<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:06:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6861</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/3522 Algem</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=4:3">Algemene wet bestuursrecht 4:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=4:5">Algemene wet bestuursrecht 4:5</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1997, 267 met annotatie van H.E. Bröring</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1997, 187</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-30T14:18:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861 Centrale Raad van Beroep , 01-05-1997 / 96/3522 Algem</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvulling aanvraag, Bekendmaking niet in behandeling nemen aanvraag, Herstel gebrek in bezwarenprocedure, Weigeren verschaffen gegevens.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>96/3522 ALGEM</para>
    <para>O.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>
    [appellant], wonende te [woonplaats], appellant,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 in werking</para>
    <para>getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het</para>
    <para>Landelijk instituut sociale verzekeringen (hierna: Lisv) in de plaats van de betrokken</para>
    <para>bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden van het bestuur</para>
    <para>van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens</para>
    <para>verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Onder dagtekening 21 december 1994 is vanwege gedaagde aan appellant bekendgemaakt het</para>
    <para>besluit tot ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen de weigering om zijn aanvraag van</para>
    <para>een zogenoemde ondernemersverklaring audio-visuele branche (hierna: OVAV) in behandeling</para>
    <para>te nemen wegens het niet indienen van jaarstukken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft bij uitspraak van 5 maart 1996 het beroep</para>
    <para>van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit alsmede het primaire besluit van 27</para>
    <para>september 1994 vernietigd en heeft gedaagde opgedragen om alsnog de aanvraag van appellant</para>
    <para>van 13 juli 1994 in behandeling te nemen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. In het beroepschrift van 12 april</para>
    <para>1996 zijn de gronden uiteengezet waarop hij de Raad heeft verzocht de aangevallen uitspraak</para>
    <para>en het bestreden besluit te vernietigen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Op 28 juni 1996 heeft gedaagde van verweer gediend.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 20 maart 1997, waar appellant</para>
    <para>in persoon is verschenen, bijgestaan door [X.]. Gedaagde heeft zich doen</para>
    <para>vertegenwoordigen door mr C.F. de Lemos Benvindo, werkzaam bij GAK Nederland B.V.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen worden in dit geding verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of gedaagde</para>
    <para>terecht en op goede gronden heeft geweigerd de aanvraag van appellant van een</para>
    <para>ondernemersverklaring "OVAV" in behandeling te nemen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft de gegrondverklaring van appellants beroep doen steunen op de</para>
    <para>overweging dat appellant gehouden was om de door gedaagde gevraagde jaarstukken bij de</para>
    <para>aanvraag in te dienen, doch dat gedaagde heeft nagelaten om appellant overeenkomstig artikel</para>
    <para>4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de gelegenheid te stellen</para>
    <para>om de gevraagde gegevens alsnog in te dienen en dat bovendien in strijd met artikel 4:5,</para>
    <para>vierde lid, van de Awb is nagelaten om binnen vier weken te berichten dat de aanvraag niet</para>
    <para>in behandeling zal worden genomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellant heeft in beroep -kort samengevat- aangevoerd dat de "OVAV-regeling" onjuist is</para>
    <para>en in strijd met de wet, dat bovendien het aan overleg met de betrokkenen heeft ontbroken,</para>
    <para>dat gelet op het experimentele karakter van de regeling een soepele opstelling van gedaagde</para>
    <para>verlangd mocht worden, dat de gevraagde gegevens beschermd dienen te worden, dat</para>
    <para>gedaagde onvoldoende duidelijk is geweest naar de branche en dat gedaagde zich als</para>
    <para>monopolist uiterst autoritair heeft opgesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad constateert dat gedaagde weliswaar appellant na zijn aanvraag niet in de gelegenheid</para>
    <para>heeft gesteld om onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb zijn jaarstukken</para>
    <para>alsnog in te zenden, doch dat gedaagde appellant tijdens de bezwarenprocedure wel daartoe</para>
