<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T17:33:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7439</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/7622 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1998, 148 met annotatie van H.Ph.J.A.M. Hennekens</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 1998/62 met annotatie van P.L. de Vos</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:52:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439 Centrale Raad van Beroep , 22-01-1998 / 96/7622 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afbakening dienstvak/dienstonderdeel. Of een bepaald organisatieonderdeel als een voldoende zelfstandig onderdeel kan worden beschouwd dat moet worden onderscheiden van andere onderdelen, moet aan de hand van de omstandigheden worden bepaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>96/7622 AW                                  O</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[A. te B.],</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het dagelijks bestuur van het Centrum voor Muziek en</para>
      <para>Dans Midden-Langstraat, gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante is op bij aanvullend beroepschrift</para>
      <para>(met bijlagen) aangevoerde gronden hoger beroep</para>
      <para>ingesteld tegen de door de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Breda op 5 juli 1996 onder nr. 94/3271 AW V gegeven</para>
      <para>uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. Bij</para>
      <para>brief van 24 november 1997 zijn namens gedaagde nadere</para>
      <para>stukken aan de Raad gezonden. Van de zijde van</para>
      <para>appellante zijn tevens nadere stukken ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van 11 december</para>
      <para>1997, waar appellante in persoon is verschenen,</para>
      <para>bijgestaan door mr D. Wolfs, medewerkster van de</para>
      <para>Nederlandse toonkunstenaarsbond, en waar gedaagde zich</para>
      <para>heeft laten vertegenwoordigen door mr M.J.M.</para>
      <para>Schoonhoven, medewerker van het Centraal Adviesbureau</para>
      <para>voor publiek recht en administratie te 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is op 1 mei 1970 als docente ballet in</para>
      <para>dienst getreden bij de Waalwijkse Muziekschool, sedert</para>
      <para>1988 het bij een gemeenschappelijke regeling</para>
      <para>ingestelde Centrum voor Muziek en Dans</para>
      <para>Midden-Langstraat (CMD). Haar betrekking had</para>
      <para>laatstelijk een omvang van 7 uur en 30 minuten per</para>
      <para>week.</para>
      <para>Op 23 december 1993 heeft het algemeen bestuur van het</para>
      <para>CMD besloten tot een reorganisatie, zulks naar</para>
      <para>aanleiding van vermindering van de bijdragen van</para>
      <para>enkele deelnemende gemeenten (waaronder Drunen). In</para>
      <para>het kader van die reorganisatie is besloten tot</para>
      <para>opheffing met ingang van</para>
      <para>1 januari 1994 van de door appellante gegeven cursus</para>
      <para>klassiek ballet te Drunen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 januari 1994 is appellante met</para>
      <para>ingang van 1 mei 1994 ontslagen wegens opheffing van</para>
      <para>haar betrekking. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij</para>
      <para>besluit van 16 juni 1994 ongegrond verklaard.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het</para>
      <para>tegen het bestreden besluit ingestelde beroep</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens appellante zijn bezwaren van formele en</para>
      <para>van inhoudelijke aard aangevoerd. Het formele bezwaar</para>
      <para>houdt in dat in strijd met de toepasselijke</para>
      <para>regelgeving geen georganiseerd overleg heeft</para>
      <para>plaatsgevonden voorafgaande aan het reorganisatieplan,</para>
      <para>dat ten grondslag ligt aan het ontslagbesluit.</para>
      <para>Inhoudelijk heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het</para>
      <para>ten onrechte niet toepassen van de voorgeschreven</para>
      <para>afvloeiingsvolgorde nu er naar haar mening geen sprake</para>
      <para>is van opheffing van haar betrekking doch van</para>
      <para>vermindering van functie-omvang. Appellante stelt dat</para>
      <para>vanwege het CMD in Waalwijk klassiek ballet wordt</para>
      <para>gegeven door een docente met een lagere anciënniteit</para>
      <para>dan appellante, zodat uren van die docente aan</para>
