<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-04T07:54:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB4415</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1993-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AW 91/601</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-04T07:53:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415 Centrale Raad van Beroep , 15-04-1993 / AW 91/601</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herhaling jp: bij proeftijd redelijkerwijs te stellen eis om in staat te zijn met normaal te noemen continuïteit de functie te vervullen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1993:ZB4415:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>AW 1991/601</para>
  <para />
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>
    [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,</para>
    <para>gedaagde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij brief van 19 juli 1990 is zijdens gedaagde aan eisers gemachtigde</para>
    <para>mededeling gedaan van het op 13 juli 1990 genomen besluit om de door eiser</para>
    <para>ingediende bezwaren tegen het besluit om hem na 1 mei 1990 geen nieuwe</para>
    <para>aanstelling te verlenen ongegrond te verklaren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het voormalige Ambtenarengerecht te Rotterdam heeft bij uitspraak van 25</para>
    <para>september 1991, nr. AW 1990/427 B3, eisers beroep tegen bovengenoemd</para>
    <para>besluit van 13 juli 1990 ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Eiser is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het geding is behandeld ter terechtzitting van de Raad van 25 maart 1993,</para>
    <para>waar eiser in persoon is verschenen met bijstand van mr. P.T.M. de Haan,</para>
    <para>advocaat te Rotterdam als zijn raadsman, terwijl gedaagde zich heeft laten</para>
    <para>vertegenwoordigen door mr. B. van Hassel-van Roon, ambtenaar bij de</para>
    <para>Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Eiser is met ingang van 1 augustus 1987 in tijdelijke dienst voor een</para>
    <para>periode van twee jaar - in verband met proeftijd - aangesteld om werkzaam</para>
    <para>te zijn als medewerker algemene dienst bij de Dienst voor reiniging,</para>
    <para>ontsmetting, transport en bedrijfswerkplaatsen (ROTEB), welke aanstelling</para>
    <para>nadien in verband met eisers veelvuldig ziekteverzuim is verlengd tot 1 mei</para>
    <para>1990.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het bestreden besluit houdt in het dienstverband van eiser na afloop van de</para>
    <para>verlengde proeftijd niet voort te zetten. Een zodanig besluit is volgens</para>
    <para>vaste jurisprudentie van de Raad geoorloofd wanneer de betrokken ambtenaar</para>
    <para>tijdens de proeftijd niet heeft voldaan aan in redelijkheid te stellen</para>
    <para>eisen en verwachtingen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad heeft in dat kader reeds eerder als zijn oordeel uitgesproken dat</para>
    <para>frequente afwezigheid wegens ziekte in de aan een besluit als het</para>
    <para>onderhavige ten grondslag liggende belangenafweging een rol mag spelen,</para>
    <para>indien in dat verzuim geen verandering ten goede valt te verwachten en een</para>
    <para>betrokkene als eiser daardoor niet heeft voldaan noch kan voldoen aan de</para>
    <para>redelijkerwijs te stellen eis in staat te zijn met een normaal te noemen</para>
    <para>continuïteit zijn functie te vervullen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad onderschrijft het oordeel van de eerste rechter dat voormelde</para>
    <para>situatie zich in casu voordeed.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gedaagde die op de hoogte was van eisers ziekte psoriasis, had bij de</para>
    <para>aanstelling een verhoogd verzuimrisico ingecalculeerd, maar hij behoefde</para>
    <para>naar het oordeel van de Raad geen rekening te houden met een zo omvangrijk</para>
    <para>verzuim als zich in feite heeft gemanifesteerd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aangezien de Raad ook overigens in hetgeen in hoger beroep naar voren is</para>
    <para>gebracht geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat de</para>
    <para>aangevallen uitspraak niet met juistheid zou zijn gewezen, dient te worden</para>
    <para>beslist als volgt:</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter</para>
    <para>en mr. Ch. de Vrey en mr. A.J.Th. Dörenberg als leden, in</para>
    <para>tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 15 april 1993 door</para>
    <para>mr. J. Boesjes als voorzitter, in tegenwoordigheid van voornoemde</para>
    <para>griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) J. Boesjes.        (get.) J. Janssen.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) P.H. Schippers.</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>HD</para>
    <para>15.04</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>