<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6423</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1996-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/2087 Algem,   96/2550 Algem</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=3&amp;g=1996-10-24">Werkloosheidswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=3&amp;g=1996-10-24">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=3&amp;g=1996-10-24">Ziektewet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=3&amp;g=1996-10-24">Ziektewet 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423 Centrale Raad van Beroep , 24-10-1996 / 96/2087 Algem,   96/2550 Algem</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzekeringsplicht in verpleegtehuis werkzame kapster; verplichting</para>
        <para> tot loonbetaling ontbreekt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6423:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>96/2087 ALGEM</para>
      <para>96/2550 ALGEM</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>O.</para>
      <para>U I T S P R A A K</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>in de gedingen tussen:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid,</para>
      <para>Geestelijke en Maatschappelijke Belangen, (hierna te noemen:</para>
      <para>het bestuur), appellant, tevens gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Stichting], (hierna: de</para>
      <para>Stichting), gedaagde, tevens appellante.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder dagtekening 18 april 1995 heeft het bestuur aan de</para>
      <para>Stichting kennis gegeven van het besluit dat haar bezwaren</para>
      <para>tegen de op 8 november 1994 afgegeven beschikking inzake de op</para>
      <para>artikel 3 van de diverse sociale werknemersverzekeringswetten</para>
      <para>gebaseerde verzekeringsplicht van in de door de Stichting</para>
      <para>geëxploiteerde verpleegtehuizen werkzame kapsters, op in dat</para>
      <para>besluit aangegeven gronden ongegrond zijn verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Roermond heeft bij uitspraak</para>
      <para>van 23 januari 1996 het namens de Stichting tegen dat besluit</para>
      <para>ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit</para>
      <para>vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestuur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld</para>
      <para>bij de Raad. In een aanvullend beroepschrift van 2 april 1996,</para>
      <para>met bijlage, zijn de gronden voor het hoger beroep</para>
      <para>uiteengezet.</para>
      <para>Bij schrijven van 23 mei 1996 heeft mr H.A. Hoving, advocaat</para>
      <para>te Nijmegen, namens de Stichting van verweer gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de Stichting heeft tegen de uitspraak van de rechtbank</para>
      <para>hoger beroep ingesteld. In een op 2 mei 1996 bij de Raad</para>
      <para>binnengekomen schrijven heeft mr H.A. Hoving, voornoemd, de</para>
      <para>gronden van het hoger beroep uiteengezet.</para>
      <para>Het bestuur heeft bij schrijven van 5 juni 1996 van verweer</para>
      <para>gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van de Raad,</para>
      <para>gehouden op 12 september 1996, alwaar de Stichting zich heeft</para>
      <para>doen vertegenwoordigen door mr H.A. Hoving, voornoemd, en</para>
      <para>E.A.M. Spijkerman, personeelsfunctionaris. Het bestuur,</para>
      <para>daartoe door de Raad opgeroepen, heeft zich doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr J.A.M. der Weduwen, werkzaam bij</para>
      <para>Cadans Uitvoeringsinstelling B.V.</para>
      <para>Als getuige, daartoe door de Raad opgeroepen, is verschenen</para>
      <para>[naam kapster], wonende te Venlo en als kapster</para>
      <para>werkzaam in een door de Stichting geëxploiteerd</para>
      <para>verpleegtehuis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Stichting exploiteert twee verpleegtehuizen. In beide</para>
      <para>verpleegtehuizen kunnen de bewoners alsmede niet-bewoners</para>
      <para>(familie en personeel) gebruik maken van de diensten van twee</para>
      <para>gediplomeerde kapsters. De kapsters zijn werkzaam op basis van</para>
      <para>een overeenkomst, die door betrokkenen is geduid als een</para>
      <para>overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten. De ruimte</para>
