<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:17:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6325</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1996-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">95/2421 ABW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:2&amp;g=1996-08-20">Algemene wet bestuursrecht 1:2</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Gst. 1997-7049, 5 met annotatie van W.P.F. de Bruijn</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:48:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325 Centrale Raad van Beroep , 20-08-1996 / 95/2421 ABW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De Awb voorziet niet in de mogelijkheid dat beroep wordt ingesteld en een</para>
        <para> geding wordt gevoerd door een zaakwaarnemer in de zin van art. 6:198 e.v. BW.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>95/2421 ABW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant], lid van de Raad van Bestuur van [naam], te [vestigingsplaats] (appellant), beweerdelijk</para>
      <para>optredend als zaakwaarnemer van [betrokkene], laatstelijk</para>
      <para>gewoond hebbend te [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het College van burgemeester en wethouders van de</para>
      <para>gemeente Rotterdam, gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft bij besluit van 10 mei 1995 geweigerd</para>
      <para>bijstand ingevolge de Algemene Bijstandswet (ABW) te</para>
      <para>verlenen voor de kosten van de opname van [betrokkene] in</para>
      <para>[naam] te [vestigingsplaats], in de</para>
      <para>periode van 23 oktober 1994 tot en met 16 december 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 26 juni 1995 heeft [appellant], lid van</para>
      <para>de Raad van Bestuur van [naam] te</para>
      <para>[vestigingsplaats], beweerdelijk optredend als zaakwaarnemer van</para>
      <para>[betrokkene], tegen die weigering beroep ingesteld bij de</para>
      <para>Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 september 1995 heeft [appellant],</para>
      <para>voornoemd, nadere inlichtingen verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft op 2 oktober 1995 een verweerschrift</para>
      <para>ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van 9 juli 1996.</para>
      <para>Aldaar is slechts gedaagde, vertegenwoordigd door</para>
      <para>mr. J.W. van den Hurk, werkzaam bij de gemeente</para>
      <para>Rotterdam, verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het beroepschrift en in de brief van 8 september 1995</para>
      <para>stelt [appellant], meergenoemd, dat hij in de hoedanigheid</para>
      <para>van zaakwaarnemer als bedoeld in artikel 6:198 e.v. van</para>
      <para>het Burgerlijk Wetboek (BW) voor [betrokkene] beroep instelt</para>
      <para>tegen gedaagdes bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad overweegt dienaangaande dat op het</para>
      <para>onderwerpelijke beroep de Algemene wet bestuursrecht</para>
      <para>(Awb) van toepassing is.</para>
      <para>Ingevolge die wet kan tegen een besluit als het</para>
      <para>onderwerpelijke slechts een belanghebbende, zijnde degene</para>
      <para>wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken,</para>
      <para>beroep instellen.</para>
      <para>Ingevolge artikel 8:24 van de Awb kan een partij in</para>
      <para>persoon dan wel met bijstand een geding voeren of zich</para>
      <para>door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. De Awb</para>
      <para>voorziet niet in de mogelijkheid dat beroep wordt</para>
      <para>ingesteld en een geding wordt gevoerd door een</para>
      <para>zaakwaarnemer in de zin van artikel 6:198 e.v. van het</para>
      <para>BW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu [appellant], meergenoemd, te kennen heeft gegeven dat</para>
      <para>hij niet door [betrokkene] is gemachtigd om haar in het</para>
      <para>onderwerpelijke beroep te vertegenwoordigen en de Awb</para>
      <para>niet toestaat dat hij de onderwerpelijke procedure als</para>
      <para>zaakwaarnemer van [betrokkene] voert, moet hij geacht worden</para>
      <para>voor zichzelf beroep te hebben ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien hij niet kan worden aangemerkt als een</para>
      <para>belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb bij</para>
      <para>het in dit geding bestreden besluit, is de Raad van</para>
      <para>oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.</para>
      <para>Hetgeen bij beroepschrift en bij de brief van 8 september</para>
      <para>1995 naar voren is gebracht, heeft de Raad niet tot een</para>
      <para>ander oordeel kunnen brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan</para>
      <para>artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist is als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en</para>
      <para>mr. J.M.A. van der Kolk-Severijns en</para>
      <para>mr. Ch.J.G. Olde Kalter als leden, in tegenwoordigheid</para>
      <para>van mr. I. de Hartog als griffier, en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar op 20 augustus 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) C.G. Kasdorp.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I. de Hartog.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AS</para>
      <para>2908</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>