<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-29T12:04:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0044808&amp;g=2022-10-19">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:750">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T08:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:750 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 29-10-2024 / 23/1010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:750:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak zonder zitting. TVL Q4 2021. Geen aanleiding om een uitzondering te maken op de in de TVL voorgeschreven (keuze) referentieperiodes. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:750:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2e6ff7b5-4ba6-4a2b-bcad-5df7296eaf46" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="116348be-6a00-47b4-95dc-587da502c5b2" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 23/1010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vennootschap onder firma [naam 1]</emphasis>, te [woonplaats] (onderneming), waarvan de vennoten zijn <emphasis role="bold">[naam 2]</emphasis> en <emphasis role="bold">[naam 3]</emphasis>, beiden te [woonplaats]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Kashyap)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 16 maart 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 27 februari 2023 heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>1. Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. <?linebreak?></para>
    <para>2 De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat de onderneming niet voldoet aan het vereiste van ten minste 20% omzetverlies. De minister heeft Q4 van 2019 als referentieperiode gehanteerd voor de berekening van het omzetverlies. Dit is overeenkomstig de keuze die de onderneming heeft gemaakt in haar aanvraag.</para>
    <para />
    <para>3 De onderneming voert aan dat de minister ten onrechte geen rekening heeft gehouden met haar omstandigheden. De onderneming is op 9 januari 2018 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en heeft vanaf die datum een nieuw pand laten bouwen. De exploitatievergunning voor het horecabedrijf is afgegeven op 30 oktober 2019. Het pand was medio februari 2020 volledig gereed. De onderneming zat nog in de opstartfase toen zij op 15 maart 2020 vanwege de eerste lockdown haar deuren moest sluiten. Hierdoor zijn de voorgeschreven (keuze) referentieperiodes niet representatief. De minister had naar analogie toepassing moeten geven aan artikel 2.5.3, derde lid, van de TVL, waarbij ondernemingen die na 30 september 2019 voor de eerste maal zijn ingeschreven in het handelsregister kunnen kiezen voor Q3 van 2020 als referentieperiode. Of anders had de minister een andere oplossing moeten toepassen die meer recht doet aan het evenredigheidsbeginsel. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 2.5.3, tweede lid, van de TVL geldt als (keuze) referentieperiode Q4 van 2019 of Q1 van 2020. In het derde lid staat een uitzondering op deze voorgeschreven (keuze) referentieperiodes. Op grond hiervan kan een onderneming die na 30 september 2019 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister kiezen tussen het derde kalenderkwartaal van 2020 of het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand van de inschrijving in het handelsregister. Deze situatie is hier echter niet van toepassing, omdat de onderneming al op 9 januari 2018 is ingeschreven in het handelsregister.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Voor zover de onderneming een beroep heeft gedaan op het evenredigheidsbeginsel overweegt het College als volgt. Om te zorgen dat de TVL uitvoerbaar blijft, maakt de minister alleen in zeer bijzondere gevallen een uitzondering op de voorgeschreven referentieperiode. Het College vindt dat niet onrechtmatig (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 8 november 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:751) en 18 juni 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:404)) <footnote-ref linkend="_f9896a87-c514-4f4f-b8f6-b0596b841aaa" />. Dat het pand pas medio februari 2020 volledig gereed was, waardoor de onderneming net in de opstartfase zat toen zij op 15 maart 2020 vanwege de eerste lockdown haar deuren moest sluiten, maakt niet dat sprake is van zo’n zeer bijzonder geval. Anders dan in de zaak die leidde tot de uitspraak van het College van 21 maart 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:153) waar de onderneming naar verwijst, doet de situatie dat de onderneming vóór 15 maart 2020 niet kon en mocht starten met haar bedrijfsactiviteiten zich hier niet voor. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van een zeer uitzonderlijk geval waarin het besluit onevenredig nadelig uitpakt. De minister heeft terecht toepassing gegeven aan artikel 2.5.3, tweede lid, van de TVL.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De conclusie is dat de minister de subsidieaanvraag voor Q4 van 2021 terecht heeft afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan het vereiste dat de onderneming ten minste 20% omzetverlies moet hebben geleden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5 	Het beroep is (kennelijk) ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. C.D.V. Efstratiades</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak </title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. </para>
  </section>
  <footnote id="_f9896a87-c514-4f4f-b8f6-b0596b841aaa" label="1">
    <para> Deze en de andere genoemde uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>