<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:43:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6958</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/5834 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=29&amp;g=1997-06-11">Ziektewet 29</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=29&amp;g=1997-06-11">Ziektewet 29</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=29&amp;g=1997-06-11">Ziektewet 29</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=29&amp;g=1997-06-11">Ziektewet 29</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1997, 220</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-31T12:39:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958 Centrale Raad van Beroep , 11-06-1997 / 96/5834 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Blijkens wetsgeschiedenis is met wijziging perioden onderbreking minder dan maand in tijdvakken minder dan vier weken slechts beoogd aansluiting te vinden bij terminologie BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6958:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>96/5834 ZW</para>
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <para>A., wonende te B., gedaagde.</para>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
    <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
    <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997</para>
    <para>treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen</para>
    <para>(Lisv) in de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging.</para>
    <para>In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats</para>
    <para>getreden van de Bedrijfsvereniging voor Hotel-,</para>
    <para>Restaurant-, Café-, Pension- en aanverwante bedrijven. In</para>
    <para>deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het</para>
    <para>bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij brief van 31 augustus 1995 is gedaagde namens</para>
    <para>appellant in kennis gesteld van een ten aanzien van haar</para>
    <para>genomen besluit op grond van de Ziektewet (ZW).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Arrondissementsrechtbank te Dordrecht heeft bij</para>
    <para>uitspraak van 17 mei 1996 voormeld besluit vernietigd en</para>
    <para>bepaald dat (thans) appellant met inachtneming van die</para>
    <para>uitspraak binnen zes weken na verzending daarvan een</para>
    <para>nieuw besluit neemt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellant heeft tegen die uitspraak op de bij aanvullend</para>
    <para>beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld</para>
    <para>en de Raad verzocht zijn besluit van 31 augustus 1995</para>
    <para>alsnog te bevestigen (bedoeld zal zijn: de aangevallen</para>
    <para>uitspraak te vernietigen en het beroep tegen dat besluit</para>
    <para>alsnog ongegrond te verklaren).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Namens gedaagde heeft mr B.J. Manspeaker, advocaat te</para>
    <para>Dordrecht, bij verweerschrift van 27 november 1996 de</para>
    <para>Raad verzocht de aangevallen uitspraak te bekrachtigen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden</para>
    <para>op 7 mei 1997, waar appellant zich heeft doen</para>
    <para>vertegenwoordigen door mr P.C.M. Huijzer, werkzaam bij</para>
    <para>Gak Nederland B.V., en waar gedaagde in persoon is</para>
    <para>verschenen, bijgestaan door mr Manspeaker, voornoemd, als</para>
    <para>haar raadsman.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gedaagde heeft zich ingaande 19 juli 1993 wegens</para>
    <para>heupklachten ziekgemeld voor haar werk als serveerster.</para>
    <para>Terzake daarvan heeft appellant haar arbeidsongeschikt</para>
    <para>geacht en tot en met 17 juli 1994, derhalve gedurende de</para>
    <para>maximumtermijn van 52 weken, ziekengeld uitgekeerd.</para>
    <para>Ingaande 8 augustus 1994 heeft gedaagde zich weer</para>
    <para>ziekgemeld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij het bestreden besluit heeft appellant terzake van die</para>
    <para>ziekmelding op grond van het bepaalde in artikel 29 lid</para>
    <para>10 ZW, zoals dit artikellid luidde tussen 1 januari 1994</para>
    <para>en 1 maart 1996, ziekengeld geweigerd.</para>
    <para>In geschil is de vraag of dit artikellid het door</para>
    <para>appellant gestelde rechtsgevolg meebrengt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tot 1 januari 1994 luidde - voorzover hier van belang -</para>
    <para>artikel 29 lid 2 ZW:</para>
    <para>Het ziekengeld wordt, behoudens het bepaalde in de</para>
    <para>volgende leden, uitgekeerd over iedere dag dat de</para>
    <para>ongeschiktheid tot werken duurt, doch niet over de</para>
