<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-13T08:06:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7689</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/2595 BPW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:88&amp;g=1998-06-18">Algemene wet bestuursrecht 8:88</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:84&amp;g=1998-06-18">Algemene wet bestuursrecht 8:84</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:81&amp;g=1998-06-18">Algemene wet bestuursrecht 8:81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002032&amp;g=1998-06-18">Wet buitengewoon pensioen 1940-1945</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-13T08:03:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689 Centrale Raad van Beroep , 18-06-1998 / 98/2595 BPW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Van een uitspraak op een verzoek voor een voorlopige voorziening is geen herziening mogelijk. Voor de Raad lijdt het geen twijfel dat het in artikel 8:88 Awb bepaalde, gelet op de duidelijke bewoordingen van dit voorschrift, alleen van toepassing kan zijn op een uitspraak van de Raad in de zin van artikel 8:77 Awb dan wel op een uitspraak van de President als bedoeld in artikel 8:86.1 Awb. Uitspraak waarvan herziening gevraagd is 97/11547 BPW-VV, d.d. 5-2-1998. Zie ook ABRS F01.97.0373/P01, dd 10-6-1998 [NA 98/373]. De Afdeling verklaart een dergelijk verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>E N K E L V O U D I G E  K A M E R</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>98/2595 BPW</para>
  <para />
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>A., wonende te B., verzoeker,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>de Raadskamer WBP van de Pensioen- en Uitkeringsraad,</para>
    <para>verweerster.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij een op 5 februari 1998 tussen partijen onder nummer</para>
    <para>97/11547 BPW-VV gegeven uitspraak van 's Raads President is</para>
    <para>wegens het ontbreken van een spoedeisend belang afgewezen de</para>
    <para>vordering van verzoeker om verweerster met toepassing van</para>
    <para>artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)</para>
    <para>te gelasten om aan hem onverwijld een bedrag ad f 2.177,19 te</para>
    <para>restitueren, welk bedrag volgens verzoeker bij een in november</para>
    <para>1997 verzonden berekeningsbeschikking van verweerster</para>
    <para>onaangekondigd is ingehouden op zijn pensioen ingevolge de Wet</para>
    <para>buitengewoon pensioen 1940-1945.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij brief d.d. 27 februari 1998 (met bijlagen) heeft verzoeker</para>
    <para>aan de Raad primair verzocht terug te komen van vorengenoemde</para>
    <para>uitspraak van de President. Subsidiair heeft verzoeker aan de</para>
    <para>Raad gevraagd om het verzoekschrift, indien aan het primaire</para>
    <para>verzoek niet kan worden voldaan, toe te voegen aan zijn</para>
    <para>bezwaarschrift d.d. 18 november 1997.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Namens verweerster is een verweerschrift ingediend.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met instemming van partijen heeft de Raad met toepassing van</para>
    <para>artikel 8:57 van de Awb het onderzoek ter zitting achterwege</para>
    <para>gelaten.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad zal in dit geding in de eerste plaats hebben na te</para>
    <para>gaan of hij bevoegd is kennis te nemen van het verzoek om</para>
    <para>terug te komen van de uitspraak van de President d.d. 5</para>
    <para>februari 1998, welk verzoek de Raad opvat als een verzoek om</para>
    <para>ten aanzien van die uitspraak toepassing te geven aan artikel</para>
    <para>8:88 van de Awb.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Dienaangaande overweegt hij als volgt.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Beroepswet in</para>
    <para>verbinding met artikel 8:88 van de Awb kan, op verzoek van een</para>
    <para>partij, worden herzien: een onherroepelijk geworden uitspraak</para>
    <para>van de Raad.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Voor de Raad lijdt het geen twijfel dat het in artikel 8:88</para>
    <para>van de Awb bepaalde, gelet op de duidelijke bewoordingen van</para>
    <para>dit voorschrift, alleen van toepassing kan zijn op een</para>
    <para>uitspraak van de Raad in de zin van artikel 8:77 van de Awb</para>
    <para>dan wel op een uitspraak van de President als bedoeld in</para>
    <para>artikel 8:86, eerste lid, van de Awb, en geen betrekking kan</para>
    <para>hebben op een uitspraak van de President, welke met toepassing</para>
    <para>van artikel 8:84 van de Awb is gegeven in het kader van een</para>
    <para>verzoek om een voorlopige voorziening ingevolge artikel 8:81</para>
    <para>van de Awb.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad stelt voorts vast dat de uitspraak van de President</para>
    <para>d.d. 5 februari 1998, waarvan thans herziening is gevraagd,</para>
    <para>tot stand is gekomen met toepassing van artikel 8:81, eerste</para>
    <para>lid, in verbinding met artikel 8:84, tweede lid, van de Awb.</para>
    <para>Ten aanzien van een dergelijke uitspraak kan, naar hiervoren</para>
    <para>al is overwogen, niet het bijzondere rechtsmiddel van</para>
    <para>herziening in de zin van artikel 8:88 van de Awb worden</para>
    <para>ingeroepen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de Raad zich niet</para>
    <para>bevoegd acht om kennis te nemen van het verzoek om de</para>
    <para>uitspraak van de President d.d. 5 februari 1998 onder nummer</para>
    <para>97/11547 BPW-VV met toepassing van artikel 8:88 van de Awb te</para>
    <para>herzien.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aan het bij het verzoekschrift subsidiair gevraagde is vanwege</para>
    <para>'s Raads griffie reeds voldaan bij brief aan verweerster d.d.</para>
    <para>10 april 1998.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing</para>
    <para>te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Beslist wordt als volgt.</para>
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om</para>
    <para>herziening.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door mr J.G. Treffers, in tegenwoordigheid van</para>
    <para>mr D. Verduijn, en uitgesproken in het openbaar op</para>
    <para>18 juni 1998.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>(get.) J.G. Treffers.</para>
  <para />
  <para />
  <para>(get.) D. Verduijn.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>HD</para>
    <para>11.06</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>