<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T12:46:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#geheimhoudingsbeslissing">Geheimhoudingsbeslissing</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0020078&amp;g=2024-01-01">Wet marktordening gezondheidszorg</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T07:52:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:488 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 05-06-2024 / 23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing n.a.v. een verzoek van het bestuursorgaan dat -met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb- uitsluitend het College kennis zal mogen nemen enkele nadere gedingstukken. Die nadere gedingstukken bestaan uit grafieken, waarin met ongeveer 100 gekleurde stippen gegevens over individuele zorgaanbieders/instellingen zijn vermeld. De rechter-commissaris acht de gevraagde beperking van de kennisneming alleen gerechtvaardigd voor het gebruik van die verschillende kleuren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <?linebreak?>beslissing </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="da71d0d0-e91c-42d9-a442-fde4f8e4bdb2" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c04fbdc0-6543-4c73-bfcc-34f804171c1a" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">23 1602</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Stichting De Forensische Zorgspecialisten, te Utrecht (DFZS)</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. D.W.L.A. Schrijvershof en mr. L.A.J.M. Peeters)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. F.J.H. van Tienen en mr. B.R. Boerboom).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">23/1643</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting ARQ Centrum '45, te Diemen (ARQ)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: drs. A. Osinga)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">NZa</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">23/1679 en 23/1680</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De Nederlandse ggz, te Amersfoort, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, te Utrecht, Meer GGZ, te Leidschendam (de Verenigingen)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.J. Rijken)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">NZa</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">23/1602, 23/1643, 23/1679 en 23/1680</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partijen hebben aan de gedingen deelgenomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V, Interpolis Zorgverzekeringen N.V., FBTO Zorgverzekeringen N.V. en De Friesland N.V., te Leiden (Zilveren Kruis)</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">(gemachtigden: mr. J.M.Y. van Beijeren en mr. D. Hooft Graafland)</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VGZ Zorgverzekeraar N.V., IZA Zorgverzekeraar N.V., N.V. Univé Zorg en N.V. Zorgverzekeraar UMC, te Arnhem (VGZ)(gemachtigden: mr. Y.M.J. van Beijeren en mr. D. Hooft Graafland)</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>DFZS, ARQ en de Verenigingen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de NZa van <?linebreak?>12 juli 2023, waarbij hun bezwaren tegen de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg (2023) ongegrond zijn verklaard. De Verenigingen hebben ook beroep ingesteld tegen het besluit van 12 juli 2023, waarbij hun bezwaar tegen de Prestatie- en tariefbeschikking Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg (2022) ongegrond is verklaard.<?linebreak?></para>
      <para>De NZa heeft op 30 mei 2024 de vertrouwelijke versie van enkele nadere gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. De NZa heeft verzocht om beperking van de kennisneming van deze stukken.<?linebreak?></para>
      <para>Het betreft de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>- D1	een grafiek, die bestaat uit een verticale as “Geb_ind tijd groep tov beh+groep” en een  </para>
    <parablock>
      <para>horizontale as	“Impact op omzet (%)”, waarop ongeveer 100 gekleurde stippen staan</para>
      <para>die individuele zorgaanbieders/instellingen voorstellen,</para>
    </parablock>
    <para>- D2	een grafiek, die bestaat uit een verticale as “Geb_ind tijd groep tov beh+groep” en een</para>
    <parablock>
      <para>	horizontale as	“Impact op omzet (%)”, waarop ongeveer 100 gekleurde stippen staan</para>
      <para>	die individuele zorgaanbieders/instellingen voorstellen,</para>
    </parablock>
    <para>- D3	een grafiek, die bestaat uit een verticale as “Aandeel aanbieders” en een horizontale as</para>
    <para>“Impact op omzet (%)”, waarop 6 gekleurde lijnen staan die groepen van zorgaanbieders/instellingen voorstellen,</para>
