<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2026:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T11:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">26/36</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0024796&amp;g=2021-03-09">Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:69">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T10:58:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2026:69 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 24-02-2026 / 26/36</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2026:69:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2026:69:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ba86ad84-ec60-46d9-8150-d07866c1b184" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d4682e4d-feb0-414a-8901-bf69e7d4429f" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 26/36</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 februari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stille Maatschap [naam] , te [woonplaats] (verzoekster)</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.H. van der Burgt)</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 17 november 2023 heeft de minister de subsidieaanvraag van verzoekster afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 25 maart 2025 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, als het verzoek kennelijk ongegrond is, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. Daartoe bestaat in dit geval aanleiding.<?linebreak?></para>
      <para>2. Verzoekster heeft subsidie aangevraagd op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, Titel 2.22 Geïntegreerde gewasbescherming, voor de aanschaf van een rotorkopeg van € 19.100,-. De minister heeft de aanvraag afgewezen (en die afwijzing in bezwaar gehandhaafd), omdat het subsidieplafond was bereikt en de aanvraag van verzoekster is uitgeloot. <?linebreak?></para>
      <para>3. Verzoekster stelt dat zij de te subsidiëren rotorkopeg al in de herfst van 2023 zou aanschaffen ter vervanging van haar huidige machine, die totaal versleten is. De vervanging is steeds uitgesteld in afwachting van een toewijzende subsidiebeschikking, omdat één van de subsidievoorwaarden is dat er nog geen verplichtingen mogen zijn aangegaan vóór subsidieverlening. De vervanging van de machine kan inmiddels niet meer wachten en daarom vraagt zij de voorzieningenrechter om de genoemde subsidievoorwaarde in haar geval buiten toepassing te laten. Verzoekster dient haar financiële risico’s te beperken en kan het zich niet permitteren af te zien van de subsidie, door in strijd met de subsidievoorwaarden nu een rotorkopeg te kopen.  <?linebreak?></para>
      <para>4. Een (louter) financieel belang is geen reden om een voorlopige voorziening te treffen, tenzij er sprake is van een financiële noodsituatie of een situatie waarin de continuïteit van het bedrijf op het spel staat. Desgevraagd heeft verzoekster laten weten dat haar bedrijf niet in financiële nood verkeert of komt te verkeren door de aanschaf van de rotorkopeg. Daar komt bij dat de voorzieningenrechter niet inziet welk belang verzoekster op dit moment bij de gevraagde voorziening heeft, omdat in de hoofdzaak tot een ander – en definitief – oordeel kan worden gekomen, waarbij dan de gevraagde voorziening weer vervalt. En in het geval het College in de bodemzaak tot hetzelfde oordeel komt als de gevraagde voorziening, krijgt verzoekster alsnog waarom zij vraagt. Ten slotte is het zeer twijfelachtig of een voorziening kan worden getroffen met betrekking tot een subsidievoorwaarde die niet in een besluit aan verzoekster is opgelegd. <?linebreak?></para>
      <para>5. De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat er geen sprake is van spoedeisend belang. Het verzoek is kennelijk ongegrond en de voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. J.H. de Wildt	w.g. A.A. Dijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>