<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:13:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7575</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/11317 AAWAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1998, 115</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575 Centrale Raad van Beroep , 08-01-1998 / 96/11317 AAWAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>96/11317 AAWAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>Flex-O-Therm B.V., gevestigd te Hengelo (Gld), appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen  (hierna: Lisv)</para>
      <para>in de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het</para>
      <para>onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging. In deze uitspraak wordt</para>
      <para>onder gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>Bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is op bij beroepschrift van 2 december 1996</para>
      <para>- ingediend door mr P.J. Eshuis, advocaat te Doetinchem -</para>
      <para>aangevoerde gronden bij de Raad in hoger beroep gekomen van</para>
      <para>een door de Arrondissementsrechtbank te Zutphen onder</para>
      <para>dagtekening 5 november 1996 tussen partijen gewezen uitspraak,</para>
      <para>waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door gedaagde is bij schrijven van 5 mei 1997 van verweer</para>
      <para>gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>27 november 1997, waar appellante zich heeft doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door haar directeur ing. G.J. Jacobs</para>
      <para>(hierna: Jacobs). Gedaagde heeft zich bij die gelegenheid doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr E.B. Knollema, werkzaam bij Gak</para>
      <para>Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Jacobs dreef oorspronkelijk een eenmanszaak onder de naam</para>
      <para>Flex-O-Therm. Begin 1993 was de financiële positie van de</para>
      <para>eenmanszaak dermate slecht dat voor het totale personeel -</para>
      <para>tien werknemers - ontslagvergunningen werden aangevraagd en</para>
      <para>verkregen.</para>
      <para>Per 1 juli 1993 is operationeel geworden Flex-O-Therm B.V. in</para>
      <para>oprichting, welke vennootschap uiteindelijk perfect is</para>
      <para>geworden op 21 september 1993 met als oprichter de zoon van</para>
      <para>Jacobs. Jacobs werd zelf benoemd tot directeur. De B.V. i.o</para>
      <para>heeft een gedeelte van de activiteiten van de eenmanszaak</para>
      <para>voortgezet.</para>
      <para>Per 1 juli 1993 zijn voor Flex-O-Therm B.V. i.o. twee</para>
      <para>werknemers, die reeds in dienst waren bij de eenmanszaak, gaan</para>
      <para>werken, waaronder de gedeeltelijke arbeidsongeschikte</para>
      <para>werknemer H.M. van Embden (hierna: Van Embden). Van Embden was</para>
      <para>sedert 1 januari 1988 in dienst geweest van de eenmanszaak,</para>
      <para>welk dienstverband, na de verkregen ontslagvergunning, was</para>
      <para>opgezegd per 1 augustus 1993.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van appellantes aanvraag daartoe heeft</para>
      <para>gedaagde bij beslissing van 22 december 1993 besloten aan</para>
      <para>appellante geen bonusuitkering als bedoeld in het toenmalige</para>
      <para>artikel 59c van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (hierna:</para>
      <para>AAW) toe te kennen, aangezien, gelet op bovengenoemde</para>
      <para>omstandigheden, appellante per 1 juli 1993 geen (nieuwe)</para>
      <para>dienstbetrekking met een arbeidsongeschikte</para>
      <para>uitkeringsgerechtigde was aangegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hangende het beroep in eerste aanleg heeft gedaagde de aan</para>
      <para>zijn beslissing ten grondslag gelegde motivering aangevuld met</para>
      <para>het argument dat er sprake is van een overgang van onderneming</para>
      <para>in de zin van het toenmalige artikel 1639aa van het Burgerlijk</para>
      <para>Wetboek, nu de B.V. (i.o.) een deel van de activiteiten van de</para>
      <para>eenmanszaak heeft voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft zich verenigd met laatstgenoemde</para>
      <para>argumentatie, en derhalve geconcludeerd dat er geen sprake is</para>
      <para>van het aangaan van een dienstbetrekking als bedoeld in</para>
      <para>artikel 59c van de AAW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de rechtbank en gedaagde is de Raad van oordeel dat er in</para>
      <para>casu sprake is van een overgang van een onderneming.</para>
      <para>Genoegzaam blijkt uit de gedingstukken - en Jacobs heeft zulks</para>
      <para>ter zitting van de Raad nog eens bevestigd - dat de</para>
      <para>vennootschap de activiteiten van de eenmanszaak gedeeltelijk</para>
      <para>heeft voortgezet. Aangezien derhalve alle rechten en plichten,</para>
      <para>welke voor Jacobs als eigenaar van de eenmanszaak</para>
      <para>voortvloeiden uit de arbeidsovereenkomst tussen hem en Van</para>
      <para>Embden per 1 juli 1993 van rechtswege zijn overgegaan op</para>
      <para>Flex-O-Therm B.V. (i.o.), is er in zoverre geen sprake van het</para>
      <para>aangaan van een (nieuwe) dienstbetrekking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In casu doet zich echter de bijzondere situatie voor dat aan</para>
      <para>de eenmanszaak Jacobs reeds een ontslagvergunning voor Van</para>
      <para>Embden was verstrekt, van welke vergunning ook gebruik was</para>
      <para>gemaakt door de dienstbetrekking per 1 augustus 1993 op te</para>
      <para>zeggen. In beginsel zou derhalve ook het dienstverband tussen</para>
      <para>appellante en Van Embden per die datum beëindigd zijn.</para>
      <para>Appellante heeft echter besloten de reeds gedane opzegging</para>
      <para>niet te effectueren en het dienstverband met Van Embden per 1</para>
      <para>augustus 1993 voort te zetten. Ter zitting van de Raad heeft</para>
      <para>Jacobs verklaard dat daartoe onder meer besloten is vanwege de</para>
      <para>moeilijke positie van Van Embden op de arbeidsmarkt als</para>
      <para>oudere, gedeeltelijk arbeidsongeschikte, werknemer.</para>
      <para>De Raad is van oordeel dat, mede gelet op de ratio van de</para>
      <para>bonusregeling om de deelname van gedeeltelijk</para>
      <para>arbeidsongeschikte werknemers aan het arbeidsproces te</para>
      <para>bevorderen, het besluit van appellante om de reeds gedane</para>
      <para>opzegging alsnog in te trekken, beschouwd dient te worden als</para>
      <para>het aangaan van een dienstbetrekking in de zin van artikel 59c</para>
      <para>van de AAW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bestreden beslissing en de aangevallen uitspraak kunnen</para>
      <para>derhalve niet in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet aanleiding om gedaagde te veroordelen in de</para>
      <para>proceskosten van appellante ten bedrage van f 1.775,-- voor</para>
      <para>kosten van rechtsbijstand en ten bedrage van f 10,50 voor</para>
      <para>reiskosten in eerste aanleg en ten bedrage van f 710,-- voor</para>
      <para>kosten van rechtsbijstand en ten bedrage van f 66,50 voor</para>
      <para>reiskosten in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande betekent tevens dat gedaagde het door</para>
      <para>appellante in eerste aanleg en in hoger beroep gestorte</para>
      <para>griffierecht dient te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Derhalve dient als volgt te worden beslist.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak en de bestreden</para>
      <para>beslissing;</para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit zal nemen op</para>
      <para>appellantes aanvraag om een bonusuitkering;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante ten</para>
      <para>bedrage van in totaal f 2.562,--;</para>
      <para>Gelast dat gedaagde aan appellante het griffierecht ten</para>
      <para>bedrage van f 1.000,-- in totaal vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter en</para>
      <para>mr G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en mr L.J.A. Damen als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr L.H. Vogt als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 8 januari 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) L.H. Vogt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>901</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>