<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CG:2016:1</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/CG" scheme="psi.rechtspraak">Centrale Grondkamer</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">GP 11.758</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CG:2016:1">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CG:2016:1</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T14:57:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CG:2016:1 Centrale Grondkamer , 10-05-2016 / GP 11.758</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CG:2016:1:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Centrale Grondkamer, pachtrecht</para>
        <para>Artikel 7:319 BW</para>
        <para>Verzoek tot goedkeuring. Voor de hoogte van de pachtprijs is bepalend het door partijen overeengekomen gebruik, dan wel het feitelijk gebruik, zoals dat door de verpachtster is goedgevonden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CG:2016:1:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>CENTRALE GRONDKAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum: 10 mei 2016</para>
    <para>Dossiernummers: GP 11.758</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>[naam B.V.] B.V. </title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [postcode] [vestigingsplaats], [adres],</para>
      <para>gemachtigde:  mr. drs. ing. A.P.G. Hendrix, De Lorijn raadgevers o.g.,</para>
      <para>				 Postbus 145, 6650 AC Druten, </para>
      <para>-hierna te noemen: pachter-</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>-en-</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>C.V. [naam C.V.],</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [postcode] [vestigingsplaats], [adres],</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.H.M. Harbers, Hekkelman advocaten en notarissen,</para>
      <para>	Postbus 1094, 6501 BB Nijmegen,</para>
      <para>-hierna te noemen: verpachtster-</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grondkamer Zuid heeft bij beschikking van 13 november 2015, waarvan afschrift aan partijen is verzonden op 27 november 2015, beschikt op een verzoek van verpachtster tot vaststelling van de pachtprijs en heeft de pachtprijs van de door pachter van verpachtster gepachte gronden, kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Limburg], sectie […], nrs. […] en […], gemeente [gemeente in de provincie Limburg], sectie […], nr. […], gemeente [gemeente in de provincie Limburg], sectie […], nrs. […], […], […], […], […] en sectie […], nr. […], alsmede gemeente [gemeente in de provincie Limburg], sectie […], nr. […] ged., in totaal groot 25.42.66 ha, bepaald op € 727,00 per ha of € 18.485,00 totaal per jaar, ingaande 1 januari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voormelde beschikking is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Daarnaar wordt verwezen voor de procesgang in eerste aanleg en de bij de beschikking gegeven motivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Pachter is bij een op 23 december 2015 ter griffie ingekomen per faxbericht en op 24 december 2015 per post ter griffie ingekomen beroepschrift in beroep gekomen van voormelde beschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verpachtster heeft hiertegen verweer gevoerd bij een op 3 februari 2016 ter griffie ontvangen faxbericht en bij een op 4 februari 2016 per gewone post ter griffie ontvangen verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De grieven</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Pachter heeft – samengevat - gemotiveerd aangevoerd dat tussen partijen uitdrukkelijk is afgesproken dat het gepachte als landbouwgrond gebruikt zal gaan worden. De grondkamer heeft de pachtprijs vervolgens ten onrechte gebaseerd op tuinland. Pachter exploiteert een landbouwbedrijf en daarom had de grondkamer de pachtprijs moeten baseren op het gebruik van het gepachte als landbouwgrond. Dat pachter het gepachte gebruikt voor de teelt van bomen doet daar niet aan af. Pachter verzoekt de Centrale Grondkamer de pachtprijs te verlagen van € 727,00 (regionorm rest van Nederland in 2014 voor tuinland) naar € 645,00 (regionorm zuidelijk veehouderijgebied in 2014 voor landbouwgrond).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verpachtster heeft - samengevat - aangevoerd dat partijen in 2010 zijn overeengekomen dat de te verpachten gronden worden gebruikt voor de teelt van bomen en dat de grondkamer Zuid daar terecht bij de vaststelling van de pachtprijs van is uitgegaan en zij verzoekt het beroep ongegrond te verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het geschil in hoger beroep</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Naar aanleiding van het door pachter in zijn beroepschrift aangevoerde verwijst de Centrale Grondkamer naar haar beschikking van 20 oktober 2014, kenmerk GP 11.726 ([pachter]/Stichting [naam stichting/verpachtster]), waarin zij onder meer heeft overwogen dat voor de hoogte van de pachtprijs bepalend is het door partijen overeengekomen gebruik, dan wel het feitelijk gebruik, zoals dat door de verpachter is goedgevonden. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De Centrale Grondkamer heeft voorts kennis genomen van het door beide partijen op 10 september 2010 ondertekende document getiteld: “Verkenning kansen [naam B.V./pachter] i.r.t [naam C.V./verpachtster]”, waarin een verkenning wordt uitgevoerd naar de gronden die verpachtster aan pachter in pacht uit zou kunnen geven ter compensatie van (delen van) de gronden, die pachter thans in gebruik heeft en die verpachtster wil aanwenden als te ontwikkelen gebieden. Uit dit document blijkt dat uitsluitend is gezocht naar gronden die voor pachter geschikt zijn om voor de boomteelt te worden aangewend. Deze verkenning is als bijlage gevoegd bij een tussen verpachter en [naam pachter] gesloten raamovereenkomst tot verpachting van gronden. Voorts is door de deskundige van de grondkamer vastgesteld dat de gronden, in geschil, alle ook feitelijk in gebruik zijn voor de boomteelt. De stelling van pachter dat in de pachtovereenkomst wordt gesproken over landbouwgrond en dat uit de tenaamstelling van pachter blijkt dat de gronden voor landbouwkundige doeleinden worden gebruikt, leggen hiertegenover te weinig gewicht in de schaal. Onder landbouw wordt bovendien boomteelt mede begrepen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In het licht daarvan en mede gelet op de overige in geding gebrachte stukken is de Centrale Grondkamer van oordeel dat de grondkamer de pachtprijs van het gepachte terecht heeft getaxeerd als tuingrond. De grieven falen dus.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Se</title>
    <bridgehead role="bold underline">Slotsom</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beschikking, waarvan beroep, moet worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de beschikking, waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 10 mei 2016 door mrs. W.L. Valk, F.J.P. Lock en Th.C.M. Willemse en de deskundige leden  mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. ing. H. Revoort als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beschikking ondertekend door mr. Th.C.M. Willemse.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>