    <para>in de gelegenheid heeft gesteld. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat gedaagde ten tijde</para>
    <para>van het nemen van het bestreden besluit wel heeft voldaan aan de voorwaarde om toepassing</para>
    <para>te mogen geven aan de bevoegdheid gegeven in artikel 4:5, eerste lid, van de Awb. De</para>
    <para>rechtbank heeft terecht geconstateerd dat niet binnen 4 weken een bericht van niet behandeling</para>
    <para>aan appellant is gezonden, doch de Raad is van oordeel dat gelet op het feit dat het hier gaat</para>
    <para>om een gebrek dat tijdens de bezwarenprocedure hersteld kan worden (het in de gelegenheid</para>
    <para>stellen om alsnog de gevraagde informatie te verschaffen), dat herstel mede omvat het bij de</para>
    <para>primaire besluitvorming achterwege laten van bedoelde mededeling.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Daarom staat in dit geding ter beoordeling de vraag of appellant -mede in het licht van het</para>
    <para>bepaalde in artikel 4:3 van de Awb- mocht weigeren om zijn jaarstukken in te zenden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Deze vraag beantwoordt de Raad ontkennend.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad stelt voorop dat, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb en gelet op de</para>
    <para>betekenis van de OVAV-verklaring, gedaagde zich op het standpunt mocht stellen dat ter</para>
    <para>verificatie van het antwoord op de vraag of appellant als zelfstandige functioneerde, de</para>
    <para>jaarstukken overgelegd dienden te worden. Inzake het door appellant gedane beroep op zijn</para>
    <para>privacy, is naar het oordeel van de Raad, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, in casu</para>
    <para>artikel 4:3, tweede lid, van de Awb niet van toepassing, omdat het blijkens de</para>
    <para>wetsgeschiedenis (Parlementaire Geschiedenis Awb I, blz. 240) bij de daar bedoelde gegevens</para>
    <para>en bescheiden gaat om bij wettelijk voorschrift aangewezen specifieke, wel omschreven</para>
    <para>gegevens, waarvan bij artikel 91 (oud) van de Organisatiewet sociale verzekeringen (hierna</para>
    <para>Osv) geen sprake is. Voor zover uit de jaarstukken de namen van opdrachtgevers blijken,</para>
    <para>geldt enerzijds dat gedaagde die gegevens niet voor een ander doel mag gebruiken dan</para>
    <para>waarvoor die gegevens zijn opgevraagd. Anderzijds heeft appellant ter staving van zijn stelling</para>
    <para>dat hij zelfstandige is, de namen van zijn opdrachtgevers gedurende de laatste 25 jaar aan</para>
    <para>gedaagde kenbaar gemaakt. Bovendien geldt voor gedaagde en zijn ondergeschikten de</para>
    <para>geheimhoudingsplicht van artikel 2:5 van de Awb en artikel 100 (oud) van de Osv. Gelet</para>
    <para>hierop ziet de Raad niet in welke grond appellant in redelijkheid kan hebben om deze namen,</para>
    <para>voor zover die in zijn jaarstukken voorkomen, niet aan gedaagde kenbaar te maken en om</para>
    <para>die reden de jaarstukken in hun geheel niet ter inzage te geven aan gedaagde.</para>
    <para>Derhalve heeft gedaagde bij het bestreden besluit niet gehandeld in strijd met artikel 4:3,</para>
    <para>eerste lid, van de Awb.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Naar aanleiding van de mede ter zitting nader onderbouwde stelling van appellant dat de</para>
    <para>"OVAV-regeling" niet juist is, dat gedaagde opdrachtgevers heeft afgeschrikt met intensieve</para>
    <para>controles en dat free lancers als appellant in een zeer nadelige positie zijn komen te verkeren,</para>
    <para>merkt de Raad nog op dat, voor zover de rechtmatigheid van gedaagdes handelen ter zake</para>
    <para>beoordeeld zou moeten worden, de onderhavige procedure, waarin het gaat om het door</para>
    <para>appellant al dan niet terecht weigeren van het verschaffen van informatie, niet de ruimte biedt</para>
    <para>voor een zodanige beoordeling.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet op het hiervoor overwogene ziet de Raad geen aanleiding om toepassing te geven aan</para>
    <para>artikel van de 8:75 Awb.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>Beslist wordt als volgt.</para>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep.</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>Verklaart het inleidende beroep alsnog ongegrond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter en mr G.P.A.M. Garvelink-</para>
    <para>Jonkers en mr L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van F.E. Rosingh als griffier</para>
    <para>en uitgesproken in het openbaar op 1 mei 1997.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) F.E. Rosingh.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>HL</para>
    <para>1804</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>