<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:47:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB6001</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1996-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">95/771 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=3&amp;g=1996-03-04">Werkloosheidswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=3&amp;g=1996-03-04">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002460&amp;artikel=3&amp;g=1996-03-04">Ziekenfondswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=3&amp;g=1996-03-04">Ziektewet 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:47:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001 Centrale Raad van Beroep , 04-03-1996 / 95/771 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of terecht en op goede gronden is vastgesteld dat voornoemde tennisleraren ingevolge de WW, ZW, Zfw en WAO verplicht verzekerd waren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>95/771 ALGEM                                 O.</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid,</para>
      <para>Geestelijke en Maatschappelijk[vestigingsplaats]angen, appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde], gevestigd te</para>
      <para>[vestigingsplaats], gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I.ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder dagtekening 15 juli 1993 heeft appellant aan gedaagde</para>
      <para>kennis gegeven van zijn besluit om de voor gedaagde</para>
      <para>in 1989 en 1990 werkzame tennisleraar [naam tennisleraar] en</para>
      <para>de voor gedaagde in 1989 werkzame tennislerares</para>
      <para>[naam tennislerares] aan te merken als werknemers in de zin</para>
      <para>van artikel 3 van de Werkloosheidswet (hierna: WW), de</para>
      <para>Ziektewet (hierna: ZW), de Ziekenfondswet (hierna: Zfw)</para>
      <para>en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna:</para>
      <para>WAO), en dat gedaagde ter zake van het door hen</para>
      <para>genoten loon over 1989 en 1990 ƒ 2.903,-- respectievelijk</para>
      <para>ƒ 3.351,-- aan premie verschuldigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Alkmaar heeft bij uitspraak</para>
      <para>van 2 januari 1995 het door gedaagde tegen voormeld</para>
      <para>besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, het</para>
      <para>bestreden besluit vernietigd, en appellants bedrijfsvereniging</para>
      <para>veroordeeld tot betaling van het door gedaagde</para>
      <para>betaalde griffierecht en de door gedaagde gemaakte proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is van die uitspraak bij de Raad in hoger</para>
      <para>beroep gekomen. In een aanvullend beroepschrift d.d.</para>
      <para>16 mei 1995, met als bijlage het zogenaamde Advies hoger</para>
      <para>beroep premie waarover door de Kleine Commissie is beslist,</para>
      <para>zijn de gronden uiteengezet waarop het hoger</para>
      <para>beroep berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 12 januari 1996 is namens gedaagde een</para>
      <para>verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Desgevraagd heeft appellant bij schrijven van 18 januari</para>
      <para>1996 de Raad nog nadere informatie verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden</para>
      <para>op 22 januari 1996, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen</para>
      <para>door mr J.A.M. der Weduwen en mr I. Veltrop,</para>
      <para>en gedaagde is verschenen bij gemachtigde B.M. Onstenk,</para>
      <para>penningmeester van gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II.MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of</para>
      <para>appellant terecht en op goede gronden heeft vastgesteld</para>
      <para>dat voornoemde tennisleraren ingevolge de WW, ZW, Zfw en</para>
      <para>WAO verplicht verzekerd waren, en dat appellante ter zake</para>
      <para>van het door deze tennisleraren genoten loon, premie</para>
      <para>ingevolge de WW, ZW, Zfw en WAO verschuldigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de Raad dient bij de beoordeling van</para>
      <para>de verzekeringsplicht allereerst een onderscheid worden</para>
      <para>gemaakt tussen de twee bij gedaagde werkzame tennisleraren.</para>
      <para>Het onderzoek van appellant heeft zich vrijwel geheel</para>
      <para>beperkt tot een vaststelling en beoordeling van de positie</para>
      <para>van [naam tennisleraar]. Uit de processtukken en de mededelingen</para>
      <para>ter zitting van de gemachtigde van appellant</para>
      <para>blijkt echter niet van een specifiek onderzoek naar de</para>
      <para>positie van [naam tennislerares], terwijl uit het ten behoeve</para>
      <para>van appellant opgestelde buitendienstrapport van</para>
      <para>5 februari 1992 naar voren komt dat zij voor meerdere</para>
      <para>tennisverenigingen werkzaam was, BTW in rekening heeft</para>
      <para>gebracht en afgedragen, en voor de inkomstenbelasting</para>
      <para>haar inkomsten uit de tennistrainingen heeft aangegeven</para>
      <para>als winst uit onderneming, hetgeen door de belastingdienst</para>
      <para>is geaccepteerd. Voor de bepaling van de positie</para>
      <para>van [naam tennislerares] heeft appellant zich niettemin</para>
      <para>uitsluitend gebaseerd op het contract dat gedaagde heeft</para>
      <para>gesloten met [naam tennisleraar]. In zoverre komt het bestreden</para>
      <para>besluit in aanmerking voor vernietiging wegens strijd met</para>
      <para>het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat een</para>
      <para>zorgvuldig onderzoek vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake de verzekeringsplicht ten aanzien van [naam tennisleraar]</para>
      <para>overweegt de Raad als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn uitspraak van 26 september 1990, RSV 1991/57</para>
      <para>achtte de Raad een reële gezagsverhouding aanwezig tussen</para>
      <para>de betrokken tennisvereniging en de betrokken tennisleraar.</para>
      <para>Weliswaar was de betrokken tennisleraar vrij om de</para>
