<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T17:34:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7640</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/11687 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:15&amp;g=1998-05-28">Algemene wet bestuursrecht 6:15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 1998/132</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640 Centrale Raad van Beroep , 28-05-1998 / 96/11687 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Doorzending beroepschrift als bezwaarschrift, zelfstandig schadebesluit, bevoegdheid bestuursorgaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7640:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>96/11687 AW                                     Q</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A., thans wonende te B., appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de burgemeester van de gemeente Zoetermeer, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft op bij beroepschrift aangevoerde gronden</para>
      <para>hoger beroep ingesteld tegen de door de</para>
      <para>Arondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 27 november</para>
      <para>1996 onder nr. AWB 95/10409 AW gegeven uitspraak,</para>
      <para>waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van 23 april 1998,</para>
      <para>waar appellante is verschenen bij haar gemachtigde</para>
      <para>F.Th.M. Pannekeet, zelfstandig ondernemer te Weert, en</para>
      <para>waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door</para>
      <para>J.A.H.A. van de Leijgraaf, werkzaam bij de gemeente</para>
      <para>Zoetermeer, en J. Finklenberg, werkzaam bij de</para>
      <para>politieregio Haaglanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een uitgebreidere weergave van de voor dit geding</para>
      <para>van belang zijnde feiten verwijst de Raad naar de</para>
      <para>aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het</para>
      <para>volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is op 1 juni 1988 wegens blijvende</para>
      <para>ongeschiktheid uit hoofde van ziekten of gebreken</para>
      <para>ontslagen als hoofdagente van de toenmalige</para>
      <para>gemeentepolitie van Zoetermeer. Met ingang van genoemde</para>
      <para>datum is zij part-time een andere betrekking gaan</para>
      <para>vervullen. Vanaf 1 september 1988 is zij als zelfstandige</para>
      <para>werkzaam geweest. Op 15 juli 1990 is zij naar België</para>
      <para>verhuisd. Per 1 mei 1991 is zij weer in loondienst gaan</para>
      <para>werken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedurende enige tijd heeft appellante, die herplaatsbaar</para>
      <para>was verklaard als bedoeld in artikel K2 van de Algemene</para>
      <para>burgerlijke pensioenwet, een herplaatsingstoelage op</para>
      <para>grond van artikel K6 van die wet ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op een verzoek van appellante van 6 januari 1992 om haar</para>
      <para>met terugwerkende kracht over de periode van 1 september</para>
      <para>1988 tot en met 30 april 1991 een herplaatsingswachtgeld</para>
      <para>als bedoeld in artikel K7 van de Algemene burgerlijke</para>
      <para>pensioenwet toe te kennen, heeft gedaagde afwijzend</para>
      <para>beslist bij besluit van 18 februari 1992.</para>
      <para>Naar aanleiding van een nader verzoek van appellante</para>
      <para>medio 1994 om haar alsnog over de periode van 15 juli</para>
      <para>1990 tot en met 30 april 1991 een herplaatsingswachtgeld</para>
      <para>toe te kennen, heeft gedaagde bij primair besluit van 8</para>
      <para>juli 1994 geweigerd van de eerdere afwijzingsbeslissing</para>
      <para>terug te komen. Appellante heeft tegen dat besluit een</para>
      <para>beroepschrift ingediend bij de rechtbank, welk geschrift</para>
      <para>aan gedaagde is doorgezonden om te worden behandeld als</para>
      <para>bezwaarschrift. Bij het thans in geding zijnde besluit</para>
      <para>van 3 oktober 1995 is het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para>Tevens is daarbij een verzoek van appellante om</para>
      <para>schadevergoeding ter grootte van f 1.000.000,00 wegens</para>
      <para>beweerdelijk aan haar door de gemeente toegebracht</para>
      <para>lichamelijk en geestelijk leed afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante</para>
      <para>tegen gedaagdes besluit van 3 oktober 1995 ongegrond</para>
      <para>verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van het door appellante tegen die</para>
      <para>uitspraak ingestelde hoger beroep overweegt de Raad het</para>
      <para>volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft terecht vooropgesteld dat hier aan de</para>
      <para>orde is een weigering van gedaagde terug te komen van een</para>
      <para>eerder rechtens onaantastbaar geworden besluit. Eveneens</para>
      <para>terecht heeft zij overwogen dat een dergelijke weigering</para>
      <para>volgens vaste rechtspraak door de rechter slechts</para>
      <para>terughoudend kan worden getoetst. Volgens bedoelde</para>
      <para>rechtspraak ligt het op de weg van de betrokkene feiten</para>
      <para>of omstandigheden aan te dragen die bij de eerdere</para>
      <para>besluitvorming geen rol hebben gespeeld en evenmin</para>
      <para>destijds als beroepsgrond naar voren hadden kunnen worden</para>
      <para>gebracht dan wel de evidente onjuistheid van dat besluit</para>
      <para>aan te tonen. Appellante is daarin, ook naar het oordeel</para>
      <para>van de Raad, niet geslaagd. Hij verenigt zich met - en</para>
      <para>verwijst naar - hetgeen de rechtbank daartoe, ook met</para>
