<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2023:347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-04T12:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/2342 en 22/2343</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0044808&amp;g=2022-10-19">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-04T08:36:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2023:347 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 19-06-2023 / 22/2342 en 22/2343</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2023:347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TVL. Mondelinge uitspraak. Groepsonderneming. Bij het bepalen van de maximale hoogte van de TVL-subsidies heeft de minister terecht de subsidies die zijn verstrekt aan beide ondernemingen meegerekend. De ondernemingen willen dat hen alsnog de mogelijkheid wordt geboden om OVK-subsidie aan te vragen, ook al is de aanvraagtermijn overschreden. Het College kan daar in deze uitspraak niet over oordelen. De ondernemingen kunnen dat via een pro forma aanvraag voor OVK-subsidie aan de orde stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2023:347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>proces-verbaal uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4bcf7b0f-4764-4d6c-a855-e06e85d2bcb3" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dd6123d7-c613-4e03-bef2-6230a1162a6b" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 22/2342 en 22/2343</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2023 in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [onderneming 1] B.V., gevestigd te [plaats] , en</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [onderneming 2] B.V., gevestigd te [plaats]</bridgehead>
    <para>(gezamenlijk: de ondernemingen)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken en Klimaat.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister had aan [onderneming 1] voor het eerste kwartaal van 2021 een subsidie van € 90.000,- op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) toegekend. Met het besluit van 27 december 2021 heeft de minister de subsidie vastgesteld op € 45.000,- en € 27.000,- aan voorschot teruggevorderd. Met de beslissing op bezwaar van 27 september 2022 heeft de minister het bezwaar van [onderneming 1] ongegrond verklaard. [onderneming 1] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar (zaak 22/2342). De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister had aan [onderneming 2] voor het eerste kwartaal van 2021 een subsidie van € 111.149,20 op grond van de TVL toegekend. Met het besluit van 27 december 2021 heeft de minister de subsidie vastgesteld op € 0,- en € 88.919,36 aan voorschot teruggevorderd. Met de beslissing op bezwaar van 28 september 2022 heeft de minister het bezwaar van [onderneming 2] ongegrond verklaard. [onderneming 2] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar (zaak 22/2343). De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepen zijn behandeld op de zitting van 19 juni 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] namens de ondernemingen en mr. H.G.M. Wammes en W. Dam namens de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart de beroepen ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Beide beroepszaken gaan over aanvragen voor TVL-subsidie. In de TVL is bepaald dat een aanvraag voor TVL-subsidie moet worden afgewezen voor zover daarmee het staatssteunplafond zou worden overschreden.<footnote-ref linkend="_51d0c711-a888-4dfd-bfbb-203d5abecc3e" /> Met de besluiten van 27 december 2021 heeft de minister de TVL-subsidies van de ondernemingen gezamenlijk vastgesteld tot aan het staatssteunplafond. Op de zitting hebben de ondernemingen erkend dat sprake is van een groepsonderneming. Zij vallen namelijk onder dezelfde moedermaatschappij. Dat betekent dat de minister bij het bepalen van de maximale hoogte van de TVL-subsidies terecht de subsidies die zijn verstrekt aan beide ondernemingen heeft meegerekend. Het College constateert daarom dat de TVL-besluiten kloppen. </para>
    <para />
    <para>3. Omdat de subsidies van beide ondernemingen werden meegerekend kwam het staatssteunplafond eerder in beeld dan de ondernemingen hadden verwacht. De ondernemingen wilden daarom alsnog subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) aanvragen. De aanvraagtermijn voor OVK-subsidie was echter al verstreken en het aanvraagformulier kon niet meer ingevuld worden. De ondernemingen willen dat hen alsnog de mogelijkheid wordt geboden om OVK-subsidie aan te vragen. Het College begrijpt dat daar het pijnpunt ligt voor de ondernemingen, maar het College kan daar in deze uitspraak niets mee doen. Het College kan namelijk alleen oordelen over de TVL-besluiten waar de beroepszaken tegen gericht zijn.</para>
    <para />
    <para>4. Op de zitting is besproken dat er nog wel de mogelijkheid is om een (pro forma) aanvraag voor OVK-subsidie in te dienen, bijvoorbeeld via een e-mail. De minister zal dan een besluit nemen over de vraag of de aanvraag toch nog inhoudelijk in behandeling wordt genomen, ook al is die te laat ingediend. Op die manier kunnen de ondernemingen aan de orde stellen dat zij alsnog een aanvraag voor OVK-subsidie willen doen en waarom ze daar te laat mee zijn.</para>
    <para />
    <para>5. De beroepen zijn ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van E.E.M. Koomen,  griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>M. van der Knijff De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_51d0c711-a888-4dfd-bfbb-203d5abecc3e" label="1">
    <para> Artikel 2.2.4, eerste lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 3°, van de TVL.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>