<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:27:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7324</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/1260 CSV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=16b&amp;g=1997-12-18">Coördinatiewet Sociale Verzekering 16b</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 1998/63 met annotatie van Mr. A. Moesker</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:52:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324 Centrale Raad van Beroep , 18-12-1997 / 96/1260 CSV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omvang van de aansprakelijkstelling, betalingen door de premieschuldige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>96/1260 CSV</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>O.</para>
      <para>U I T S P R A A K</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>B.V. X., gevestigd te Y., appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997</para>
      <para>treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen (hierna:</para>
      <para>Lisv) in de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging.</para>
      <para>In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden</para>
      <para>van de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid. In de</para>
      <para>uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het bestuur</para>
      <para>van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is bij gemachtigde drs H. Th. Kuipers,</para>
      <para>belastingadviseur te Rotterdam, op bij beroepschrift d.d.</para>
      <para>25 januari 1996 aangegeven gronden bij de Raad in hoger</para>
      <para>beroep gekomen van een door de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Rotterdam onder dagtekening 15 december 1995 tussen partijen</para>
      <para>gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 4 april 1996, met bijlagen, zijn namens</para>
      <para>appellante nog nadere inlichtingen verstrekt en stukken</para>
      <para>overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft bij brief van 18 juni 1996 kort verweer</para>
      <para>gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben bij brieven van 21 juni 1996, met bijlagen,</para>
      <para>en 25 juni 1996 nogmaals aanvullende stukken ingezonden.</para>
      <para>Bij brief van 24 december 1996 heeft gedaagde enkele vanwege</para>
      <para>de Raad gestelde vragen beantwoord en nog enkele</para>
      <para>processen-verbaal in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 13 maart 1997 en 28 mei 1997 heeft</para>
      <para>drs Kuipers voornoemd nog aanvullende inlichtingen verstrekt</para>
      <para>en getuigen aangemeld en bij brief van 27 juni 1997 heeft</para>
      <para>hij nog een reactie ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 7 oktober 1997 heeft gedaagde gereageerd op de</para>
      <para>vanwege appellante overgelegde mandagenregisters, waarop</para>
      <para>vanwege appellante bij brief van 29 oktober 1997 is</para>
      <para>gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij faxschrijven van 3 november 1997 heeft drs Kuipers zijn</para>
      <para>pleitnota aan de Raad toegezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>6 november 1997, waar appellante zich heeft doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door drs H. Th. Kuipers, voornoemd,</para>
      <para>vergezeld van A., B. en C.,</para>
      <para>allen werkzaam in de onderneming van appellante.</para>
      <para>Gedaagde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr J. de Jong, werkzaam bij SFB Uitvoeringsorganisatie</para>
      <para>sociale verzekeringen N.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft appellante bij de bestreden beslissing op</para>
      <para>grond van artikel 16b van de Coördinatiewet Sociale</para>
      <para>Verzekering (hierna: CwSV) tot een bedrag van aanvankelijk</para>
      <para>f 329.243,93 - na correctie - f 310.017,35 hoofdelijk</para>
      <para>aansprakelijk gesteld voor de premies ingevolge de</para>
      <para>Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,</para>
      <para>de Werkloosheidswet en de Ziekenfondswet, welke door</para>
      <para>B.V. Z. i.o. te P. (hierna: Z.)</para>
      <para>verschuldigd zijn terzake van voor appellante in de jaren</para>
      <para>1986, 1987 en 1988 in onderaanneming uitgevoerde</para>
      <para>werkzaamheden. Op het bedrag van de aansprakelijkstelling</para>
      <para>heeft gedaagde een bedrag van f 71.545,75, zijnde de helft</para>
      <para>van de door appellante op de G-rekening van Z. gestorte</para>
      <para>bedragen, in mindering gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellante gegrond</para>
      <para>verklaard, voor zover het was gericht tegen het bedrag van</para>
      <para>de hoofdelijke aansprakelijkstelling, het besluit in zoverre</para>
      <para>vernietigd en het bedrag van de aansprakelijkstelling</para>
