<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:05:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB5519</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL0441</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AN4912</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1994-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ZFW 92/12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBV0001017&amp;artikel=26&amp;g=1994-11-18">Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002520&amp;artikel=25&amp;g=1994-11-18">Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering 25</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002520&amp;artikel=27&amp;g=1994-11-18">Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002520&amp;artikel=27&amp;g=1994-11-18">Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002460&amp;artikel=10&amp;g=1994-11-18">Ziekenfondswet 10</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1996, 39</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1995, 217</rdf:li>
          <rdf:li>RZA 1995, 11</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:45:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519 Centrale Raad van Beroep , 18-11-1994 / ZFW 92/12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Europese verdragen; discriminatie naar nationaliteit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1994:ZB5519:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>ZFW 1992/12</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>B. Hallouzi, wonende te Amsterdam, eiser,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Ziekenfonds Amsterdam en Omstreken, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 19 november 1987 heeft gedaagde aan eiser kennis gegeven van</para>
      <para>een beslissing tot weigering van vergoeding van kosten, gemaakt bij het</para>
      <para>inroepen van geneeskundige hulp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voormalige Raad van Beroep te Amsterdam heeft het tegen deze beslissing</para>
      <para>ingestelde beroep bij uitspraak van 30 juni 1992 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens eiser heeft mr C.A.J. de Roy van Zuydewijn tegen deze uitspraak</para>
      <para>hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de bij aanvullend beroepschrift van 22 januari 1993 aangevoerde gronden</para>
      <para>heeft zij de Raad verzocht de uitspraak van de Raad van Beroep en</para>
      <para>gedaagdes bestreden beslissing te vernietigen en te bepalen dat gedaagde</para>
      <para>eisers verzoek om vergoeding van kosten zal honoreren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij fax-schrijven van 3 oktober 1994 heeft de gemachtigde van eiser de Raad</para>
      <para>nog   een stuk doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter terechtzitting van de Raad, gehouden op 7</para>
      <para>oktober 1994. Van partijen is daar alleen eiser verschenen, en wel bij</para>
      <para>gemachtigde</para>
      <para>mr De Roy van Zuydewijn voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 januari 1994 is de Algemene wet bestuursrecht (hierna:</para>
      <para>Awb) in   werking getreden en de Beroepswet gewijzigd. De in dit kader</para>
      <para>gegeven wettelijke   regels van overgangsrecht brengen echter mee dat op</para>
      <para>het onderhavige hoger beroep moet worden beslist met toepassing van het</para>
      <para>procesrecht zoals dat luidde vóór</para>
      <para>1 januari 1994, behoudens wat betreft de mogelijkheid van vergoeding van</para>
      <para>proceskosten, als geregeld in artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en woont met zijn gezin in</para>
      <para>Nederland. Tijdens een kort verblijf in Brussel voor familiebezoek in</para>
      <para>augustus 1987 is eisers dochter Hanan, geboren 17 juni 1986, met acute</para>
      <para>ziekteverschijnselen opgenomen in een Belgisch ziekenhuis, waar medische</para>
      <para>behandeling heeft plaatsgevonden. De kosten van opname en behandeling ten</para>
      <para>bedrage van BFR 29.317 zijn aan eiser in rekening gebracht. Eisers</para>
      <para>ziektekostenverzekeraar, te weten   gedaagde, bij wie Hanan als mede-</para>
      <para>verzekerde is ingeschreven, heeft geweigerd deze kosten aan eiser te</para>
      <para>vergoeden. Hieraan heeft gedaagde ten grondslag gelegd het bepaalde in de</para>
