<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-04T14:45:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1348</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0044808&amp;g=2022-10-19">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:897">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-04T14:45:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:897 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-10-2024 / 23/1348</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:897:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. TVL Q4 van 2021. Geen aansluiting bij het jaarrekeningrecht van de onderneming. Beroep op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur slaagt niet. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:897:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>proces-verbaal uitspraak </para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="baa256df-704c-492c-878f-a2c3616d8f8c" depth="1" width="568" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1f29fc38-b20f-46bb-96da-46c38e50893b" depth="1" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 23/1348</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Rechter: mr. B. Bastein</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Griffier: mr. M. Ettema</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] B.V.</emphasis>, te [plaats] (onderneming), vertegenwoordigd door mr. H. van der Heijden en waarvoor aanwezig zijn: [naam 2] en [naam 3] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Economische Zaken</emphasis>, vertegenwoordigd door mr. W. Dam en mr. P. van Veen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. De minister heeft de subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde subsidiekwartaal (Q4) van 2021 afgewezen, omdat uit de door de onderneming aangeleverde gegevens niet is gebleken dat de onderneming een omzetverlies van ten minste 20% heeft geleden. De onderneming vindt dat de minister het jaarrekeningenrecht moet toepassen vanwege een wijziging in de manier van factureren. </para>
    <para />
    <para>2 Het College oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij niet gehouden is het jaarrekeningrecht toe te passen bij het bepalen van de omzet. Bij de berekening van de omzet is de datum van de factuur leidend voor de periode waar de omzet aan moet worden toegerekend. Daarbij hoeft de minister geen rekening te houden met de boekhoudkundige, tussentijds gemaakte keuze van de onderneming om geleverde diensten voor- of achteraf te factureren. </para>
    <para />
    <para>3 De minister heeft toegelicht dat die subsidieverlening voor Q4 van 2020, waarbij wel rekening is gehouden met de boekhoudkundige keuze van de onderneming, een eenmalige fout is. Dan geldt in beginsel dat het rechtszekerheidsbeginsel niet is geschonden bij het niet herhalen daarvan. De onderneming heeft geen contact gehad waaruit volgt dat de minister de subsidie voor Q4 van 2021 op dezelfde wijze zou berekenen. Het eerdere contact met de onderneming ging namelijk over Q4 van 2020. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagt dan ook niet. </para>
    <para />
    <para>4 Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt ook niet. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat de minister de subsidie voor Q4 van 2021 op dezelfde wijze als voor Q4 2020 zou berekenen. </para>
    <para />
    <para>5 Tot slot slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. Volgens de rechtspraak van het College strekt het gelijkheidsbeginsel niet zo ver dat een bestuursorgaan (de minister) gehouden is een eerder gemaakte fout te herhalen. Op grond daarvan hoefde de minister de foutief verleende subsidie voor Q4 van 2020 niet te herhalen met een subsidieverlening voor Q4 van 2021.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. B. Bastein						w.g. M. Ettema</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>