<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:55:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB0806</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1994-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AAW/WAO 94/336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3&amp;g=1994-07-28">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:45&amp;g=1994-07-28">Algemene wet bestuursrecht 8:45</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:73&amp;g=1994-07-28">Algemene wet bestuursrecht 8:73</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:75&amp;g=1994-07-28">Algemene wet bestuursrecht 8:75</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002170&amp;artikel=21&amp;g=1994-07-28">Beroepswet 21</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1995, 133 met annotatie van R.M. van Male</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1995, 40</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1995, 19</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1994/688</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2004/110</rdf:li>
          <rdf:li>JB 1994/221</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806 Centrale Raad van Beroep , 28-07-1994 / AAW/WAO 94/336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0806:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>AAW/WAO 1994/336                                     O.</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>op de verzoeken van:</para>
    <para />
    <para>A. wonende te B., verzoekster.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. INLEIDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 3 juli 1990 is verzoekster vanwege het bestuur van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke</para>
      <para>Belangen (hierna: het bestuursorgaan) in kennis gesteld van een besluit,</para>
      <para>waarbij de haar eerder toegekende uitkeringen ingevolge de Algemene</para>
      <para>Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</para>
      <para>met ingang van 1 juni 1990 zijn ingetrokken, omdat het bestuursorgaan heeft</para>
      <para>aangenomen dat verzoekster niet langer arbeidsongeschikt was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 30</para>
      <para>december 1993 het namens verzoekster tegen dit besluit ingestelde beroep</para>
      <para>gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.</para>
      <para>Een afschrift van die uitspraak is op 28 januari 1994 aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestuursorgaan heeft bij beroepschrift van</para>
      <para>10 februari 1994 tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 21 maart 1994 heeft mr. L.A.A. Ongenae, werkzaam bij de</para>
      <para>Rechtskundige Dienst FNV, zich als gemachtigde van verzoekster gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 april 1994 heeft het bestuursorgaan het ingestelde hoger</para>
      <para>beroep ingetrokken en daarvan mededeling gedaan aan verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 april 1994 heeft mr. Ongenae voornoemd, verzoeken om een</para>
      <para>proceskostenveroordeling en om vergoeding van renteschade bij de Raad</para>
      <para>ingediend.</para>
      <para>Desgevraagd heeft mr. Ongenae deze verzoeken bij brief van 21 juni 1994</para>
      <para>nader toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben toestemming gegeven voor het achterwege blijven van een</para>
      <para>zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>1. De kosten van het geding in eerste aanleg</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft uitspraak gedaan voor 1 januari 1994.</para>
      <para>Gelet op hetgeen de Raad in zijn in JB 1994/85 gepubliceerde uitspraak</para>
      <para>heeft beslist omtrent de betekenis van artikel I, zevende lid, van de Wet</para>
      <para>voltooiing eerste fase herziening van de rechterlijke organisatie, zoals</para>
      <para>gewijzigd bij Aanpassingswet Awb III, Stb. 1993, 650 en 690, worden de</para>
      <para>kosten van het geding in eerste aanleg in zo'n geval niet betrokken in een</para>
      <para>proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht (Awb).</para>
      <para>Het gegeven dat een afschrift van de uitspraak na</para>
      <para>1 januari 1994 aan partijen is gezonden, acht de Raad, anders dan de</para>
      <para>gemachtigde van verzoekster, in dat verband niet beslissend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster zal zich voor de vergoeding van die kosten kunnen verstaan met</para>
      <para>het bestuursorgaan en bij een eventueel geschil de burgerlijke rechter</para>
      <para>kunnen adiëren met een vordering tot schadevergoeding op grond van</para>
      <para>onrechtmatige daad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De kosten van het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met</para>
      <para>het eerste lid van artikel 8:75 van de Awb  - voor zover hier van belang - is</para>
      <para>de Raad bij uitsluiting van een andere rechter bevoegd een partij te</para>
      <para>veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met het hoger</para>
      <para>beroep bij de Raad redelijkerwijs heeft moeten maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het derde lid van artikel 8:75 geeft in geval van intrekking van het hoger</para>
      <para>beroep aan de indiener van het beroepsschrift een bijzondere rechtsingang</para>
      <para>voor het verkrijgen van een afzonderlijke uitspraak over de veroordeling in</para>
      <para>de kosten van het bestuursorgaan.</para>
      <para>Een dergelijke rechtsingang ontbreekt in geval van intrekking van het</para>
      <para>hoger beroep door het bestuursorgaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel III, onderdeel D, van hoofdstuk I van het voorstel van wet tot</para>
      <para>Wijziging van de Awb alsmede aanpassing van een aantal wetten aan de Awb</para>
      <para>(Leemtewet Awb), TK 1993-1994, 23.780, beoogt deze onvolkomenheid te</para>
      <para>verhelpen door de invoeging van een nieuw artikel 21a in de Beroepswet. Het</para>
      <para>verlenen van terugwerkende kracht is evenwel in de slotbepalingen van het</para>
      <para>wetsvoorstel beperkt tot een andere, hier niet van belang zijnde bepaling,</para>
      <para>terwijl aan alle overige bepalingen blijkens artikel III van hoofdstuk 13</para>
      <para>van dat wetsvoorstel geen terugwerkende kracht wordt verleend, zodat het er</para>
      <para>thans voor moet worden gehouden dat deze leemte niet met terugwerkende</para>