      <para>vastgesteld op het gecorrigeerde bedrag van</para>
      <para>f 310.017,35, en het beroep voor het overige ongegrond</para>
      <para>verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens hetgeen in hoger beroep is aangevoerd kan</para>
      <para>appellante zich primair niet met de aansprakelijkstelling</para>
      <para>door gedaagde verenigen, omdat zij zich op het standpunt</para>
      <para>stelt dat alleen het 'witte' personeel van Z., hetwelk</para>
      <para>in de loonadministratie is verantwoord, bij werkzaamheden</para>
      <para>voor appellante is ingezet. Appellante is daarom van</para>
      <para>mening dat de premies ter zake van de voor haar uitgevoerde</para>
      <para>werkzaamheden door Z. zijn betaald en dat de premies</para>
      <para>waarvoor zij aansprakelijk is gesteld, daarom niet zijn</para>
      <para>verschuldigd terzake van het voor haar uitgevoerde werk, als</para>
      <para>bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van de CwSV. Appellante</para>
      <para>heeft daartoe aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat voor</para>
      <para>het reguliere personeel van Z. alle afdrachten aan</para>
      <para>gedaagde correct hebben plaatsgevonden. Zij heeft voorts</para>
      <para>samenvattingen gemaakt van de mandagenregisters die haar</para>
      <para>destijds door Z. zijn verstrekt, waaruit blijkt dat alle</para>
      <para>daarin genoemde werknemers voorkomen in de loonadministratie</para>
      <para>van Z.. De originele mandagenregisters zijn ter inzage</para>
      <para>beschikbaar. Appellante was de enige hoofdaannemer van</para>
      <para>Z. die over mandagenregisters beschikte. In die</para>
      <para>registers zitten volgens appellante geen hiaten van enige</para>
      <para>betekenis.</para>
      <para>Voorts heeft appellante bezwaar tegen de door de rechtbank</para>
      <para>gehanteerde bewijslastverdeling, tegen het oordeel van de</para>
      <para>rechtbank over de betekenis van de verklaringen voor het</para>
      <para>betalingsgedrag en tegen het niet toekennen van een</para>
      <para>proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt voorop dat, nu appellante een</para>
      <para>verdergaande/andere vrijwaring wenst dan is voorzien in</para>
      <para>artikel 16b, vijfde lid van de CwSV, de bewijslast dat er</para>
      <para>bij de werken van appellante geen niet verantwoord personeel</para>
      <para>is ingezet, ten volle bij appellante ligt. De Raad is van</para>
      <para>oordeel dat appellante niet in die bewijslast is geslaagd.</para>
      <para>De Raad acht daarbij in de eerste plaats van belang de</para>
      <para>hiaten en de onjuistheden die door gedaagde blijkens zijn</para>
      <para>brief van 7 oktober 1997 in de mandagenregisters zijn</para>
      <para>gesignaleerd. Over 1986 ontbreken die registers. Over 1987</para>
      <para>en 1988 zijn ze niet geheel compleet. Voorts blijken er</para>
      <para>werknemers voor te komen die volgens de mandagenregisters</para>
      <para>een veelvoud van 8 uren per dag hebben gewerkt of die</para>
      <para>blijkens de administratie van Z. ziek waren of uit</para>
      <para>dienst. Voorts kan bij het ontbreken van een</para>
      <para>projectadministratie bij Z. de juistheid van de</para>
      <para>mandagenregisters niet worden gecontroleerd, zodat niet kan</para>
      <para>worden bepaald of en in hoeverre de op de manurenregisters</para>
      <para>voorkomende mensen (genoemde namen) feitelijk (ook) elders</para>
      <para>hebben gewerkt.</para>
      <para>Van de zijde van appellante is ter zitting erkend dat de</para>
      <para>reconstructie van de manurenregisters niet volledig is. De</para>
      <para>reden daarvan was dat in de aanvang van de Wet</para>
      <para>Ketenaansprakelijkheid het belang van het vragen van</para>
      <para>mandagenregisters, van de controle op die lijsten en het</para>
      <para>bewaren er van nog onvoldoende werd onderkend. Dat</para>
      <para>appellante de in de door Z. meegezonden manurenlijsten</para>
      <para>voorkomende onjuistheden niet heeft kunnen opmerken doet aan</para>
      <para>het oordeel van de Raad niet af.</para>
      <para>Het hoger beroep van appellante, gericht op volledige</para>
      <para>vernietiging van de aansprakelijkstelling, kan dan ook op</para>
      <para>dit punt niet slagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad onderschrijft voorts het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>over de betekenis van de geclausuleerde verklaringen inzake</para>
      <para>het betalingsgedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van de stelling van appellante dat er bij de</para>
      <para>werkzaamheden in haar bedrijf alleen wel in de</para>
      <para>loonadministratie verantwoord personeel is ingezet en dat</para>
      <para>zij daarom dus nooit hoofdelijk aansprakelijk kan worden</para>
      <para>gesteld voor (bijna) het totale bedrag van de met de</para>
