<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T14:35:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6608</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1996-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">94/2762 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:75&amp;g=1996-12-10">Algemene wet bestuursrecht 8:75</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006358&amp;artikel=1&amp;g=1996-12-10">Besluit proceskosten bestuursrecht 1</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002429&amp;artikel=1&amp;g=1996-12-10">Besluit tarieven in strafzaken 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:49:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608 Centrale Raad van Beroep , 10-12-1996 / 94/2762 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De kosten voor het inwinnen van medisch advies bij behandelend cardioloog</para>
        <para> komen voor vergoeding in aanmerking.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>94/2762 AAW/WAO</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de</para>
      <para>Bouwnijverheid, gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is mr Y. Reichardt, werkzaam bij SRK</para>
      <para>Rechtsbijstand te Zoetermeer, op bij aanvullend</para>
      <para>beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen</para>
      <para>van een door de rechtbank te Breda onder dagtekening 10</para>
      <para>mei 1994 tussen partijen gegeven uitspraak, waarnaar</para>
      <para>hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde is eveneens van deze uitspraak in hoger beroep</para>
      <para>gekomen, doch heeft dit hoger beroep bij brief van 8 mei</para>
      <para>1996 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen hebben nadere stukken ingezonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op</para>
      <para>12 november 1996, waar voor appellant is verschenen</para>
      <para>mr Reichardt voornoemd, terwijl gedaagde - zoals tevoren</para>
      <para>bericht - niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bestreden beslissing van 29 oktober 1992 heeft</para>
      <para>gedaagde geweigerd om de uitkeringen van appellant</para>
      <para>ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en</para>
      <para>de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO),</para>
      <para>welke laatstelijk werden berekend naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, te verhogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het tegen deze beslissing ingestelde</para>
      <para>beroep ongegrond verklaard voor zover dit betrekking had</para>
      <para>op gedaagdes weigering tot herziening van de uitkering</para>
      <para>ingevolge de WAO en dat beroep gegrond verklaard voor</para>
      <para>zover dit betrekking had op gedaagdes weigering tot</para>
      <para>herziening van de uitkering ingevolge de AAW. Voorts</para>
      <para>heeft de rechtbank in haar uitspraak bepaald dat gedaagde</para>
      <para>een nader besluit neemt ten aanzien van appellants</para>
      <para>verzoek om herziening van de uitkering ingevolge de AAW,</para>
      <para>appellants verzoek om schadevergoeding afgewezen en</para>
      <para>gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant</para>
      <para>ten bedrage van f 1.470,- te vergoeden door gedaagdes</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de behandeling van het geding in hoger beroep</para>
      <para>heeft gedaagde zijn standpunt in zoverre gewijzigd dat</para>
      <para>appellant op en na 19 april 1991 voor 35 tot 45%</para>
      <para>arbeidsongeschikt in de zin van de WAO wordt geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft appellant op 3 november 1995 een nieuw</para>
      <para>besluit toegezonden waarbij gedaagde de uitkering van</para>
      <para>appellant ingevolge de WAO met ingang van 19 april 1991</para>
      <para>heeft herzien en nader vastgesteld naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft de Raad een afschrift van dit besluit</para>
      <para>gezonden en daarbij verzocht naast de bestreden</para>
      <para>beslissing van 29 oktober 1992 ook het besluit van </para>
      <para>3 november 1995 ten gronde te beoordelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de behandeling van het beroep ter zitting van de</para>
      <para>Raad is gebleken dat gedaagde bij brief van 8 mei 1996</para>
      <para>zijn besluit van 3 november 1995 heeft ingetrokken. Nu</para>
      <para>appellant daardoor niet in zijn belangen wordt geschaad</para>
      <para>ziet de Raad hierin aanleiding om het ingetrokken besluit</para>
      <para>niet in zijn beoordeling te betrekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geding is derhalve de vraag of de bestreden beslissing</para>
      <para>van 29 oktober 1992 in rechte stand kan houden. Op grond</para>
      <para>van het navolgende beantwoordt de Raad die vraag</para>
      <para>ontkennend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft de Raad bij brief van 8 mei 1996 bericht</para>
      <para>dat appellant, in afwachting van de resultaten van een</para>
