<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-05T12:55:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/910</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0021777&amp;g=2024-10-01">Handelsregisterwet 2007</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:785">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:785</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-31T11:11:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:785 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 05-11-2024 / 22/910</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:785:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aangezien de onderneming na de ontbinding niet meer is blijven voortbestaan, is het belang bij de voortzetting van het beroep komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:785:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="be53bf42-11d2-4740-98f5-a7be07498420" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ede28d2c-f840-46c8-8b2f-1e352f51b2f8" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 22/910</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] B.V., te [plaats 1] (onderneming)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam 2] )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Kamer van Koophandel (KvK)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende)</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de e-mail van 6 september 2021 heeft de KvK meegedeeld de opgave van [naam 2] tot zijn registratie als uiteindelijk belanghebbende (ook wel: UBO) van de onderneming niet te kunnen verwerken, omdat een kopie van de achterzijde van het identiteitsbewijs ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 2] heeft zich in verband met een nieuwe opgave op 23 maart 2022 ten kantore van de KvK gelegitimeerd. Met het besluit van 4 april 2022 heeft de KvK [naam 2] als UBO van de onderneming ingeschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 15 april 2022 (bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van de onderneming tegen de weigering om [naam 2] in verband met zijn aanvankelijke opgave als UBO te registreren, ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De KvK heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 26 juni 2024. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de KvK deelgenomen. Het College heeft het onderzoek na afloop van de zitting gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College heeft het onderzoek naar aanleiding van de door de KvK op 27 juni 2024 ingediende nieuwe stukken heropend en de vereffenaar van de onderneming, [naam 3] B.V., in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. [naam 3] B.V. heeft op de desbetreffende stukken gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord. Het College heeft vervolgens bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het College stelt vast dat uit het handelsregister van de KvK blijkt dat de onderneming op 31 december 2023 is ontbonden door een besluit van de algemene vergadering als bedoeld in artikel 2:19, eerste lid, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook blijkt uit het handelsregister dat op het tijdstip van de ontbinding geen bekende baten meer bij de onderneming aanwezig waren en dat de onderneming per 24 januari 2024 uit het desbetreffende register is uitgeschreven.</para>
    <para />
    <para>2 Aangezien de onderneming op het tijdstip van ontbinding geen baten meer had, is de onderneming ingevolge artikel 2:19, vierde lid, van het BW op dat moment opgehouden te bestaan. Niet gebleken is dat een verzoek tot heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c, eerste lid, van het BW is gedaan, ook niet in verband met de onderhavige procedure. Omdat de onderneming na de ontbinding niet meer is blijven voortbestaan, is het belang bij de voortzetting van het beroep komen te vervallen. Het College zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat het College het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 Het beroep is niet-ontvankelijk. De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, mr. H. van den Heuvel en mr. P. Fortuin, in aanwezigheid van mr. H. Caglayankaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. H.O. Kerkmeester	w.g. H. Caglayankaya</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>