      <para>artikelen 25 lid sub en c en artikel 27 van het op artikel 10 van de</para>
      <para>Ziekenfondswet berustende Verstrekkingenbesluit (nader uitgewerkt in het</para>
      <para>Besluit van de Ziekenfondsraad van 21 december 67, Stcrt. 1968,18), terwijl</para>
      <para>voorts in de beslissing is overwogen dat eiser aan het bepaalde in de</para>
      <para>Verordening EEG nr. 1408/71 geen aanspraken kan ontlenen, aangezien hij</para>
      <para>geen onderdaan is van één van de EEG-lidstaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad van Beroep heeft deze beslissing in stand gelaten, daarbij het</para>
      <para>beroep   namens eiser op artikel 41, lid 1, van de</para>
      <para>Samenwerkingsovereenkomst tussen de EEG en Marokko en op artikel 26 van het</para>
      <para>Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR,</para>
      <para>Trb. 1978,177) verwerpende.</para>
      <para>In hoger beroep heeft eiser zich met name op de twee laatstgenoemde</para>
      <para>internationaalrechtelijke bepalingen beroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil, en ook de Raad aanvaardt als juist,</para>
      <para>dat eiser krachtens nationaal recht geen aanspraak op vergoeding van de</para>
      <para>onderwerpelijke kosten kan maken.</para>
      <para>Het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering beperkt die mogelijkheid,</para>
      <para>voorzover hier van belang, tot gevallen waarin sprake is van verblijf</para>
      <para>buitenslands wegens beroepswerkzaamheden.</para>
      <para>Hier doet zich derhalve niet een geval voor als waarvan sprake was in zowel</para>
      <para>het   arrest Kziber (Hof van Justitie der EG d.d. 31 januari 1991, zaak</para>
      <para>C-18/90, zie RSV 1993/3) als het arrest Yousfi (idem, d.d. 23 februari</para>
      <para>1994, zaak C-58/93, nog niet gepubliceerd), te weten de weigering van een</para>
      <para>prestatie waarin de wetgeving van een lidstaat voorziet, op grond van de</para>
      <para>nationaliteit van de betrokkene (zie het dictum van beide arresten). Naar</para>
      <para>het oordeel van de Raad is   de strekking van artikel 41,</para>
      <para>lid 1, van de Samenwerkingsovereenkomst tot laatstbedoelde categorie</para>
      <para>gevallen   beperkt;</para>
      <para>in het bijzonder is niet aannemelijk dat die bepaling er mede toe strekt</para>
      <para>elk onderscheid naar nationaliteit tussen onderdanen van EG-lidstaten die</para>
      <para>zich binnen de gemeenschap bewegen en Marokkanen die zich in de</para>
      <para>gemeenschap bevinden, weg te nemen. In de laatste, namens eiser verdedigde</para>
      <para>opvatting zou bovendien het nader in artikel 41 van de overeenkomst</para>
      <para>bepaalde overbodig zijn, aangezien dan de overeenkomstige voorschriften van</para>
      <para>EG-regelgeving reeds uit kracht van het verbod van discriminatie naar</para>
      <para>nationaliteit op binnen de gemeenschap verblijvende Marokkanen van</para>
      <para>toepassing zouden zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep op artikel 26 IVBPR moet eveneens falen.</para>
      <para>Ook het discriminatieverbod van die bepaling heeft, blijkens haar tekst,</para>
      <para>betrekking op de toepassing en de inhoud van de nationale wetgeving van de</para>
      <para>verdragsluitende staten. Het artikel bevat geen gebod aan een staat in zijn</para>
      <para>hoedanigheid van partij bij het IVBPR om alle personen, ongeacht hun</para>
      <para>nationaliteit, te behandelen overeenkomstig de standaard die in andere</para>
      <para>verdragen tussen de betreffende staat en een of meer andere is overeengekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande moet leiden tot bevestiging van de aangevallen uitspraak.</para>
      <para>Er zijn geen termen om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr N.J. Haverkamp als voorzitter en</para>
      <para>mr H.J. Grendel en mr F.P. Zwart als leden, in tegenwoordigheid van L.J.</para>
      <para>van Krimpen als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 november 1994 door voornoemde</para>
      <para>voorzitter, in   tegenwoordigheid van voornoemde griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) N.J. Haverkamp.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(get.) L.J. van Krimpen.</para>
      <para>AS</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>