<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:02:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7569</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AN5600</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AOW 93/82</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWO:2002:AE6453" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/terugverwijzing" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Terugverwijzing naar: ECLI:NL:RBZWO:2002:AE6453</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:7&amp;g=1998-02-06">Algemene wet bestuursrecht 6:7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:11&amp;g=1998-02-06">Algemene wet bestuursrecht 6:11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002170&amp;artikel=94 (oud)&amp;g=1998-02-06">Beroepswet 94 (oud)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002170&amp;artikel=148 (oud)&amp;g=1998-02-06">Beroepswet 148 (oud)</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1998, 169</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1998/355 met annotatie van M.W.C. FETERIS</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569 Centrale Raad van Beroep , 06-02-1998 / AOW 93/82</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In een geval als het onderhavige, waarin de rechtzoekende de Nederlandse taal in het geheel niet begrijpt en hij evenmin is voorzien van de bijstand van iemand die die taal wel beheerst, vloeit uit het in artikel 6 van het EVRM gegarandeerde recht op een eerlijk proces voort dat voor de beoordeling van de tijdigheid van het hoger beroep niet moet worden uitgegaan van de verzenddatum van de aangevallen uitspraak, maar van de verzenddatum van de vertaling van die uitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>AOW 1993/82</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de erfgenamen van A., overleden op 16 september 1995,</para>
      <para>laatstelijk gewoond hebbende te B. (Turkije), eisers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Sociale Verzekeringsbank, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij voor beroep vatbare beslissing van 9 april 1992 heeft</para>
      <para>gedaagde aan A. (hierna: A.) met ingang van 1 mei</para>
      <para>1992 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet</para>
      <para>(AOW) toegekend. Gedaagde heeft aan A. tevens een toeslag</para>
      <para>ingevolge die wet toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft het door A.</para>
      <para>tegen die beslissing ingestelde beroep bij uitspraak van 4</para>
      <para>maart 1993 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij heeft</para>
      <para>de Raad verschillende brieven (met bijlagen) toegezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is door de president van de Raad bij</para>
      <para>beschikking van 3 februari 1995 met toepassing van de</para>
      <para>artikelen 94 en 148 van de Beroepswet (oud) niet-ontvankelijk</para>
      <para>verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het door A. tegen deze beschikking gedane</para>
      <para>verzet gegrond bevonden. De Raad heeft daartoe overwogen dat</para>
      <para>in een geval als het onderhavige, waarin de rechtzoekende de</para>
      <para>Nederlandse taal in het geheel niet begrijpt en hij evenmin is</para>
      <para>voorzien van de bijstand van iemand die die taal wel beheerst,</para>
      <para>uit het in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming</para>
      <para>van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden</para>
      <para>gegarandeerde recht op een eerlijk proces voortvloeit dat voor</para>
      <para>de beoordeling van de tijdigheid van het hoger beroep niet</para>
      <para>moet worden uitgegaan van de verzenddatum van de aangevallen</para>
      <para>uitspraak, maar van de verzenddatum van de vertaling van die</para>
      <para>uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 15 november 1996 heeft gedaagde een korte</para>
      <para>uiteenzetting over de zaak gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het beroep ter terechtzitting is met</para>
      <para>schriftelijke toestemming van partijen achterwege gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 januari 1994 is de Algemene wet bestuursrecht</para>
      <para>(Awb) in werking getreden en de Beroepswet gewijzigd. De in</para>
      <para>dit kader gegeven wettelijke regels van overgangsrecht brengen</para>
      <para>echter mee dat op het onderhavige hoger beroep moet worden</para>
      <para>beslist met toepassing van het procesrecht zoals dat luidde</para>
      <para>vóór 1 januari 1994, behoudens wat betreft de mogelijkheid van</para>
      <para>vergoeding van proceskosten als geregeld in artikel 8:75 van</para>
      <para>de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. genoot een remigratie-uitkering van f 930,- netto per</para>
      <para>maand ingevolge de Experimentele Remigratieregeling 1985. Met</para>
      <para>ingang van 1 mei 1992 heeft gedaagde aan A. een</para>
      <para>ouderdomspensioen en een toeslag ingevolge de AOW toegekend</para>
      <para>tot een totaalbedrag van f 759,42 per maand. In verband</para>
      <para>hiermee is de remigratie-uitkering nader vastgesteld op</para>
      <para>f 930,- - f 759,42 = f 170,58 netto per maand. De</para>
      <para>AOW-uitkering werd via een andere bank uitbetaald dan de</para>
      <para>remigratie-uitkering, maar in totaal bleef A. f 930,- netto</para>
      <para>per maand ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat gedaagde het</para>
      <para>ouderdomspensioen van A. met juistheid heeft vastgesteld.</para>
      <para>De rechtbank heeft voorts ten overvloede overwogen dat niet is</para>
      <para>gebleken dat gedaagde de hoogte van de aan A. toegekende</para>
      <para>toeslag ingevolge de AOW onjuist heeft vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens zijn beroepschrift betwist A. in hoger beroep niet</para>
      <para>langer de juistheid van het bedrag van zijn uitkering. Hij</para>
      <para>heeft slechts aangevoerd dat hij, mede in verband met hoge</para>
      <para>ziektekosten, van een bedrag van f 930,- per maand niet kan</para>
      <para>rondkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad merkt in dit verband op dat het feit dat een</para>
      <para>verzekerde niet van zijn uitkering kan rondkomen geen grond</para>
      <para>vormt om hem een hogere uitkering toe te kennen dan waarop hij</para>
      <para>volgens de wettelijke regels aanspraak heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het door A. ingestelde hoger beroep treft derhalve geen</para>
      <para>doel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75</para>
      <para>van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr J. Janssen als voorzitter en mr H. Bolt</para>
      <para>en mr J.W. Schuttel als leden, in tegenwoordigheid van</para>
      <para>mr M.M. van Maurik als griffier en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar op 6 februari 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) J. Janssen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.M. van Maurik.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>LK</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>