<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-03T12:05:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB1973</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1989-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AAW/WAO 85/S 338</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=21&amp;g=1989-06-22">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 21</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=57&amp;g=1989-06-22">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 57</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-03T11:58:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973 Centrale Raad van Beroep , 22-06-1989 / AAW/WAO 85/S 338</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking en terugvordering Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering omdat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt moest worden geacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>AAW/WAO 1985/S 338</para>
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>
    [eiser], wonende te[woonplaats], eiser,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Chemische Industrie,</para>
    <para>gedaagde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Voor een uiteenzetting van de voor dit geding van belang zijnde feiten</para>
    <para>verwijst   de Raad naar rubriek 3 van de aangevallen uitspraak.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tussen partijen is in dit geding in de eerste plaats in geschil of gedaagde</para>
    <para>bij   de bestreden beslissing van 2 augustus 1984 terecht de aan eiser</para>
    <para>toegekende uitkeringen ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet</para>
    <para>(AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk</para>
    <para>berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%, ingaande 1</para>
    <para>januari 1982 heeft ingetrokken, omdat hij ingaande die datum minder dan 15%</para>
    <para>arbeidsongeschikt moest worden geacht. Voorts verschillen partijen van</para>
    <para>mening over de vraag of gedaagde bij dezelfde beslissing terecht heeft</para>
    <para>besloten om de over de periode van 1 januari 1982 tot 1 augustus 1983 aan</para>
    <para>eiser ten onrechte betaalde uitkeringen terug te vorderen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Evenals de eerste rechter beantwoordt de Raad beide vragen bevestigend en</para>
    <para>overweegt daartoe het volgende.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Eiser kon volgens de hoofdregel geldend voor de vaststelling van de</para>
    <para>arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW en de WAO ingaande 1 januari</para>
    <para>1982 niet meer als arbeidsongeschikt worden aangemerkt omdat de verdiensten</para>
    <para>die hij op deze datum had het loon, dat hij zou hebben kunnen verdienen als</para>
    <para>onderhoudsmonteur (als hij voor dit werk niet ongeschikt was geworden),</para>
    <para>overtroffen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Van een relevant verlies aan verdienvermogen en daarmee van</para>
    <para>arbeidsongeschiktheid zou op die datum bij eiser alleen dan nog sprake zijn</para>
    <para>indien - zoals namens eiser is bepleit - toepassing zou moeten worden gegeven</para>
    <para>aan   artikel 21, lid 1 aanhef en onder b van de WAO (zoals dit artikel tot</para>
    <para>1 januari   1987 luidde), welke bepaling voorschrijft dat bij de</para>
    <para>vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid zoveel doenlijk rekening</para>
    <para>wordt gehouden met nieuwe bekwaamheden, die een belanghebbende na het</para>
    <para>intreden van zijn arbeidsongeschiktheid heeft verkregen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Namens eiser is in dit verband gesteld dat eiser nieuwe bekwaamheden in de</para>
    <para>zin van het zojuist genoemde artikel had verkregen, dat eisers maatman</para>
    <para>dientengevolge is gewijzigd en dat als inkomen van eisers maatman moet</para>
    <para>worden beschouwd het inkomen dat behoorde bij de functie van medewerker</para>
    <para>afdeling ontwikkeling nieuwe produkten in dienst van Europol B.V..</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In navolging van gedaagde en de Raad van Beroep ziet de Raad evenwel</para>
    <para>onvoldoende aanleiding om de namens eiser bepleite zienswijze ten aanzien</para>
    <para>van de maatman te volgen.</para>
    <para>Zoals de Raad al eerder als zijn mening heeft kenbaar gemaakt moet voor</para>
    <para>toepassing van artikel 21, tweede lid, aanhef en sub b WAO toch primair</para>
    <para>worden gedacht aan nieuwe bekwaamheden, die zijn verworven door het met</para>
    <para>succes volgen van een opleiding van enige duur en zwaarte; de door eiser</para>
