<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-30T11:45:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0044808&amp;g=2022-10-19">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-26T11:21:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:321 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 15-04-2024 / 22/377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TVL Q1 2011, geen 30% omzetverlies, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>proces-verbaal uitspraak </para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="faed87f2-30fb-4ccf-8cb9-f74c1b2a1e91" depth="1" width="568" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="283f9384-4e73-43ed-a359-d6d1c8a36c06" depth="1" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 23/377</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van <?linebreak?>15 april 2024</title>
    <para>
      <?linebreak?>Rechter: mr. C.T. Aalbers</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Griffier: mr. A.A. Dijk</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>, te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Economische Zaken en Klimaat</emphasis>, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. W. Dam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. De onderneming heeft subsidie aangevraagd op grond van de TVL<footnote-ref linkend="_dfe25e85-1bf0-43a8-8c92-d28fc8c49121" /> voor Q1 2022. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is voldaan aan het vereiste dat sprake is van ten minste 30% omzetverlies ten opzichte van de referentieperiode. <?linebreak?></para>
    <para>2. In artikel 2.6.3, derde lid, onder a, van de TVL staat dat als de onderneming na <?linebreak?>31 december 2018 en voor 1 oktober 2019 voor de eerste maal in het handelsregister is ingeschreven, de onderneming kan kiezen uit twee referentieperiodes: Q1 2020 of het eerste gehele kwartaal volgend op de maand van inschrijving in het handelsregister. De onderneming is op 3 april 2019 ingeschreven in het handelsregister en kon daarom kiezen tussen Q3 2019 en Q1 2020. Bij haar aanvraag heeft zij gekozen voor Q1 2020 als referentieperiode. <?linebreak?></para>
    <para>3. De onderneming vindt echter dat een andere referentieperiode gehanteerd had moeten worden, namelijk Q3 2020. Zij is wel op 3 april 2019 ingeschreven in het handelsregister, maar het hotel is pas in november 2019 open gegaan. Dit betekent dat zij in Q3 2019 nog geen omzet had. Feitelijk had zij dus geen keuzemogelijkheid en moest zij wel kiezen voor Q1 2020 als referentieperiode. Omdat er in die periode al coronamaatregelen van kracht waren, is de omzet in die periode echter niet representatief. <?linebreak?></para>
    <para>4. Het College volgt het betoog van de onderneming niet. De datum waarop de onderneming met haar activiteiten is gestart is niet bepalend voor de referentieperiode. Voor de subsidieperiode Q1 2022 waar deze zaak over gaat, is de inschrijfdatum in het handelsregister bepalend. Het College heeft al eerder geoordeeld dat de minister, door uit te gaan van de inschrijfdatum, de TVL op de juiste wijze toepast.<footnote-ref linkend="_332cbce6-e728-4f5f-bb50-0905a99b08e1" />Dat betekent dat de minister de TVL in dit geval juist heeft toegepast door de onderneming te laten kiezen tussen Q3 2019 en Q1 2020 en vervolgens Q1 2020 als referentieperiode te hanteren. <?linebreak?></para>
    <para>5. De TVL biedt geen mogelijkheden om hierop een uitzondering te maken. Omdat de TVL een generieke regeling is en om te zorgen dat die regeling uitvoerbaar blijft, wijkt de minister alleen in zeer uitzonderlijke gevallen af van de TVL. Dat het hotel in dit geval pas na Q3 2019 open is gegaan en de omzet in Q1 2020 minder representatief was, maakt op zichzelf nog niet dat er sprake is van een zeer uitzonderlijk geval op grond waarvan de minister een uitzondering op de referentieperiode had moeten maken. Dat door vast te houden aan de (gekozen) referentieperiode niet wordt voldaan aan het vereiste omzetverlies van 30%, maakt niet dat de toepassing van de TVL op dit punt onevenredig is.<?linebreak?></para>
    <para>6. De minister heeft dus terecht geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies en heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. Dat betekent dat het beroep ongegrond is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. C.T. Aalbers					w.g. A.A. Dijk </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dfe25e85-1bf0-43a8-8c92-d28fc8c49121" label="1">
    <para> Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</para>
  </footnote>
  <footnote id="_332cbce6-e728-4f5f-bb50-0905a99b08e1" label="2">
    <para>Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van 21 maart 2023, ECLI:NL:CBB:2023:143</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>