    <para>zaterdagen en de zondagen en gedurende ten hoogste</para>
    <para>52 weken;</para>
    <para>en artikel 29 lid 5 ZW:</para>
    <para>Voor het bepalen van de periode van 52 weken, als</para>
    <para>bedoeld in het tweede lid, worden perioden, waarover</para>
    <para>ziekengeld wordt uitgekeerd, samengeteld, indien zij</para>
    <para>elkaar met een onderbreking van minder dan een maand</para>
    <para>opvolgen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In zijn uitspraken van 23 april 1975, gepubliceerd in RSV</para>
    <para>1975, 375, en 18 augustus 1993, gepubliceerd in RSV 1994,</para>
    <para>2, heeft de Raad als zijn oordeel gegeven dat voor de</para>
    <para>berekening van de periode van 52 weken als bedoeld in het</para>
    <para>tweede lid van voormeld artikel, de samentellingsregel</para>
    <para>van het vijfde lid ook toepassing vindt in het geval dat</para>
    <para>gedurende de maximum periode van 52 weken uitkering is</para>
    <para>verleend en de betrokkene binnen een maand nadien weer</para>
    <para>arbeidsongeschikt wordt; zulks ongeacht of die</para>
    <para>arbeidsongeschiktheid intreedt na werkhervatting.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Artikel 29 lid 10 ZW luidde tussen 1 januari 1994 en</para>
    <para>1 maart 1996, derhalve ook ten tijde van de in geding</para>
    <para>ziekmelding, als volgt:</para>
    <para>Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak</para>
    <para>van 52 weken is verstreken, te rekenen vanaf de</para>
    <para>eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor</para>
    <para>het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van</para>
    <para>ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij</para>
    <para>elkaar met een onderbreking van minder dan vier</para>
    <para>weken opvolgen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In de samentellingsregel als zodanig is derhalve slechts</para>
    <para>een wijziging aangebracht in dier voege dat in plaats van</para>
    <para>perioden tijdvakken en in plaats van een maand thans vier</para>
    <para>weken gelezen worden. Blijkens de wetsgeschiedenis is met</para>
    <para>die wijziging slechts beoogd aansluiting te vinden bij de</para>
    <para>terminologie van het Burgerlijk Wetboek.</para>
    <para>In de gewijzigde redactie ziet de Raad dan ook geen</para>
    <para>aanleiding om een ander standpunt in te nemen dan in zijn</para>
    <para>boven vermelde uitspraken is neergelegd. Nu voorts namens</para>
    <para>gedaagde geen argumenten zijn aangevoerd ten betoge dat</para>
    <para>dat standpunt niet - langer - juist zou zijn, is de Raad</para>
    <para>ook thans diezelfde opvatting toegedaan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uit het vorenstaande volgt tevens dat de rechtbank ten</para>
    <para>onrechte het bestreden besluit heeft vernietigd op de</para>
    <para>grond dat appellant daarbij zou zijn uitgegaan van een</para>
    <para>onjuiste maatstaf met betrekking tot de in aanmerking te</para>
    <para>nemen arbeid en ten onrechte toepassing heeft gegeven aan</para>
    <para>artikel 29 lid 10 in plaats van aan artikel 19 ZW. Uit de</para>
    <para>hiervoor aangehaalde rechtspraak vloeit immers voort dat</para>
    <para>de arbeid in concreto bij een ziekmelding terzake van een</para>
    <para>ongeschiktheid die zou zijn ingetreden binnen vier weken</para>
    <para>na het verstrijken van het tijdvak van 52 weken, niet</para>
    <para>relevant is en dat een ziekmelding binnen die vier weken</para>
    <para>reeds toepassing van artikel 29 lid 10 ZW rechtvaardigt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Naar het oordeel van de Raad berust het bestreden</para>
    <para>besluit, zodals dit nader is gemotiveerd bij</para>
    <para>verweerschrift in eerste aanleg, derhalve op een juiste</para>
    <para>grondslag. Daaruit volgt dat de aangevallen uitspraak</para>
    <para>moet worden vernietigd en het inleidend beroep alsnog</para>
    <para>ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven</para>
    <para>aan het bepaalde in artikel 8:75 Algemene wet</para>
    <para>bestuursrecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Beslist wordt als hieronder is aangegeven.</para>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>Verklaard het inleidend beroep ongegrond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en</para>
    <para>mr M.A. Hoogeveen en mr Chr. van Voorst als leden, in</para>
    <para>tegenwoordigheid van F.E. Rosingh als griffier, en</para>
    <para>uitgesproken in het openbaar op 11 juni 1997.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
  <para />
  <para>(get.) F.E. Rosingh.</para>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>