    <para>gevolgde cursussen beantwoorden onvoldoende aan dit vereiste, nu deze</para>
    <para>overwegend het karakter hebben van bijscholing en praktijktraining.</para>
    <para>Bovendien maakt de Raad uit de gedingstukken en het verhandelde ter</para>
    <para>terechtzitting op dat reeds bij eisers indiensttreding als</para>
    <para>onderhoudsmonteur in 1977 de intentie bestond om na verloop   van tijd het</para>
    <para>accent van zijn werkzaamheden te verleggen naar de produktie-ontwikkeling.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad is voorts van oordeel dat gedaagde althans op grond van het</para>
    <para>bepaalde in   artikel 57, tweede lid aanhef en onder b WAO en artikel 48,</para>
    <para>tweede lid, aanhef en onder b AAW bevoegd was de over de periode van 1</para>
    <para>januari 1982 tot 1 augustus   1983 ten onrechte betaalde uitkering van</para>
    <para>eiser terug te vorderen.</para>
    <para>Immers, gelet op het bedrag waarmee in de litigieuze periode de som van</para>
    <para>zijn loon en van zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering het</para>
    <para>maatmanloon overtrof, had het eiser redelijkerwijs duidelijk moeten zijn</para>
    <para>dat de uitbetaling   van de uitkering ten onrechte plaatsvond. Hetgeen van</para>
    <para>de zijde van eiser dienaangaande naar voren is gebracht heeft de Raad niet</para>
    <para>tot een ander oordeel kunnen brengen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aan de Raad is niet gebleken van omstandigheden welke zouden kunnen leiden</para>
    <para>tot het oordeel dat gedaagde, door van eiser een bedrag groot f 24.025,50</para>
    <para>terug te vorderen, een beslissing heeft genomen waartoe hij bij afweging</para>
    <para>van alle in aanmerking te nemen belangen niet in redelijkheid heeft kunnen</para>
    <para>komen, noch dat hij daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met enige</para>
    <para>algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. In dit verband merkt de Raad nog</para>
    <para>het volgende op.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het is primair de plicht van een uitkeringsgerechtigde om onverwijld</para>
    <para>eigener beweging aan de bedrijfsvereniging mededeling te doen van feiten en</para>
    <para>omstandigheden, welke van invloed zouden kunnen zijn op het recht op en de</para>
    <para>hoogte van zijn uitkering.</para>
    <para>Anderzijds mag ook van een uitvoeringsorgaan worden verwacht dat het een</para>
    <para>effectieve controle toepast op de nakoming van die verplichting door de</para>
    <para>betrokkenen, waarbij met name van belang is dat doortastend en doeltreffend</para>
    <para>wordt gereageerd op indicaties, verkregen uit inlichtingenformulieren of</para>
    <para>uit andere gegevens. Wordt aan dit laatste door een uitvoeringsorgaan niet</para>
    <para>voldaan dan zal die nalatigheid van dat orgaan tot gevolg kunnen hebben dat</para>
    <para>bij terugvordering bepaalde grenzen niet kunnen worden overschreden zonder</para>
    <para>in strijd te komen met het zorgvuldigheidsbeginsel. In het onderhavige</para>
    <para>geval kan evenwel niet gezegd worden dat deze grenzen zijn overschreden. De</para>
    <para>Raad heeft bij het vormen van dit oordeel vooral betekenis toegekend aan de</para>
    <para>omstandigheid dat eiser op een inlichtingenformulier d.d. 14 september 1982</para>
    <para>heeft aangegeven 8 uur per dag voor 50% te werken, welke mededeling niet</para>
    <para>zodanig ondubbelzinnig is dat het ontbreken van een adequate reactie hierop</para>
    <para>aan gedaagde tegengeworpen   kan worden. Voorts acht de Raad in dit verband</para>
    <para>van belang dat eiser, hoewel hij   ingaande 1 januari 1983 aanmerkelijk</para>
    <para>meer is gaan verdienen, heeft verzuimd om gedaagde uit eigen beweging</para>
    <para>tijdig over dit feit in te lichten.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Uit het voorgaande vloeit voort dat moet worden beslist als volgt.</para>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende in naam der Koningin!</para>
  <para />
  <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.-</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door Mr. S.V. Hoogendijk-Deutsch als voorzitter en Mr. N.J.</para>
    <para>Haverkamp en Mr. G.A.J. van den Hurk als leden, in tegenwoordigheid van</para>
    <para>B.C. Rog als griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 1989 door voornoemde voorzitter, in</para>
    <para>tegenwoordigheid van voornoemde griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>(get.) S.V. Hoogendijk-Deutsch.</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>(get.) B.C. Rog.</para>
    <para>SL</para>
    <para>19/6</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>