    <para>- D4	een grafiek, die bestaat uit een verticale as “Geb_ind tijd groep tov beh+groep” en een</para>
    <parablock>
      <para>	horizontale as	“Impact op omzet (%)”, waarop ongeveer 100 gekleurde stippen staan</para>
      <para>	die individuele zorgaanbieders/instellingen voorstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De NZa heeft hierbij aangegeven dat de stukken D1 t/m D4 interne proefberekeningen betreffen waarmee is getracht de impact van de aanpassing van de tarieven weer te geven op de omzet en het aandeel gebonden indirecte tijd in groepsconsulten. De NZa heeft om geheimhouding van deze grafieken verzocht omdat de daarin opgenomen informatie volgens de NZa herleidbaar is tot individuele zorgaanbieders. Zowel de verticale als de horizontale as bevatten bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.</para>
    <para />
    <para>2 In de grafieken is de impact van de aanpassing van de tarieven weergegeven op de omzet van zes soorten zorgaanbieders. Voor iedere soort zorgaanbieder is een andere kleur gebruikt. Voor “instelling” is de kleur geel gebruikt, voor  “overige forensische instellingen” groen, voor “PAAZ” grijs, voor “PUK” donkerblauw, voor “TBS instellingen” bruin en voor “vrijgevestigd” paars.</para>
    <para>In de stukken D1, D2 en D4 is die impact weergegeven met (ongeveer 100) gekleurde stippen, waarbij iedere stip een individuele zorgaanbieder/instelling voorstelt. In deze stipjes-grafieken komen sommige kleuren stipjes veel voor en andere kleuren stipjes weinig. Zo zijn er slechts 2 bruine stipjes te zien, enkele donkerblauwe en ongeveer 13 grijze stipjes. In stuk D3 is die impact weergegeven met gekleurde lijnen, waarbij iedere lijn een soort zorgaanbieder/instelling voorstelt. </para>
    <para />
    <para>3 De rechter-commissaris onderschrijft het standpunt van de NZa dat de grafieken, in de vorm zoals deze zijn ingediend, informatie bevatten die voor een deel tot individuele zorgaanbieders herleidbaar is, doordat het aantal zorgaanbieders van sommige soorten zorgaanbieders/instellingen beperkt is. De rechter-commissaris is van oordeel dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken D1 tot en met D4 gelet op gebruik van de verschillende kleuren in de grafieken gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris acht de gevraagde beperking alleen gerechtvaardigd voor het gebruik van die verschillende kleuren. Door het gebruik van die verschillende kleuren kan de openbaarmaking van de grafieken immers leiden tot een onevenredig nadeel voor de verstrekkers van de gegevens. Het belang van kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken weegt in dit geval minder zwaar.<?linebreak?></para>
    <para>4 De rechter-commissaris ziet niet in dat wanneer alle stippen/lijnen in de grafieken in zwart zouden worden weergegeven – waarmee dan weliswaar het onderscheid tussen de verschillende soorten zorgaanbieders komt te vervallen – nog steeds sprake zou zijn van informatie die tot individuele zorgaanbieders herleidbaar is. </para>
    <para />
    <para>5 Gelet op het feit dat de zaken op 11 juni a.s. op zitting zullen worden behandeld zal de rechter-commissaris DFZS, ARQ, de Verenigingen, Zilveren Kruis en VGZ verzoeken om uiterlijk op vrijdag 7 juni a.s. kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken D1 tot en met D4 (de gekleurde versie) uitspraak doet op het beroep, voor zover zij deze stukken niet kennen,</para>
    <para>en tevens de NZa verzoeken om uiterlijk op vrijdag 7 juni a.s. de stukken D1 tot en met D4 in een nieuwe versie, namelijk zonder gebruik te maken van kleuren, aan het College en de andere partijen toe te sturen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken D1, D2, D3 en D4 uitsluitend gerechtvaardigd is voor zover de daarin weergegeven informatie in verschillende kleuren is weergegeven;</para>
    <para>- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de genoemde stukken voor het overige niet gerechtvaardigd is;</para>
    <para>- verzoekt de NZa om uiterlijk op vrijdag 7 juni a.s. een nieuwe, in zwart afgedrukte, versie van de stukken D1, D2, D3 en D4 aan het College en de andere partijen toe te sturen;</para>
    <para>- verzoekt DFZS, ARQ, de Verenigingen, Zilveren Kruis en VGZ om uiterlijk op vrijdag 7 juni a.s. schriftelijk of per e-mail aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken D1, D2, D3 en D4 uitspraak doet op het beroep, voor zover zij deze stukken niet kennen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus genomen door mr. M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van mr. J.M.M. Bancken als griffier, op 5 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. M. Schoneveld					w.g. J.M.M. Bancken <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>