      <para>wordt door de Stichting om niet ter beschikking gesteld.</para>
      <para>Bovendien zijn de kapsters geen vergoeding verschuldigd voor</para>
      <para>het gebruik van gas, water en electriciteit. De inrichting en</para>
      <para>de uitrusting van de kapsalon komen voor rekening van de</para>
      <para>kapsters.</para>
      <para>De openingstijden en prijzen worden in onderling overleg</para>
      <para>vastgesteld. De betaling geschiedt voor het merendeel via de</para>
      <para>administratie van de Stichting. De kapsters zorgen zelf voor</para>
      <para>vervanging. Getuige Gerards-Buntinx heeft ten behoeve van haar</para>
      <para>werk in het verpleeghuis zelf een kapster in dienst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft aan vorenstaande feiten en omstandigheden de</para>
      <para>conclusie verbonden dat de kapsters werkzaam zijn op basis van</para>
      <para>een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, aangezien</para>
      <para>voldaan is aan de voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking</para>
      <para>geldende vereisten van gezagsverhouding, persoonlijke arbeid</para>
      <para>en de verplichting tot loonbetaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft, na de vaststelling dat er geen sprake was</para>
      <para>van een zelfstandige uitoefening van een beroep, tot de</para>
      <para>aanwezigheid van een gezagsverhouding geconcludeerd. De</para>
      <para>rechtbank heeft daarbij met name doorslaggevend geacht dat de</para>
      <para>openingstijden en de tarieven slechts in overleg met de</para>
      <para>Stichting kunnen worden gewijzigd.</para>
      <para>Vervolgens is de rechtbank evenwel tot het oordeel gekomen dat</para>
      <para>er op de Stichting geen verplichting tot loonbetaling rust</para>
      <para>zodat er geen sprake is van verzekeringsplicht op grond van</para>
      <para>artikel 3 van de diverse sociale-werknemersverzekeringswetten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft het bestuur, met verwijzing naar de</para>
      <para>jurisprudentie van de Raad dienaangaande, doen aanvoeren dat</para>
      <para>het feit dat (een deel van) het loon (rechtstreeks) door</para>
      <para>derden (i.c. door diegenen die in het verpleegtehuis worden</para>
      <para>verpleegd dan wel personeelsleden of bezoekers) wordt betaald,</para>
      <para>niet aan het aannemen van een verplichting tot loonbetaling in</para>
      <para>de weg staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Stichting heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen het</para>
      <para>oordeel van de rechtbank dat er een gezagsrelatie aanwezig</para>
      <para>moet worden geacht, omdat de kapsters niet geacht kunnen</para>
      <para>worden werkzaam te zijn als zelfstandig ondernemer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Allereerst merkt de Raad op dat -anders dan uit de motivering</para>
      <para>van de rechtbank blijkt- bij de beoordeling van de vraag of er</para>
      <para>sprake is van verzekeringsplicht op grond van artikel 3 van de</para>
      <para>diverse sociale-werknemersverzekeringswetten, gekeken dient te</para>
      <para>worden of wordt voldaan aan de drie bovengenoemde vereisten</para>
      <para>voor de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst naar</para>
      <para>burgerlijk recht. De constatering dat iemand arbeid verricht</para>
      <para>in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige</para>
      <para>uitoefening van een beroep, is slechts relevant en prohibitief</para>
      <para>indien verzekeringsplicht op grond van artikel 5 van de</para>
      <para>diverse sociale- werknemersverzekeringswetten en artikel 5 van</para>
      <para>het daarop gebaseerde koninklijk besluit van 24 december 1986</para>
      <para>(Stb. 655) wordt aangenomen. In het onderhavige geding is -</para>
      <para>zoals ook terecht namens de Stichting is aangevoerd- slechts</para>
      <para>de verzekeringsplicht op grond van artikel 3 van de diverse</para>
      <para>sociale-werknemersverzekeringen aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er op de Stichting</para>
      <para>geen verplichting rust tot betaling van loon. In artikel 5 van</para>
      <para>de overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten staat</para>
      <para>vermeld dat de bewoners aan de kapster een bedrag per</para>