      <para>tennislessen naar eigen deskundigheid en inzicht vorm en</para>
      <para>inhoud te geven, hetgeen bij lesgevende activiteiten niet</para>
      <para>ongebruikelijk is, maar het bestuur van de tennisvereniging</para>
      <para>hield in betekenende mate toezicht op de vorderingen</para>
      <para>van de leerlingen en leverde soms commentaar op de trainingsactiviteiten</para>
      <para>van de leraar, terwijl de leraar in economisch opzicht afhankelijk was van de vereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het dwingende karakter van een aantal bedingen</para>
      <para>opgenomen in de overeenkomst tussen Reinhard en gedaagde</para>
      <para>is de Raad van oordeel dat de indicaties die wijzen op</para>
      <para>het ontbreken van een gezagsverhouding in verhouding</para>
      <para>minder sterk zijn dan de indicaties die op het tegendeel</para>
      <para>wijzen.</para>
      <para>Te noemen valt dat Reinhard de voorschriften met betrekking</para>
      <para>tot het gebruik van de baan nauwgezet in acht moet</para>
      <para>nemen, zich moet houden aan het in overleg vastgestelde</para>
      <para>rooster, alle voorkomende problemen met een bestuurslid</para>
      <para>van gedaagde moet bespreken, en de vakantieperiodes in</para>
      <para>overleg met gedaagde moet regelen. Voorts verbindt</para>
      <para>Reinhard zich mede tegenover gedaagde de afspraken met</para>
      <para>leden nauwgezet na te komen, en aan het bestuur, de</para>
      <para>jeugdcommissie en de technische commissie van gedaagde</para>
      <para>alle inlichtingen, die zij ter vervulling van hun taken</para>
      <para>menen te moeten vragen, naar beste weten prompt te ver-</para>
      <para>strekken. Reinhard zal verder naar vermogen de trainersvergaderingen</para>
      <para>bijwonen en zich tegenover gedaagde en haar</para>
      <para>organen loyaal opstellen.</para>
      <para>Daarnaast is bepaald dat Reinhard als hoofdtrainer van</para>
      <para>gedaagde functioneert. Verder geeft gedaagde een garantie</para>
      <para>aan Reinhard voor een aantal lessen van door haar gesubsidieerde</para>
      <para>jeugdleden, en staat gedaagde in voor de betaling</para>
      <para>door deze leden. Gedaagde staat weliswaar niet in</para>
      <para>voor de betaling van het verschuldigde lesgeld door niet</para>
      <para>gesubsidieerde gewone leden, maar zal ter zake wel bemiddelend</para>
      <para>optreden en indien nodig tegen een wanbetaler</para>
      <para>gepaste maatregelen nemen. Verder staat gedaagde er voor</para>
      <para>in dat Reinhard bij stipte naleving van de overeenkomst</para>
      <para>in het zomerseizoen aan de leden van gedaagde 18 weken en</para>
      <para>in het winterseizoen aan de gesubsidieerde leden 20 weken</para>
      <para>les zal kunnen geven. Daarnaast garandeert gedaagde dat</para>
      <para>Reinhard gedurende het winterseizoen minimaal 20 lesuren</para>
      <para>aan gesubsidieerde leden en gedurende het zomerseizoen</para>
      <para>minimaal 35 lesuren aan leden en gesubsidieerde leden les</para>
      <para>zal kunnen geven. Ten slotte betaalt gedaagde aan Reinhard</para>
      <para>gedurende het zomerseizoen twee taakuren per week</para>
      <para>uit voor taken in de sfeer van begeleiding en coaching.</para>
      <para>Deze garanties en andere verplichtingen van gedaagde</para>
      <para>vervallen indien Reinhard zijn verplichtingen niet nakomt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geheel overziende concludeert de Raad dat Reinhard de</para>
      <para>hoofdtrainer van gedaagde was die zoveel als mogelijk de</para>
      <para>hele week voor gedaagde werkzaam was én beschikbaar</para>
      <para>diende te zijn. In die situatie was gezien de geschetste</para>
      <para>indicaties sprake van een reële gezagsverhouding. Appellant</para>
      <para>heeft derhalve terecht en op goede gronden vastgesteld</para>
      <para>dat Reinhard ten tijde hier van belang ingevolge de</para>
      <para>WW, ZW, Zfw en WAO verplicht verzekerd was, en dat gedaagde</para>
      <para>ter zake van het door Reinhard vanaf 1 juli 1989,</para>
      <para>en in 1990 genoten loon, premie ingevolge de WW, ZW, Zfw</para>
      <para>en WAO verschuldigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van</para>
      <para>[naam tennislerares] kunnen de aangevallen uitspraak en het</para>
      <para>bestreden besluit evenwel niet in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu appellant slechts gedeeltelijk in het gelijk is gesteld,</para>
      <para>dient echter de in de aangevallen uitspraak uitgesproken</para>
      <para>veroordeling tot vergoeding van het griffierecht</para>
      <para>ad f 25,-- en van de proceskosten ten bedrage van</para>
      <para>f 1.420,-- in stand te worden gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Daarom moet als volgt worden beslist.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III.BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, behoudens voorzover</para>
      <para>daarbij de bestreden beslissing met betrekking tot</para>
      <para>[naam tennisleraar] is vernietigd en behoudens voor zover daarin</para>
      <para>over de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten</para>
      <para>in eerste aanleg is beslist;</para>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;</para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit, behoudens voor zover</para>
      <para>daarin over de verzekeringsplicht ten aanzien van</para>
      <para>[naam tennisleraar] is beslist;</para>
      <para>Bepaalt dat van appellant een recht van f 600,-- wordt</para>
      <para>geheven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter</para>
      <para>en mr G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en mr L.J.A. Damen</para>
      <para>als leden, in tegenwoordigheid van mr H.D. Wolthuis als</para>
      <para>griffier en uitgesproken in het openbaar op 4 maart 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) H.D. Wolthuis.</para>
    <para />
    <para />
    <para>RH  0104</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>