      <para>appellante hadden moeten worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad overweegt allereerst dat naar zijn oordeel</para>
      <para>niet kan worden staande gehouden dat het</para>
      <para>reorganisatiebesluit tot stand is gekomen in strijd</para>
      <para>met artikel A 3 van het in 1991 vastgestelde (en van</para>
      <para>toepassing op nadien aangesteld personeel) Algemeen</para>
      <para>Reglement van Ambtenaren werkzaam bij instellingen</para>
      <para>voor Kunstzinnige Vorming (RAKV) dan wel artikel A 5</para>
      <para>van het, ingevolge artikel II van de op appellante van</para>
      <para>toepassing gebleven Rechtspositieregeling Docenten,</para>
      <para>Consulenten en Balletbegeleiders (RDCB) met</para>
      <para>inachtneming van hetgeen overigens in die regeling is</para>
      <para>bepaald, van overeenkomstige toepassing verklaarde</para>
      <para>Algemeen Ambtenarenreglement van de gemeente Waalwijk</para>
      <para>(AAR), nu bij het CMD geen commissie voor</para>
      <para>georganiseerd overleg bestaat terwijl - naast overleg</para>
      <para>met alle personeelsleden - onder meer de Nederlandse</para>
      <para>toonkunstenaarsbond is ingeschakeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad moet thans bezien of de aan het ontslag ten</para>
      <para>grondslag gelegde opvatting van gedaagde dat aan de</para>
      <para>orde is de opheffing van appellantes betrekking en</para>
      <para>derhalve geen afvloeiingsvolgorde behoefde te worden</para>
      <para>gehanteerd in rechte stand kan houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel II en artikel III</para>
      <para>van de - op appellante van toepassing gebleven - RDCB</para>
      <para>luiden het eerste en het tweede lid van artikel H 7</para>
      <para>van het AAR als volgt:</para>
      <para>"1. Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend</para>
      <para>wegens opheffing van zijn betrekking of wegens</para>
      <para>verandering in de inrichting van het dienstonderdeel</para>
      <para>waarbij hij werkzaam is of van andere</para>
      <para>dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte</para>
      <para>aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit eerste</para>
      <para>lid wordt eervol verleend.</para>
      <para>2. Wanneer door de afname van het aantal beschikbare</para>
      <para>klokuren les in enig vakgebied vermindering van</para>
      <para>funktieomvang noodzakelijk wordt, geschiedt dit in de</para>
      <para>volgende volgorde:....." (volgt een opsomming van</para>
      <para>categorieën in 2 onder a tot en met e, alsmede in de</para>
      <para>leden 3, 4 en 5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft betoogd dat in casu sprake is van</para>
      <para>opheffing van appellantes betrekking en niet van een</para>
      <para>afname van het aantal verminderde klokuren les omdat</para>
      <para>de afdeling Drunen van de CMD dient te worden gezien</para>
      <para>als een met een eigen taak bedeeld organisatorisch</para>
      <para>zelfstandig dienstonderdeel/dienstvak van de CMD; dat</para>
      <para>de administratie in Waalwijk wordt verzorgd doet</para>
      <para>daaraan naar het oordeel van gedaagde niet af. Voorts</para>
      <para>is gewezen op de - van het balletonderwijs in Waalwijk</para>
      <para>afwijkende - wijze waarop door appellante in Drunen</para>
      <para>volgens de zogenaamde Engelse methode werd lesgegeven,</para>
      <para>alsmede op het feit dat de docente in Waalwijk een</para>
      <para>gecombineerde functie klassiek ballet/jazzballet</para>
      <para>vervult. Ten slotte is erop gewezen dat juist bij de</para>
      <para>sector dansante vorming in Drunen het leerlingaantal</para>
      <para>aanzienlijk terugliep als gevolg van de concurrentie</para>
      <para>met het creativiteitscentrum in Drunen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad kan gedaagde hierin niet volgen. Het CMD is</para>
      <para>blijkens de gemeenschappelijke regeling gevestigd te</para>
      <para>Waalwijk en heeft één (algemeen en dagelijks) bestuur</para>
      <para>en één directeur. Het algemeen bestuur stelt - in</para>
      <para>overleg met de directeur - het leerplan vast, terwijl</para>
      <para>de directeur het rooster van lesuren in</para>
      <para>overeenstemming met het leerplan vaststelt;</para>
      <para>administratie en financieel beheer vinden centraal</para>
      <para>plaats in Waalwijk. Het dagelijks bestuur regelt</para>
      <para>aanstelling, schorsing en ontslag van de docenten bij</para>
