<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2023:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-11T12:59:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/801</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0044808&amp;g=2022-10-19">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-07T09:56:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2023:186 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 11-04-2023 / 22/801</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2023:186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag TVL Q1 2021. Zoals eerder door het College is geconcludeerd, heeft de regelgever een bewust verband gelegd tussen de (hoogte van de) vaste lasten voor vestiging en het vestigingsvereiste (zie: CBb 17 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:14, r.o. 8). Aangezien de stichting geen vestiging heeft in de zin van de regeling en de werkkamer van haar directeur evenmin kan worden beschouwd als een vestiging, heeft de stichting ook niet de vaste lasten die voortvloeien uit het hebben en onderhouden van een vestiging. De minister heeft de aanvraag voor TVL-subsidie daarom terecht afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2023:186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b76b859c-aa9e-485a-92f0-0642b23995d6" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e82e4b81-b865-4176-93e4-9256a8cf96f2" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 22/801 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2023 in de zaak tussen <?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [de Stichting] , te [plaats] , (de stichting),</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam] )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. M.P. Beudeker en mr. drs. O. Hoeksma).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 21 juni 2021 (het subsidiebesluit) heeft de minister de aanvraag van de stichting voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q1 2021 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 16 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de stichting ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting was op 23 maart 2023. Namens de stichting heeft [naam] deelgenomen aan de zitting. Namens de minister hebben mr. M.P. Beudeker en mr. drs. O. Hoeksma deelgenomen aan de zitting</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.  <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Aanleiding van deze procedure</bridgehead>
    <para />
    <para>2. De stichting heeft een aanvraag ingediend voor een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal van 2021. </para>
    <para />
    <para>3. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft de minister ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan het vestigingsvereiste. Op grond van de TVL dient een onderneming ten minste één vestiging te hebben met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar, dan wel een vestiging die fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar en is voorzien van een eigen opgang of toegang. Dit staat in artikel 2.2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de TVL. Evenmin wordt de SBI-code waarmee de stichting op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te weten 94994, aangemerkt als ambulante onderneming of horecaonderneming.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de stichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De stichting voert aan dat het onredelijk is dat de vestigingseis aan haar is tegengeworpen. Het internationale karakter van de werkzaamheden van de stichting brengt met zich mee dat alle vrijwilligers van de stichting al zolang er cloud-services bestaan vanuit hun privéwoningen werken. Dit geldt ook voor de directeur van de stichting. Hij gebruikt een ruime kamer van zijn woning enkel en alleen voor werkzaamheden ten behoeve van de stichting. Omdat de stichting alleen financieel succesvol kan opereren door op deze manier te werken, is het onredelijk dat de TVL eist dat er sprake is van een vestiging die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar van de onderneming en is voorzien van een eigen opgang of toegang.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door het College</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het College stelt vast dat er geen verschil van mening bestaat over het feit dat de stichting geen vestiging heeft en dat de kamer die de directeur van de stichting in zijn  privéwoning gebruikt voor werkzaamheden voor de stichting, niet kan worden beschouwd als een vestiging die fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar van de onderneming en is voorzien van een eigen opgang of toegang. Ook is tussen partijen niet in geschil dat de stichting geen ambulante onderneming of horecaonderneming is. De SBI-code 94994 waarmee de stichting op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister is immers niet opgenomen in de lijst met SBI-codes die in artikel 2.1.a.1 van de TVL zijn toegeschreven aan een ambulante onderneming. Daarom kan geen uitzondering worden gemaakt op het vestigingsvereiste.</para>
    <para />
    <para>6. De TVL-subsidie die de stichting heeft aangevraagd is een bijdrage in de vaste lasten van een MKB-onderneming in het eerste kwartaal van 2021. Dit staat in artikel 2.2.1, eerste lid, van de TVL. De vestigingseis is één van de eisen waaraan voldaan moet zijn om voor de TVL-subsidie in aanmerking te komen. Deze eis staat in artikel 2.2.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de TVL. Indien een aanvraag niet voldoet aan de bij de TVL gestelde regels, moet de minister de aanvraag afwijzen. Dit staat in artikel 2.2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van de TVL. </para>
    <para />
    <para>7. Het doel van de TVL is een kader te scheppen op grond waarvan bepaalde ondernemingen aanspraak kunnen maken op een financiële ondersteuning. De toelichting op een voorganger van de TVL, de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS, Stcrt. 2020, 19159, p. 2), vermeldt dat de tegemoetkoming alleen wordt “verstrekt aan ondernemingen met een vestiging buiten de woning waar zij zelf wonen, het huisadres van de eigenaar of eigenaren hebben, omdat ondernemingen met een zaak aan huis over het algemeen minder vaste kosten hebben.” Ook in de kamerbrief van 19 maart 2021 over de uitvoering en het gebruik van de TOGS licht de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat toe dat een algemene uitzondering op het vestigingsvereiste wordt opgenomen voor ondernemingen, waarbij de onderneming fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de ondernemer en voorzien is van een eigen opgang of toegang. Ook in dat geval kan er volgens de staatssecretaris immers van worden uitgegaan dat er sprake is van omvangrijke periodieke lasten voor de vestiging. Zoals eerder door het College is geconcludeerd, heeft de regelgever een bewust verband gelegd tussen de (hoogte van de) vaste lasten voor vestiging en het vestigingsvereiste (zie: CBb 17 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:14, r.o. 8). Aangezien de stichting geen vestiging heeft in de zin van de regeling en de werkkamer van haar directeur evenmin kan worden beschouwd als een vestiging, heeft de stichting ook niet de vaste lasten die voortvloeien uit het hebben en onderhouden van een vestiging. De minister heeft de aanvraag voor TVL-subsidie daarom terecht afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.  <?linebreak?></para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.E.M. Koomen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. M.J. Jacobs	w.g. E.E.M. Koomen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“Artikel 1.1 (begripsbepalingen)</title>
    <parablock>
      <para>In deze regeling wordt verstaan onder:</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Vestiging: vestiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007.</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2.1.a.1 (begripsbepalingen)</title>
    <parablock>
      <para>Ambulante onderneming: onderneming die op de 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister onder de code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 4932, 49.41, 49.42, 50, 51.10, 53, 85.53 of 93.21.2 van de Standaard Bedrijfsindeling;</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2.2.1 (verstrekking subsidie)</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De Minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een getroffen MKB-onderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden januari, februari en maart van 2021. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De subsidie wordt enkel verstrekt aan een MKB-onderneming:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>(…)</para>
    <para>e. die:</para>
    <parablock>
      <para>1° voor zover het een MKB-onderneming, niet zijn de een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:</para>
      <para>-ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of de eigenaren van de MKB-onderneming, of</para>
      <para>-een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of</para>
      <para>2° voor zover het een horecaonderneming betreft ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2.2.4. (afwijzingsgronden)</title>
    <para>1. De Minister beslist afwijzend op een aanvraag:</para>
    <para>a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;</para>
    <para>(…).”</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>