<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7555</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">95/503 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002844&amp;artikel=19&amp;g=1997-05-01">Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555 Centrale Raad van Beroep , 01-05-1997 / 95/503 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>95/503 WUV</para>
    <para />
    <para />
    <para>      U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[A te B],</para>
    <para />
    <para>         en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad,</para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder dagtekening 31 maart 1995 heeft verweerster ten aanzien</para>
      <para>van eiseres het in afschrift aan deze uitspraak gehechte</para>
      <para>besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit heeft mr A.H. Punt-Koopmans, thans advocaat</para>
      <para>te Leeuwarden, als gemachtigde van eiseres bij de Raad beroep</para>
      <para>ingesteld. In een aanvullend beroepschrift is uiteengezet</para>
      <para>waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan</para>
      <para>verenigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op</para>
      <para>20 maart 1997. Aldaar is eiseres in persoon verschenen met</para>
      <para>bijstand van haar raadsvrouw mr Punt-Koopmans voornoemd,</para>
      <para>terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr</para>
      <para>T.H. Bosboom, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit d.d. 13 januari 1983 van de Uitkeringsraad,</para>
      <para>rechtsvoorganger van verweerster, is aan eiseres met ingang</para>
      <para>van 1 juni 1982 een periodieke uitkering als vervolgde in de</para>
      <para>zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945</para>
      <para>(hierna: de Wet) verleend. Bij de regeling van de uitkering is</para>
      <para>vastgesteld dat het vermogen van eiseres per 1 juni 1982 f.</para>
      <para>5.220,-- bedraagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>[In] 1985 is eiseres getrouwd met [naam echtgenoot].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In mei 1988 - nadat het recht van eiseres op een periodieke</para>
      <para>uitkering was hersteld - heeft de Uitkeringsraad eiseres</para>
      <para>verzocht aan te geven hoe de totale vermogenspositie van haar</para>
      <para>en haar echtgenoot er na het huwelijk uit ziet.</para>
      <para>Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de vaststelling van een</para>
      <para>vermogenstoeval per huwelijksdatum ad f. 232.088,84. Dit is in</para>
      <para>het nader bericht d.d. 28 februari 1994, behorende bij de</para>
      <para>berekeningsbeslissingen d.dis 30 november 1993 en 23 februari</para>
      <para>1994 neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens bedoeld nader bericht bedraagt het totale vermogen met</para>
      <para>inachtneming van het reeds per 1 juni 1982 vastgestelde</para>
      <para>vermogen ten bedrage van f. 5.220,--, het totale vermogen f.</para>
      <para>237.308,84. Van de vermogenstoeval maakt onder meer onderdeel</para>
      <para>uit de op intrinsieke waarde opgenomen aandelen [naam B.V.] ad</para>
      <para>f. 84.905,11. Dit is een besloten vennootschap waarvan de</para>
      <para>echtgenoot van eiseres directeur en enig aandeelhouder is,</para>
      <para>waarin hij zijn tandartspraktijk heeft ondergebracht. Met</para>
      <para>inachtneming van deze vermogenstoeval is de uitkering van</para>
      <para>eiseres bij berekeningsbeslissingen d.dis 30 november 1993 en</para>
      <para>23 februari 1994 over de jaren 1985 tot en met 1990 definitief</para>
      <para>vastgesteld; hierbij is bepaald dat aan eiseres over die jaren</para>
      <para>f. 32.597,61 te veel uitkering was uitbetaald, welk bedrag van</para>
      <para>eiseres is teruggevorderd op grond van artikel 59a, tweede</para>
      <para>lid, oud, van de Wet. Bezwaar de hoogte van de vermogenstoeval</para>
      <para>en de terugvordering betreffend, is bij het bestreden besluit</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In beroep zijn namens eiseres de in bezwaar geuite grieven</para>
      <para>herhaald.</para>
      <para>Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster heeft bij de vaststelling van de vermogenstoeval</para>
      <para>per 4 januari 1985 de waarde van de aandelen [naam B.V.]</para>
      <para>bepaald op de intrinsieke waarde daarvan, dat wil zeggen de</para>
      <para>waarde zoals die uit de balans van de b.v. per 1 januari 1985</para>
      <para>blijkt. De Raad acht dit juist. Immers, nu er geen enkele</para>
      <para>reden is aangevoerd om aan de continuïteit van de onderneming</para>
      <para>van de echtgenoot van eiseres te hoeven twijfelen, kan de door</para>
      <para>verweerster berekende waarde geacht worden een reëel beeld van</para>
      <para>de waarde van de aandelen te geven. Daarom kan de Raad aan de</para>
      <para>brief van de belastingadviseur van eiseres R.P.H. de Rooij</para>
      <para>d.d. 8 september 1988, waarin een waarde wordt genoemd van</para>
      <para>f. 10.000,--, niet de betekenis toekennen die eiseres daaraan</para>
      <para>gehecht wenst te zien. Dat voor de vermogensbelasting een</para>
      <para>lagere waarde dan de intrinsieke waarde is aangegeven en ook</para>
      <para>bij de aanslagregeling is gevolgd, kan hieraan niet afdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft voorts de grief naar voren gebracht dat</para>
      <para>verweerster niet gerechtigd is de te veel uitbetaalde</para>
      <para>uitkering over de jaren 1985 tot en met 1990 ten bedrage van</para>
      <para>f. 32.597,61 terug te vorderen. Hiertoe is aangevoerd dat</para>
      <para>artikel 59a, tweede lid, van de Wet eerst met ingang van 4</para>
      <para>juli 1986 in de wet is opgenomen, en ook dat per</para>
      <para>4 juli 1986 het bepaalde in artikel 59a van de Wet aan</para>
      <para>terugvordering in de weg staat omdat verweerster de uitkering</para>
      <para>over de jaren 1985 tot en met 1990 niet tijdig definitief</para>
      <para>heeft vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Terzake van het eerste onderdeel van deze grief neemt de Raad</para>
      <para>in aanmerking dat tot 4 juli 1986 de dwingende bepaling van</para>
      <para>artikel 59, tweede lid, oud, van de Wet, grondslag bood voor</para>
      <para>een terugvordering als de onderhavige. Derhalve moet de</para>
      <para>vermelding van het onjuiste artikel als een omissie worden</para>
      <para>aangemerkt, die geen reden kan vormen voor vernietiging van</para>
      <para>het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zo ver namens eiseres bepleit is dat artikel 59a, tweede</para>
      <para>lid, van de Wet zich tegen terugvordering verzet, is de Raad</para>
      <para>van oordeel dat uit de gedingstukken blijkt dat nog in januari</para>
      <para>1993 niet alle benodigde gegevens voor definitieve</para>
      <para>vaststelling van de uitkering waren verstrekt. Derhalve is</para>
      <para>artikel 59a, tweede lid, van de Wet geen geweld aangedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande bestaat voor vernietiging van het</para>
      <para>bestreden besluit geen grond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad die, ten slotte, geen termen aanwezig acht om</para>
      <para>toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht beslist als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr J.G. Treffers als voorzitter en</para>
      <para>mr R.C. Schoemaker en mr G.L.M.J. Stevens als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 1 mei 1997.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>                  (get.) J.G. Treffers.</para>
    <para />
    <para />
    <para>                  (get.) E. Heemsbergen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>16.04</para>
      <para>+B</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>