>
      <para>griffierecht door gedaagde dient te worden vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak behoudens voorzover</para>
      <para>daarbij is bepaald dat gedaagde het door appellant gestorte</para>
      <para>griffierecht vergoedt;</para>
      <para>Wijst de zaak in hoger beroep terug naar de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage;</para>
      <para>Verwijst het beroep dat appellant geacht moet worden te hebben</para>
      <para>ingesteld tegen het besluit d.d. 22 augustus 1997, naar de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant in hoger</para>
      <para>beroep tot een bedrag groot f 710,-;</para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde aan appellant het gestorte recht van</para>
      <para>f 150,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr H. van Leeuwen als voorzitter en mr H.C.</para>
      <para>Cusell en mr T. Hoogenboom als leden, in tegenwoordigheid van</para>
      <para>T.W.J.M. Weijers als griffier en uitgesproken in het openbaar</para>
      <para>op 5 juni 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) H. van Leeuwen.</para>
    <para />
    <para>(get.) T.W.J.M. Weijers.</para>
    <para />
    <para>LK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>