      <para>betrekking tot de toepassing van de voorwaarden van het</para>
      <para>Rijkswachtgeldbesluit 1959, in de aangevallen uitspraak</para>
      <para>heeft overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak komt derhalve in zoverre voor</para>
      <para>bevestiging in aanmerking. Dat geldt ook voor de</para>
      <para>beslissing van de rechtbank tot afwijzing van het verzoek</para>
      <para>om vergoeding van schade die zou voortvloeien uit het</para>
      <para>door appellante bestreden maar, blijkens het</para>
      <para>bovenoverwogene, in zoverre rechtens houdbare besluit van</para>
      <para>3 oktober 1995.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het destijds door appellante gedane verzoek om</para>
      <para>schadevergoeding was niet enkel - en zelfs niet</para>
      <para>primair - gericht op schade als gevolg van de door</para>
      <para>appellante bestreden weigering van</para>
      <para>herplaatsingswachtgeld. Zoals ook door de commissie</para>
      <para>Behandeling Bezwaar- en Beroepschriften van de gemeente</para>
      <para>Zoetermeer duidelijk aan gedaagde is gerapporteerd,</para>
      <para>bevatte het verzoek van appellante tevens een zelfstandig</para>
      <para>verzoek om vergoeding van schade als boven is aangeduid.</para>
      <para>Anders dan aan gedaagde was geadviseerd, heeft gedaagde</para>
      <para>bij de beslissing van 3 oktober 1995 het bezwaar</para>
      <para>betreffende de schadevergoeding wel ontvankelijk geacht,</para>
      <para>maar dat afgewezen op de inhoudelijke grond "dat de</para>
      <para>gemeente Zoetermeer (haar) op geen enkele wijze schade</para>
      <para>heeft berokkend".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad moet vaststellen dat deze afwijzende beslissing</para>
      <para>het eerste besluit is naar aanleiding van het</para>
      <para>(zelfstandige) verzoek om schadevergoeding. Tegen een</para>
      <para>dergelijk primair besluit dient, alvorens daartegen</para>
      <para>beroep kan worden ingesteld, bezwaar te worden gemaakt</para>
      <para>bij het bestuursorgaan dat dat besluit genomen heeft. De</para>
      <para>rechtbank had het beroep in zoverre niet in behandeling</para>
      <para>behoren te nemen en had het beroepschrift, voor zover het</para>
      <para>zich richt tegen de afwijzing van het verzoek om</para>
      <para>schadevergoeding, ter behandeling als bezwaarschrift naar</para>
      <para>gedaagde moeten doorzenden. De Raad merkt in dit verband</para>
      <para>op dat hij - anders dan ten aanzien van vergelijkbare</para>
      <para>besluiten genomen onder de vigeur van de Ambtenarenwet</para>
      <para>1929 en de (oude) gemeentewet - in een geding als het</para>
      <para>onderhavige waarin een bijzonder voorschrift betreffende</para>
      <para>de (bevoegdheid tot) toekenning van schadevergoeding</para>
      <para>ontbreekt, gedaagde, die in de van belang zijnde periode</para>
      <para>in aangelegenheden betreffende aanstelling, ontslag en</para>
      <para>andere belangrijke onderdelen van de rechtspositie van</para>
      <para>appellante het bevoegde bestuursorgaan was, bevoegd acht</para>
      <para>om op een verzoek om vergoeding van (beweerdelijk) aan</para>
      <para>dat bestuursorgaan toe te rekenen (beweerdelijk geleden)</para>
      <para>schade te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad gaat ervan uit dat gedaagde het beroepschrift van</para>
      <para>appellante nu alsnog als - tijdig ingediend -</para>
      <para>bezwaarschrift in behandeling zal nemen voor zover het</para>
      <para>bezwaar van appellante is gericht op de weigering om haar</para>
      <para>(beweerdelijk geleden) schade te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter voorlichting aan appellante merkt de Raad op dat met</para>
      <para>deze uitspraak van de Raad nog geen beslissing is gegeven</para>
      <para>over de (on)juistheid van die weigering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen sprake is van voor vergoeding krachtens het</para>
      <para>Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking komende</para>
      <para>proceskosten, ziet de Raad, tot slot, geen aanleiding om</para>
      <para>toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van</para>
      <para>de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mede gelet op artikel 28 van de Beroepswet wordt derhalve</para>
      <para>als volgt beslist:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Recht doende:</para>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij</para>
      <para>appellantes beroep tegen de weigering van</para>
      <para>herplaatsingswachtgeld ongegrond is verklaard;</para>
      <para>Bevestigt eveneens de aangevallen uitspraak voor zover</para>
      <para>daarbij appellantes verzoek om veroordeling tot</para>
      <para>vergoeding van met die weigering verband houdende schade</para>
      <para>is afgewezen;</para>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak voor het overige;</para>
      <para>Verklaart appellante alnog niet-ontvankelijk in haar</para>
      <para>beroep tegen de weigering van gedaagde om haar een</para>
      <para>schadevergoeding toe te kennen;</para>
      <para>Bepaalt dat de gemeente Zoetermeer het door appellante in</para>
      <para>hoger beroep betaalde griffierecht van f 150,-- aan haar</para>
      <para>vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter,</para>
      <para>en mr H.R. Geerling-Brouwer en mr P.J. Stolk als leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 28 mei 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para />
    <para>(get.) P.H. Schippers.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>11.05</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>