      <para>het CMD. Appellante is laatstelijk in 1980 aangesteld</para>
      <para>als docente klassiek ballet zonder dat daarbij een</para>
      <para>specifieke plaats van tewerkstelling is aangegeven;</para>
      <para>wijziging van die aanstelling heeft nadien niet</para>
      <para>plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is aanvankelijk gesteld dat appellante</para>
      <para>steeds uitsluitend in Drunen heeft lesgegeven. Uit de</para>
      <para>gedingstukken en het verhandelde ter zitting is echter</para>
      <para>gebleken dat appellante ook lessen klassiek ballet in</para>
      <para>Waalwijk heeft gegeven en voorts, dat zij daar</para>
      <para>regelmatig met haar collega-docente balletuitvoeringen</para>
      <para>voor het CMD gaf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het vorenstaande is de Raad van oordeel</para>
      <para>dat met betrekking tot het onderdeel klassiek ballet</para>
      <para>te Drunen van de sector dansante vorming van het CDM</para>
      <para>niet is gebleken van een zodanig organisatorisch</para>
      <para>zelfstandig dienstonderdeel/dienstvak dat gedaagdes</para>
      <para>beslissing dat onderdeel te doen verdwijnen tevens zou</para>
      <para>inhouden dat de betrekking van appellante zou zijn</para>
      <para>opgeheven. Uitgaande van de gehele sector klassiek</para>
      <para>ballet van het CMD houdt dit in een vermindering van</para>
      <para>functie-omvang als bedoeld in het tweede lid van het</para>
      <para>hiervoor omschreven artikel H 7, inclusief de daarbij</para>
      <para>geregelde afvloeiingsvolgorde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenoverwogene houdt in dat het bestreden besluit</para>
      <para>en de aangevallen uitspraak niet in stand kunnen</para>
      <para>blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens appellante is verzocht om de</para>
      <para>rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 16 juni</para>
      <para>1994 geheel of gedeeltelijk in stand te laten, zulks</para>
      <para>met toekenning van een schadevergoeding.</para>
      <para>De Raad ziet echter, mede gelet op hetgeen namens</para>
      <para>gedaagde dienaangaande is verklaard, in de gegeven</para>
      <para>omstandigheden onvoldoende grond voor toepassing van</para>
      <para>artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht (Awb).</para>
      <para>Voorts acht hij, nu moet worden vastgesteld dat aan</para>
      <para>het primaire ontslagbesluit hetzelfde gebrek kleeft</para>
      <para>als aan het bestreden besluit, termen aanwezig om met</para>
      <para>toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb</para>
      <para>ook het besluit van 24 januari 1994 te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet voorts aanleiding om met toepassing van</para>
      <para>artikel 8:75 van de Awb gedaagde te veroordelen tot</para>
      <para>vergoeding van een bedrag groot f 1.775,-, aan kosten</para>
      <para>wegens aan appellante in eerste aanleg verleende</para>
      <para>rechtsbijstand en van f 1.420,- van aan haar in hoger</para>
      <para>beroep verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt:</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het beroep tegen het besluit van 16 juni</para>
      <para>1994 alsnog gegrond en vernietigt dat besluit;</para>
      <para>Vernietigt het aan het besluit van 16 juni 1994 ten</para>
      <para>grondslag liggende primaire besluit van 24 januari</para>
      <para>1994;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante</para>
      <para>ten bedrage van f 3.195,-, te betalen door het Centrum</para>
      <para>voor Muziek en Dans Midden-Langstraat;</para>
      <para>Bepaalt dat het Centrum voor Muziek en</para>
      <para>Dans Midden-Langstraat aan appellante het door haar in</para>
      <para>eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht</para>
      <para>van in totaal f 500,-, vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr W. van den Brink als voorzitter</para>
      <para>en mr Ch. de Vrey en mr W.D.M. van Diepenbeek als</para>
      <para>leden, in tegenwoordigheid van mr A.W.M. van Bommel</para>
      <para>als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22</para>
      <para>januari 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) W. van den Brink.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.W.M. van Bommel.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>13.01</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>