<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2024:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-23T12:41:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/2002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0043735&amp;g=2020-12-22">Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-17T14:57:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2024:30 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 23-01-2024 / 22/2002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2024:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling TVL Q2/Q3 2020. Minister niet ingegaan op bezwaargrond omzetcijfers. Bestreden besluit niet voorzien van deugdelijke motivering en daarom in strijd met artikel 7:12 Awb.</para>
      <para />
      <para>Aangifte omzetbelasting gebruikt voor bepalen omzet. Geen aanleiding om vooruit gefactureerde omzet dat in een volgend kwartaal is teruggeboekt niet als omzet te beschouwen. Ondernemer heeft geen suppletie ingediend.</para>
      <para />
      <para>Rechtsgevolgen in stand gelaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2024:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="357042a3-5840-4091-8880-678b87f3824e" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cf4781c4-dfb6-455e-8269-28b8fb5eeb60" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 22/2002</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaak tussen <?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] , (de ondernemer),</bridgehead>
    <para>en<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken en Klimaat,(gemachtigden: mr. S.F. Hu en mr. M.P. Beudeker)</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 15 april 2021 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de subsidie voor de periode juni tot en met september 2020 op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) vastgesteld op € 16.187,29.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 19 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de ondernemer ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ondernemer heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 26 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 1] en de gemachtigden van de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wettelijk kader </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de ondernemer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 De ondernemer voert aan dat de minister in het bestreden besluit van een onjuiste SBI-code is uitgegaan. De ondernemer voert verder aan, evenals in bezwaar, dat in de subsidieperiode sprake is van ten onrechte vooruit gefactureerde omzet. Die omzet is afkomstig van een evenement dat de ondernemer door de coronamaatregelen noodgedwongen heeft moeten annuleren. Die omzet moet daarom bij de berekening van het omzetverlies niet worden meegerekend. Dit betekent dat hij recht heeft op meer subsidie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de minister</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 De minister stelt dat sprake is van een kennelijke verschrijving in het bestreden besluit wat betreft de SBI-code. Uit bijlage 3 van het bestreden besluit blijkt dat rekening is gehouden met de juiste SBI-code en het daar bijbehorende percentage. De minister is verder bij de berekening van het omzetverlies uitgegaan van de omzetgegevens zoals bekend bij de Belastingdienst en stelt hiervan niet te kunnen afwijken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door het College</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ter zitting is komen vast te staan dat de minister rekening heeft gehouden met de juiste SBI-code. Dit punt is daarom niet meer in geschil tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het College stelt vast dat, zoals de minister ter zitting ook heeft erkend, het bestreden besluit niet ingaat op de bezwaargrond van de ondernemer over de door de minister gebruikte omzetcijfers. Daarmee is het bestreden besluit niet voorzien van een deugdelijke motivering en dus in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>In het verweerschrift en ter zitting heeft de minister alsnog gereageerd op deze bezwaargrond. Daarin neemt de minister naar het oordeel van het College terecht het standpunt in dat hij moet uitgaan van de omzetcijfers, zoals die volgen uit de door de ondernemer gedane aangifte omzetbelasting en dat hiervan niet kan worden afgeweken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de ondernemer over zijn gehele omzet omzetbelasting betaalt. De regelgever heeft er, in verband met de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten, voor gekozen de aangifte omzetbelasting te gebruiken voor het bepalen van de omzet. Het College heeft in de uitspraak van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5) al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is. De TVL biedt geen grondslag om af te wijken van deze berekeningswijze. Dit betekent dat de minister terecht is uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst. Er bestond geen aanleiding om de betalingen die de ondernemer heeft vooruit gefactureerd in de subsidieperiode en in een volgend kwartaal heeft teruggeboekt, niet als omzet over die periode te beschouwen. De ondernemer had in dat geval een suppletie op kwartaalniveau moeten indienen om dit te corrigeren in de aangifte omzetbelasting, maar hij heeft dit niet gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Dat deze wijze van berekening van het omzetverlies in het geval van de ondernemer tot gevolg heeft dat hij niet in aanmerking komt voor een hogere subsidie, maakt niet dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft zich naar het oordeel van het College terecht op het standpunt gesteld dat hier geen sprake is van een zeer uitzonderlijk geval waarin het besluit onevenredig nadelig uitpakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5 <?linebreak?>Het beroep is gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 gegrond en het College vernietigt daarom het bestreden besluit. Het College ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten, omdat de minister in het verweerschrift en ter zitting alsnog een juiste motivering heeft gegeven ten aanzien van de bezwaargrond van de ondernemer over de gebruikte omzetcijfers. Daarmee is het gebrek in het bestreden besluit hersteld.</para>
      <para />
      <para>6 Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de ondernemer te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. M.P. Glerum	w.g. A. Verhoeven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 7:12, eerste lid<?linebreak?>1.         De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3, eerste, tweede, vierde en achtste lid</para>
    </parablock>
    <para>1. Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten.</para>
    <para>2. De omzet in de referentieperiode is de som van de omzet in het tweede kalenderkwartaal van 2019, gedeeld door drie, vermeerderd met de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2019.</para>
    <para>4. De omzet in de subsidieperiode is de som van de omzet in het tweede kalenderkwartaal van 2020, gedeeld door drie, vermeerderd met de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2020.</para>
    <para>8. Indien de getroffen MKB-onderneming omzetbelasting betaalt over het geheel van de bedragen op basis waarvan haar omzetverlies wordt berekend, wordt als de omzet van de onderneming beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan zij aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>