      <para>uitgevoerde werkzaamheden gemoeide premies, overweegt de</para>
      <para>Raad het navolgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport van de opsporingsdienst van 11 december 1989</para>
      <para>komt naar voren welke loonbedragen Z. in 1986, 1987 en</para>
      <para>1988 op de verzamelloonstaten heeft verantwoord. In</para>
      <para>hetzelfde rapport is voorts vastgesteld welke loonbedragen</para>
      <para>er daarnaast, aan zwart brutoloon zijn betaald:</para>
      <para>dat ging in 1986 om ongeveer 35% van de in totaal verloonde</para>
      <para>bedragen, in 1987 eveneens om ongeveer 35% en in 1988 om</para>
      <para>ruim 29% van de in totaal verloonde bedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport van 26 oktober 1990 van L. Tijssens blijkt</para>
      <para>dat ten laste van Z. op basis van die gegevens</para>
      <para>aanvullende jaarnota's zijn opgelegd van f 379.810,-- over</para>
      <para>1986, f 393.303,-- over 1987 en f 330.731,-- over 1988.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een brief van gedaagde d.d. 20 oktober 1993 aan de rechtbank</para>
      <para>naar aanleiding van vragen omtrent het afgeven van</para>
      <para>verklaringen omtrent het betalingsgedrag heeft gedaagde</para>
      <para>aangegeven dat er op 21 januari 1988, na een</para>
      <para>voorgeschiedenis van betalingsregelingen, nog een</para>
      <para>premieschuld resteerde van f 1.535,76. Naar het oordeel van</para>
      <para>de Raad dient uit dat laatste gegeven te worden afgeleid dat</para>
      <para>in ieder geval de premies voor het wel verantwoorde</para>
      <para>personeel over 1986 door Z. geheel waren betaald en</para>
      <para>eveneens die over 1987 behoudens genoemd bedrag van</para>
      <para>f 1.535,76 en een eventuele afrekeningsnota over 1987.</para>
      <para>Gegeven de verhouding tussen wel verantwoord en niet</para>
      <para>verantwoord loon leiden die gegevens tot de conclusie dat in</para>
      <para>ieder geval over 1986 (en 1987) ongeveer 65% van de</para>
      <para>verschuldigde premie door Z. zelf moet zijn betaald,</para>
      <para>zodat gedaagde appellante ten onrechte over 1986 heeft</para>
      <para>aangesproken voor het volledige premiebedrag dat gemoeid was</para>
      <para>met de voor appellante uitgevoerde werken en voor 1987</para>
      <para>alleen 50% van de G-stortingen - ongeveer 10% van de verschuldigde</para>
      <para>premie - in mindering heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad vindt het op de weg van gedaagde liggen om bij de</para>
      <para>vaststelling van de aansprakelijkstelling als hier aan de</para>
      <para>orde, zich op de hoogte te stellen van de premiebedragen die</para>
      <para>door de primair premieschuldige zijn voldaan en daaraan</para>
      <para>uitdrukking te geven in de aansprakelijkstelling. Nu gedaagde</para>
      <para>dit heeft nagelaten is het bestreden besluit in strijd</para>
      <para>met de zorgvuldigheid tot stand gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande leidt er toe dat de bestreden beslissing en</para>
      <para>de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij het bedrag van</para>
      <para>de aansprakelijkstelling is vastgesteld op</para>
      <para>f 310.017,35 niet in stand kunnen blijven en in zoverre</para>
      <para>dienen te worden vernietigd.</para>
      <para>De Raad ziet daarin tevens aanleiding om gedaagde te</para>
      <para>veroordelen in de proceskosten van appellante in eerste</para>
      <para>aanleg en in hoger beroep ten bedrage van f 1.775,-- voor</para>
      <para>het geding in eerste aanleg en f 2.130,-- voor het geding in</para>
      <para>hoger beroep voor kosten van rechtskundige bijstand.</para>
      <para>Tevens dient gedaagde aan appellante het in eerste aanleg en</para>
      <para>in hoger beroep gestorte griffierecht ten bedrage van f 1.000,-- te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het vorenstaande leidt tot de navolgende beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak en de bestreden</para>
      <para>beslissing wat betreft de door de rechtbank vastgestelde</para>
      <para>hoogte van het bedrag van de aansprakelijkstelling;</para>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante ten</para>
      <para>bedrage van f 3.905,-- in totaal;</para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde het gestorte recht van f 1.000,-- in</para>
      <para>totaal aan appellante vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter</para>
      <para>en mr G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en</para>
      <para>mr G.J. van Muijen als leden, in tegenwoordigheid van</para>
      <para>mr H.D. Wolthuis als griffier en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar op 18 december 1997.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) H.D. Wolthuis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>1512</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>