      <para>verrichting betalen.</para>
      <para>Uit de zich onder de gedingstukken bevindende verklaringen van</para>
      <para>de kapsters en uit de toelichtingen door de</para>
      <para>personeelsfunctionaris en de getuige ter zitting van de Raad</para>
      <para>gegeven, komt duidelijk naar voren dat er een overeenkomst</para>
      <para>tussen de bewoner en de kapster tot stand komt en dat de</para>
      <para>Stichting voor die bewoners die niet meer met geld kunnen</para>
      <para>omgaan, slechts fungeert als een soort incassobureau. De</para>
      <para>psychisch-geriatrisch en/of somatisch gehandicapte bewoners</para>
      <para>zelf of eventuele familieleden bepalen de frequentie van het</para>
      <para>bezoek aan de kapsalon. Door de kapsters wordt maandelijks een</para>
      <para>lijst opgesteld van de behandelde klanten. Deze lijst wordt</para>
      <para>vervolgens via het afdelingshoofd, die voor akkoord tekent,</para>
      <para>aan de administratie van de Stichting voorgelegd. De</para>
      <para>administratie betaalt dan vervolgens de kapsters. Dit doet</para>
      <para>evenwel aan het oordeel van de Raad niet af. De Stichting is</para>
      <para>door de bewoners respectievelijk hun wettelijke</para>
      <para>vertegenwoordigers gemachtigd het bedrag -via een soort</para>
      <para>rekening-courant verhouding met de bewoners- te voldoen. Ook</para>
      <para>komt het daarnaast overigens voor dat de bewoners</para>
      <para>respectievelijk hun familieleden rechtstreeks aan de kapsters</para>
      <para>betalen. Hoewel het zich nooit heeft voorgedaan, ligt het</para>
      <para>risico voor niet-betaling bij de kapster.</para>
      <para>Gelet op deze feiten is de Raad van oordeel dat op de</para>
      <para>Stichting geen verplichting tot loonbetaling rust. Het beroep</para>
      <para>van het bestuur op de uitspraken van de Raad van 16 augustus</para>
      <para>1995 in het geding Premie 1994/513 en van 26 september 1990 in</para>
      <para>het geding Premie 1988/128, gepubliceerd in RSV 1991/57,</para>
      <para>draagt niet bij tot onderbouwing van het standpunt van het</para>
      <para>bestuur. In de door het bestuur genoemde jurisprudentie</para>
      <para>bestond geen twijfel over de verplichting tot loonbetaling.</para>
      <para>Slechts de wijze waarop partijen vorm hadden gegeven aan deze</para>
      <para>verplichting was in geding.</para>
      <para>Gelet op het vorenstaande komt de Raad tot het oordeel dat</para>
      <para>niet gezegd kan worden dat de kapsters werkzaam zijn in een</para>
      <para>arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.</para>
      <para>Het beroep van de Stichting dat er evenmin sprake is van een</para>
      <para>gezagsverhouding behoeft dan ook geen bespreking meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in</para>
      <para>aanmerking. De Raad acht termen aanwezig het bestuur</para>
      <para>te veroordelen in de proceskosten van de Stichting in hoger</para>
      <para>beroep, ten bedrage van f 1.420,--, waarbij de Raad uitgaat</para>
      <para>van twee samenhangende zaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad beslist mitsdien, mede gelet op de artikelen 22, derde</para>
      <para>lid, en 25, derde lid, van de Beroepswet als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Veroordeelt het bestuur in de proceskosten van de Stichting in</para>
      <para>hoger beroep ten bedrage van f 1.420,--;</para>
      <para>Bepaalt dat het bestuur aan de Stichting het in hoger beroep</para>
      <para>gestorte recht van f 600,-- vergoedt;</para>
      <para>Bepaalt dat van het bestuur een recht van f 600,-- wordt</para>
      <para>geheven;</para>
      <para>Wijst de bedrijfsvereniging voor de Gezondheid, Geestelijke en</para>
      <para>Maatschappelijke Belangen aan als de rechtspersoon die de</para>
      <para>hiervoor genoemde kosten dient te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter en</para>
      <para>mr G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en mr L.J.A. Damen als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr H.D. Wolthuis als griffier en</para>
      <para>uitgesproken op 24 oktober 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) H.D. Wolthuis.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HD/HL</para>
      <para>111</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>