<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2022:85</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-24T10:24:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/78</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0030250&amp;g=2022-01-28">Wet dieren</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:85">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:85</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-24T10:24:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2022:85 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-02-2022 / 22/78</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2022:85:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek om voorlopige voorziening. Wet dieren. Spoedbestuursdwang waarbij dieren in beslag zijn genomen. De toezichthouders van verweerder beschikten niet over een eigen machtiging, wat zou kunnen leiden tot de uitsluiting van het in en door het betreden van de woning door verweerder verzamelde bewijs. Verweerder heeft in bezwaar wel de mogelijkheid om bewijs aan te vullen. Gelet hierop kan er op voorhand niet worden geoordeeld dat het bezwaar geen kans van slagen heeft. Aan de hand van een belangenafweging is de voorzieningenrechter van oordeel dat de teruggave van de dieren niet verantwoord is. Van belang is daarbij dat er veel onduidelijk is over de omstandigheden waaronder verzoekster van plan de dieren te houden.</para>
        <para>Het verzoek is afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2022:85:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>proces-verbaal uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a746a403-13c1-48fe-9bae-fb2252d68b8e" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0163d07e-e6d4-44ea-b724-73dca66912ad" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 22/78 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 februari 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , te [plaats] , verzoekster,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.H. Verheul-Verkaik).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 december 2021 heeft verweerder spoedbestuursdwang toegepast wegens overtreding van artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren en artikel 1.7, aanhef en onder c, van het Besluit houders van dieren (het onthouden van de nodige medische zorg) en 75 katten en kittens en 2 honden weggevoerd uit de woning van verzoekster en in bewaring genomen. Bij besluit van 30 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder zijn beslissing tot toepassing van de spoedbestuursdwang op schrift gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 4 januari 2022 heeft verweerder verzoekster bericht onder welke voorwaarden zij de dieren terug kan krijgen. Indien zij niet aan de gestelde voorwaarden voldoet draagt verweerder de dieren over aan derden zodra de gezondheidstoestand van de dieren voldoende is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het primaire besluit en de brief van verweerder van 4 januari 2022 bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening  te treffen inhoudende dat de overdracht van de dieren aan derden wordt geschorst voor de duur van de bezwaarprocedure. Op de zitting heeft verzoekster het verzoek aangevuld in die zin dat zij heeft verzocht te gelasten dat de dieren aan haar worden teruggegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2022. Verzoekster is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verder zijn verschenen namens verweerder [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. De noodzaak voor een voorziening dat de dieren in de opvang blijven en dus niet worden overgedragen aan derden totdat is beslist op haar bezwaar, is vervallen door verweerders toezegging op de zitting dat hij de dieren in ieder geval nog vier weken in de opvang houdt, gelijk aan de termijn die verweerder verwacht nodig te hebben om op het bezwaar van verzoekster te beslissen. </para>
    <para />
    <para>3. Verder vraagt verzoekster de dieren aan haar terug te geven. Met het oog daarop heeft de voorzieningenrechter beoordeeld of, naar voorlopig oordeel, het primaire besluit in stand zal blijven. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter ziet daar wel een probleem. De toezichthouders van verweerder beschikten namelijk niet over een eigen machtiging om verzoeksters woning zonder haar toestemming te betreden. Of die inbreuk op het huisrecht wordt gedekt – zoals verweerder heeft betoogd – door de machtiging die de burgemeester heeft afgegeven aan zijn toezichthouders, is nogal twijfelachtig. Die machtiging heeft namelijk als doel de controle in het kader van het omgevingsrecht en de algemene plaatselijke verordening. De schending van het huisrecht zou daarom weleens kunnen leiden tot de uitsluiting van het in en door het betreden van de woning door verweerder verzamelde bewijs. Verweerder heeft in bezwaar wel de mogelijkheid om bewijs aan te vullen, bijvoorbeeld met de rapportage van de toezichthouders van de burgemeester. De voorzieningenrechter wijst er ook nog op dat de naam van verweerders dierenarts niet bekend is en dat daarmee niet valt na te gaan of deze persoon (inderdaad) in het diergeneeskunderegister is ingeschreven, een nummer is daarvoor niet voldoende. Ook dit kan verweerder in bezwaar nog herstellen. Gelet hierop kan er op voorhand niet worden geoordeeld dat het bezwaar geen kans van slagen heeft.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter zal daarom aan de hand van een belangenafweging beoordelen of in afwachting van de bezwaarprocedure verweerder de dieren aan verzoekster moet teruggegeven. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat er – ook al zijn er al een aantal dieren uit de opvang gehaald door hun eigenaar –  op dit moment nog een aanzienlijk aantal dieren in bewaring zijn. Verzoekster kan voorlopig niet terugkeren naar haar eigen woonadres, nu de burgemeester dat voor de duur van zes maanden heeft gesloten. Zij heeft inmiddels een fulltime baan. De verzorging van de dieren zal zij daarom voor een belangrijk deel aan iemand uit handen moeten geven. Zij heeft daarover met een bekende afspraken gemaakt. Concrete gegevens hierover ontbreken. Verzoekster heeft op de zitting aangegeven dat zij bij anderen inwoont en dat zij bereid zijn hun woning tijdelijk te verlaten en aan verzoekster ter beschikking te stellen om de dieren te huisvesten. Verzoekster wil dat opvangadres niet bekend maken. Onder de in bewaring zijnde dieren zijn er ongeveer 20 kittens. Verzoekster wil deze dieren afleveren aan derden. De afspraken daarvoor waren al in december 2021 gemaakt, maar de overdracht is in de wielen gereden door de spoedbestuursdwang. Concrete gegevens hierover zijn niet in het dossier aanwezig. De overige nog in de opvang verkerende (enkele tientallen) poezen zijn grotendeels niet gesteriliseerd. Verzoekster heeft zich op de zitting verzet tegen het voorstel van verweerder dat hij alle (in aanmerking komende) poezen voor teruggave laat steriliseren, al onderschrijft zij dat de sterilisatie nodig is. Verder heeft verzoekster op de zitting toegelicht dat zij niet over een ruime financiële armslag beschikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de teruggave van de dieren onder deze (vage) omstandigheden niet verantwoord. Alles afwegend ziet de voorzieningenrechter voor het treffen van de door verzoekster gevraagde voorziening daarom geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para>7. Ten overvloede wijst de voorzieningenrechter erop dat verweerder constructief met verzoekster wil meedenken om de voorwaarden te creëren die (verantwoorde) teruggave van (een aantal) dieren mogelijk maakt. </para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>