<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:41:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB1459</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1995-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ZW 94/358</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:31&amp;g=1995-07-05">Algemene wet bestuursrecht 8:31</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:37&amp;g=1995-07-05">Algemene wet bestuursrecht 8:37</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1995, 306</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:31:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459 Centrale Raad van Beroep , 05-07-1995 / ZW 94/358</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1459:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>ZW 1994/358</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Tabakverwerkende en Agrarische</para>
      <para>Bedrijven, gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 29 september 1993 is vanwege gedaagde aan appellant kennis</para>
      <para>gegeven van het besluit om hem met ingang van 30 juni 1992 geen verdere</para>
      <para>uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toe te kennen, omdat hij niet meer</para>
      <para>ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn werk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Rotterdam heeft bij uitspraak van 1 juni</para>
      <para>1994 het tegen voormeld besluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk</para>
      <para>verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen op de bij aanvullend</para>
      <para>beroepschrift aangevoerde gronden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft bij brief van 25 november 1994 van verweer gediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter terechtzitting van de Raad, gehouden op 24 mei</para>
      <para>1995, waar appellant, die de Raad nog enkele stukken heeft doen toekomen,</para>
      <para>niet is verschenen, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr M.L.C. de Jonge, werkzaam bij het Gezamenlijk Uitvoeringsorgaan (GUO).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de eerste rechter met toepassing van het</para>
      <para>bepaalde in artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) appellants</para>
      <para>beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij niet heeft voldaan aan de</para>
      <para>verplichting om mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8:47</para>
      <para>van de Awb.</para>
      <para>Bij de vorming van dit oordeel heeft de rechtbank overwogen, dat appellant</para>
      <para>verwijtbaar nalatig is geweest door aan de rechtbank geen mededeling te</para>
      <para>doen van zijn verhuizing -hetgeen uitdrukkelijk werd verlangd in de aan hem</para>
      <para>gerichte brief van 15 oktober 1993, waarbij de ontvangst van het</para>
      <para>inleidend klaagschrift werd bevestigd- ten gevolge waarvan appellant de</para>
      <para>oproeping voor een geneeskundig onderzoek bij H.J. van den Brand,</para>
      <para>neuroloog te Rotterdam, op 2 februari 1994 niet tijdig heeft ontvangen en</para>
      <para>niet voor dat onderzoek is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet zich in dit geding gesteld voor de vraag of de eerste rechter</para>
      <para>het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend en heeft daarbij het volgende</para>
      <para>overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar uit de gedingstukken blijkt, heeft de eerste rechter bij brief van 24</para>
      <para>januari 1994 aan de neuroloog</para>
      <para>H.J. van den Brand, voornoemd, verzocht appellant te onderzoeken en van</para>
      <para>verslag en advies te dienen omtrent de vraag of hij op en na 30 juni 1992</para>
      <para>geschikt of ongeschikt was voor zijn werk. Bij de desbetreffende brief</para>
      <para>heeft de rechtbank aan voornoemde neuroloog tevens een door de griffier</para>
      <para>ondertekend, wat betreft tijd en plaats van het onderzoek door de</para>
      <para>deskundige nader in te vullen, oproepingsformulier doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar de Raad, gelet op de zich onder de gedingstukken bevindende originele</para>
      <para>envelop waarin dat formulier - naar moet worden aangenomen - werd verstuurd,</para>
      <para>moet vaststellen is deze oproeping op 27 januari 1994 niet bij aangetekende</para>
      <para>brief aan appellant verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien hierdoor is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 8:37</para>
      <para>van de Awb, kan aan het niet voldoen aan die oproeping niet de door de</para>
      <para>eerste rechter getrokken conclusie worden verbonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het beroep van appellant in eerste aanleg</para>
      <para>ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
      <para>De aangevallen uitspraak kan derhalve niet in stand blijven en met</para>
      <para>ontvankelijkverklaring van het beroep dient de zaak overeenkomstig artikel</para>
      <para>26 van de Beroepswet te worden teruggewezen naar de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing over de proceskosten van het geding tot en met deze</para>
      <para>verwijzing dient te worden genomen mede in het licht van de uitkomst van de</para>
      <para>beoordeling ten gronde van appellants beroep.</para>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsmede op het bepaalde in artikel</para>
      <para>25 van de Beroepswet, stelt de Raad tenslotte vast dat het door appellant</para>
      <para>in hoger beroep gestorte griffierecht dient te worden vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt mitsdien als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart appellant alsnog ontvankelijk in het in eerste aanleg ingestelde</para>
      <para>beroep;</para>
      <para>Wijst de zaak terug naar de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam;</para>
      <para>Verstaat dat gedaagdes bedrijfsvereniging aan appellant het gestorte recht</para>
      <para>van f 150,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter</para>
      <para>en mr M.A. Hoogeveen en mr Chr. van Voorst als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 5 juli 1995 door voornoemde voorzitter, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van voornoemde griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.E. Lysen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>