      <para>nog in te stellen medisch en arbeidskundig onderzoek,</para>
      <para>vanaf 3 april 1992 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt in</para>
      <para>de zin van de AAW en de WAO wordt beschouwd. Hieruit</para>
      <para>volgt dat gedaagde het in de bestreden beslissing van</para>
      <para>29 oktober 1992 neergelegde standpunt niet langer</para>
      <para>handhaaft. De Raad ziet hierin aanleiding die beslissing</para>
      <para>te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de Raad kan ook de aangevallen</para>
      <para>uitspraak niet in stand kan blijven. De Raad wijst er in</para>
      <para>dit verband op dat het hem is opgevallen dat de rechtbank</para>
      <para>in het dictum van haar uitspraak heeft nagelaten de</para>
      <para>bestreden beslissing van 29 oktober 1992 te vernietigen</para>
      <para>voor zover daarbij geweigerd is appellants uitkering</para>
      <para>ingevolge de AAW te herzien. Voorts heeft de rechtbank</para>
      <para>verzuimd gedaagde te veroordelen tot vergoeding van het</para>
      <para>griffierecht. De Raad acht het daarom aangewezen de</para>
      <para>aangevallen uitspraak in zijn geheel vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig te voldoen aan het</para>
      <para>verzoek van appellants gemachtigde om overwegingen ten</para>
      <para>overvloede te wijden aan de vraag of gedaagde bij de</para>
      <para>bestreden beslissing appellants resterende</para>
      <para>verdiencapaciteit op juiste wijze heeft vastgesteld.</para>
      <para>Daarbij is in aanmerking genomen dat deze vraag ten volle</para>
      <para>aan de orde kan komen tijdens de behandeling van een</para>
      <para>eventueel toekomstig beroep ingeval appellant een nader</para>
      <para>besluit zou nemen omtrent appellants mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de proceskosten overweegt de Raad het</para>
      <para>volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75</para>
      <para>van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen</para>
      <para>in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger</para>
      <para>beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in eerste</para>
      <para>aanleg begroot de Raad overeenkomstig de begroting van de</para>
      <para>rechtbank op f 1.420,-. In hoger beroep begroot de Raad</para>
      <para>deze kosten op f 2.130,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is tevens verzocht om vergoeding van de</para>
      <para>kosten die appellant in beroep heeft gemaakt in verband</para>
      <para>met het inwinnen van inlichtingen bij zijn behandelend</para>
      <para>cardioloog ad f 50,-. Naar het oordeel van de Raad komen</para>
      <para>deze kosten voor vergoeding in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte heeft appellant verzocht om vergoeding van de</para>
      <para>in beroep gemaakte kosten voor het inwinnen van advies</para>
      <para>bij de medisch adviseur J.H.C.M. Fouchier. Blijkens een</para>
      <para>ter zitting van de Raad overgelegde specificatie</para>
      <para>bedroegen deze kosten f 447,-, zijnde 3 uren à f 149,-.</para>
      <para>De Raad is van oordeel dat ook deze kosten in beginsel</para>
      <para>voor vergoeding in aanmerking komen, nu aan dat advies</para>
      <para>een (zich onder de gedingstukken bevindend) schriftelijk</para>
      <para>verslag van deze medisch adviseur ten grondslag ligt,</para>
      <para>zoals artikel 1 onder b van het Besluit proceskosten</para>
      <para>bestuursrecht, Stb. 1993, 763 (hierna: Bpb) eist.</para>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.1.III van het</para>
      <para>Besluit tarieven in strafzaken, naar welk besluit het Bpb</para>
      <para>verwijst, worden deze kosten forfaitair vergoed tot een</para>
      <para>bedrag van f 349,80, zijnde 3 uur à f 116,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsmede op het</para>
      <para>bepaalde in de artikelen 24 en 25, eerste lid van de</para>
      <para>Beroepswet, stelt de Raad ten slotte vast dat het door</para>
      <para>appellant zowel in eerste aanleg als in hoger beroep</para>
      <para>gestorte griffierecht door gedaagde dient te worden</para>
      <para>vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, alsmede de bestreden</para>
      <para>beslissing;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant in</para>
      <para>beroep tot een bedrag groot ƒ 1.819,80 en in hoger beroep</para>
      <para>tot een bedrag groot ƒ 2.130,-, te betalen door gedaagdes</para>
      <para>bedrijfsvereniging;</para>
      <para>Verstaat dat gedaagdes bedrijfsvereniging aan appellant</para>
      <para>het gestorte recht van ƒ 175,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr K.J.S. Spaas als voorzitter en</para>
      <para>mr M.M. van der Kade en mr R.M. van Male als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr A.W.M. van Bommel als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 10 december 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) K.J.S. Spaas.</para>
    <para />
    <para>(get.) A.W.M. van Bommel.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>