      <para>kracht wordt opgevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande neemt niet weg dat bij de beoordeling van de</para>
      <para>ontvankelijkheid rekening moet worden gehouden met de verplichtingen die</para>
      <para>voortvloeien uit artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de</para>
      <para>rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, onder meer inhoudend dat</para>
      <para>een ieder bij de vaststelling van zijn burgerlijke rechten recht heeft op</para>
      <para>behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat</para>
      <para>bij de wet is ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de uit evenvermelde verdragsbepaling voortvloeiende verplichtingen acht</para>
      <para>de Raad, gelet op het vorenoverwogene, niet verenigbaar dat verzoekster</para>
      <para>niet zou kunnen worden ontvangen in haar verzoek om het bestuursorgaan te</para>
      <para>veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep. Verzoekster is</para>
      <para>derhalve ontvankelijk in dat verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het ter uitvoering daarvan</para>
      <para>gegeven Besluit proceskosten bestuursrecht (Stb. 1993, 763) overweegt de</para>
      <para>Raad inzake de kosten van de aan verzoekster verleende rechtsbijstand dat</para>
      <para>toepassing van het in de bijlage bij dat Besluit opgenomen tarief als</para>
      <para>bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a van dat Besluit geen punten</para>
      <para>oplevert die tot vergoeding van kosten als daar vermeld kunnen leiden.</para>
      <para>De brief van 21 maart 1994 waarmee mr. Ongenae zich slechts als gemachtigde</para>
      <para>stelt kan niet als een verweerschrift in de zin van het zojuist vermelde</para>
      <para>voorschrift gelden. De brief van 21 juni 1994 van deze gemachtigde kan</para>
      <para>niet worden aangemerkt als het geven van inlichtingen als bedoeld in</para>
      <para>artikel 8:45 van de Awb.</para>
      <para>Voorts overweegt de Raad dat hem van andere op grond van artikel 8:75 van</para>
      <para>de Awb te vergoeden kosten niet is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek om een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van</para>
      <para>de Awb wordt dan ook afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De renteschade</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de bij brief van 21 juni 1994 door mr. Ongenae gegeven toelichting</para>
      <para>gaat het om een op de voet van artikel 8:73 van de Awb vast te stellen</para>
      <para>vergoeding van rente omdat het bestuursorgaan vanaf 1 juni 1990 geen</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan verzoekster heeft betaald en eerst in</para>
      <para>juni 1994 tot nabetaling en verrekening overgaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het krachtens artikel 21 van de Beroepswet op het hoger beroep van</para>
      <para>overeenkomstige toepassing zijnde artikel 8:73 van de Awb luidt - voor zover</para>
      <para>hier van belang - als volgt:</para>
      <para>"1. Indien de rechtbank het beroep gegrond verklaart, kan zij, op verzoek</para>
      <para>van een partij de door haar aangewezen rechtspersoon veroordelen tot</para>
      <para>vergoeding van de schade die die partij lijdt.</para>
      <para>2. (...)".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat in het eerste lid van artikel 8:73 van de Awb een</para>
      <para>bevoegdheid is gegeven aan de administratieve rechter tot veroordeling om</para>
      <para>schadevergoeding te betalen doch dat die bevoegdheid hem niet bij</para>
      <para>uitsluiting van de burgerlijke rechter toekomt, terwijl bovendien moet zijn</para>
      <para>voldaan aan bepaalde voorwaarden.</para>
      <para>Een van deze voorwaarden is dat het verzoek tijdens de procedure moet zijn</para>
      <para>gedaan. Aan deze voorwaarde is niet voldaan, nu verzoekster haar verzoek om</para>
      <para>het bestuursorgaan te veroordelen om haar renteschade te vergoeden</para>
      <para>eerst heeft gedaan nadat het geding door intrekking van het hoger beroep</para>
      <para>was geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad voegt daaraan toe dat artikel 8:73 van de Awb niet de mogelijkheid</para>
      <para>biedt tot het voeren van een zelfstandige procedure ter verkrijging van</para>
      <para>schadevergoeding, in die zin dat, zoals in het voorliggende geval, het</para>
      <para>verzoek na een door de intrekking van het hoger beroep door het</para>
      <para>bestuursorgaan afgesloten procedure wordt gedaan door de wederpartij die</para>
      <para>zelf geen hoger beroep heeft ingesteld. Het verzoek om een veroordeling tot</para>
      <para>schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van de Awb moet dan ook</para>
      <para>niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter voorlichting van partijen merkt de Raad nog op van oordeel te zijn dat</para>
      <para>daarmee de weg naar de administratieve rechter niet definitief is</para>
      <para>afgesloten. Het staat verzoekster vrij om ter zake van de door haar</para>
      <para>verlangde vergoeding van renteschade alsnog een besluit van het</para>
      <para>bestuursorgaan uit te lokken.</para>
      <para>Een dergelijk besluit hangt zozeer samen met het eerdere (appellabele)</para>
      <para>besluit, waarbij wijziging in de aanspraak op toegekende</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is gebracht, dat het, ertoe strekkend om</para>
      <para>de gestelde renteschade als gevolg van het door de rechtbank vernietigde</para>
      <para>besluit geheel, gedeeltelijk of niet te vergoeden, als een besluit in de</para>
      <para>zin van artikel 1:3 van de Awb is aan te merken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:75 van de Awb af;</para>
      <para>Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:73 van de Awb</para>
      <para>niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk als voorzitter, mr. M.A.</para>
      <para>Hoogeveen en mr. T. Hoogenboom als leden, in tegenwoordigheid van B.C.</para>
      <para>Rog als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 1994 door voornoemde voorzitter, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr. B. Serno als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) G.A.J. van den Hurk.</para>
    <para />
    <para>(get.) B. Serno.              (get.) B.C. Rog.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>