<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2023:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-27T12:36:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/361</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2023-06-01">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:323">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-23T21:44:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2023:323 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 27-06-2023 / AWB 22/361</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2023:323:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Algemene wet bestuursrecht. Bezwaar niet tijdig ingediend. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Dat het besluit op de subsidieaanvraag van de buren later volgde dan het afwijzingsbesluit is geen omstandigheid waardoor de subsidie-aanvrager niet eerder in staat was bezwaar tegen het afwijzingsbesluit in te stellen. Het afwijzingsbesluit staat namelijk op zichzelf en is niet afhankelijk van het besluit op de subsidieaanvraag van de buren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2023:323:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cb619778-5932-4197-ac66-c46a854bc038" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6a24e5a4-96d7-452b-bc56-f597034d09a1" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 22/361 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2023 in de zaak tussen<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] (subsidie-aanvrager), te [woonplaats] ,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister voor Klimaat en Energie (minister), </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. Z. Turk).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 29 oktober 2021 (het afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van de subsidie-aanvrager om een subsidie op grond van Titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met besluit van 22 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de subsidie-aanvrager niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De subsidie-aanvrager heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De subsidie-aanvrager heeft nadere stukken ingediend</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen de subsidie-aanvrager, vergezeld door [naam 2] , en de gemachtigde van de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. De minister heeft het bezwaar van de subsidie-aanvrager niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend. Het College leest in de beroepsgrond van de subsidie-aanvrager een beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt een termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift. Als het bezwaarschrift na die termijn wordt ingediend, is het bezwaar niet-ontvankelijk. Niet in geschil is dat het bezwaarschrift buiten die termijn van zes weken en dus te laat is ingediend. Het bezwaar is op grond van artikel 6:11 van de Awb evenwel toch ontvankelijk, als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>2. De subsidie-aanvrager heeft het bezwaarschrift te laat ingediend, omdat hij zich pas realiseerde dat hij een grond had voor het maken van bezwaar op het moment dat de subsidieaanvraag van zijn buren, die bij dezelfde aannemer dezelfde energiebesparende maatregelen aan hun woning hebben laten uitvoeren en die bijna gelijktijdig met de aanvraag van de subsidie-aanvrager was ingediend, op 9 februari 2022 wel werd toegekend. Dat de subsidieaanvraag van de buren wel is toegekend en die van de subsidie-aanvrager niet, getuigt van willekeur. Dit is volgens de subsidie-aanvrager in strijd met het gelijkheidsbeginsel.</para>
    <para />
    <para>3. Het College ziet hierin geen grond voor een verschoonbare termijnoverschrijding. De bezwaartermijn waarborgt de rechtszekerheid. Nadat de bezwaartermijn is verlopen zonder dat bezwaar is ingesteld, moet van de rechtsbetrekking die in het afwijzingsbesluit is neergelegd uit kunnen worden gegaan. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan daarvan worden afgeweken. In dit geval heeft de subsidie-aanvrager geen bezwaar gemaakt binnen de bezwaartermijn, omdat hij daartoe op dat moment geen aanleiding zag. Dat het besluit op de subsidieaanvraag van de buren later volgde dan het afwijzingsbesluit is geen omstandigheid waardoor de subsidie-aanvrager niet eerder in staat was bezwaar te maken tegen het afwijzingsbesluit. Het afwijzingsbesluit staat namelijk op zichzelf en is niet afhankelijk van het besluit op de subsidieaanvraag van de buren. Het College komt daarom niet toe aan de vraag of het afwijzingsbesluit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. </para>
    <para />
    <para>4. Dat betekent dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. H.S.J. Albers	w.g. A. Verhoeven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>