<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2022:828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-20T09:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/707</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011470&amp;g=2024-01-01">Wet personenvervoer 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011982&amp;g=2025-07-01">Besluit personenvervoer 2000</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:828">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-20T09:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2022:828 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 11-05-2022 / 22/707</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2022:828:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schorsing chauffeurskaart na cannabisgebruik door taxichauffeur. Verweerder heeft in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot schorsing gebruik kunnen maken. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2022:828:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e5edab67-7337-454a-88a7-b178cf956caa" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bde6f6a8-9fca-4f21-962c-30474775ae20" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 22/707</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , te [woonplaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. van de Pol),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.M. Kops).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 april 2022 heeft verweerder de chauffeurskaart van verzoeker geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei 2022.<?linebreak?>Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij genoemde gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.<?linebreak?>Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing van de chauffeurskaart, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker spoedeisend belang heeft bij de door hem gevraagde voorziening. Zonder zijn chauffeurskaart kan hij niet als taxichauffeur werken en heeft hij geen inkomsten meer.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker voert in de kern aan dat het vermoeden van verweerder dat hij geen nieuwe verklaring omtrent het gedrag (vog) kan overleggen in zijn geval geen reden is om zijn chauffeurskaart te schorsen. De belangenafweging die verweerder heeft gemaakt, had in zijn voordeel moeten uitpakken. Hij is nog niet veroordeeld door de strafrechter voor overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Bovendien moet de instantie die verklaringen omtrent het gedrag verstrekt ook een belangenafweging maken. Daarbij spelen de omstandigheden van het geval een rol. Zo is van belang dat verzoeker geen strafblad heeft en dat het incident heeft plaatsgevonden terwijl hij niet als taxichauffeur aan het werk was. Bovendien verwacht verzoeker dat indien hij de strafrechter zal worden veroordeeld, hij niet meer dan een geldboete zal krijgen. De uitkomst dat hij niet aan de eisen voor afgifte van een vog voldoet, is dus uiterst onzeker. De uitkomst van een eventuele intrekking van zijn chauffeurskaart is daarmee ook onzeker. Het belang dat verzoeker heeft bij behoud van zijn chauffeurskaart dient te prevaleren.<?linebreak?></para>
    <para>4. Verweerder heeft, zoals blijkt uit het besluit en de toelichting op zitting, de chauffeurskaart geschorst op grond van artikel 83, achtste lid, van het Besluit personenvervoer 2000 in combinatie met artikel 10, derde lid en eerste lid, sub d, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten (de Regeling). Vanwege het belang van veilig taxivervoer en vanwege het vermoeden, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Regeling, dat verzoeker niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een vog, heeft verweerder de chauffeurskaart geschorst. Verweerder heeft gewezen op het feit dat verzoeker wordt verdacht van het misdrijf rijden onder invloed (artikel 8, vijfde lid, Wegenverkeerswet 1994) en op de inhoud van het proces-verbaal “rijden onder invloed” van 2 april 2022 waarin het volgende is vermeld: </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“(…)<?linebreak?>Medewerking speekseltest<?linebreak?>Met medewerking van de bestuurder heb ik, [naam 2] ( [nummer] ), hem de</title>
    <para>speekseltest afgenomen met, behulp van een door de Minister aangewezen speekseltester.<?linebreak?>Als resultaat van deze test zag ik, [naam 2] ( [nummer] ), dat de speekseltest een indicatie aangaf voor de volgende stof: cannabis (tetrahydrocannabinol).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het resultaat van de speekseltest werd direct aan de verdachte medegedeeld. Dat resultaat leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waarneming drugs en/of andere stof</title>
    <parablock>
      <para>Ik nam de volgende kenmerken waarbij de bestuurder:</para>
      <para>Geur	: Cannabis</para>
      <para>Spraak	: Woordenvloed</para>
      <para>Gedrag	: Te zelfverzekerd</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Identiteitsgegevens van de verdachte</title>
    <parablock>
      <para>	De verdachte gaf mij, [naam 2] ( [nummer] ), op te zijn genaamd:</para>
      <para>Achternaam	: [naam 1]</para>
      <para>Voornaam	: [naam 1]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts wijst verweerder op het rapport “drugs in het verkeer” van 23 maart 2022. Hieruit blijkt onder meer dat het bij verzoeker afgenomen bloed is onderzocht en dat uit dat onderzoek is gebleken dat per liter bloed 8,1 microgram aangewezen stof cannabis dan wel de meetbare stof THC (tetrahydrocannabinol) is aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder aan de inhoud van genoemd proces-verbaal het vermoeden kunnen ontlenen dat gelet op de aard en ernst van de geconstateerde overtreding verzoeker niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een vog en daarom geen nieuwe vog zal kunnen overleggen. Ook heeft verweerder zich, gelet op de inhoud van het proces-verbaal, op het standpunt kunnen stellen dat het belang van veilig taxivervoer in het geding is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Voor de voorzieningenrechter is komen vast te staan dat verzoeker de inhoud van het proces-verbaal en het resultaat van het bloedonderzoek niet betwist. Verzoeker heeft immers blijkens het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 maart 2022 te kennen gegeven dat hij niet heeft gerookt achter het stuur, dat hij heeft gerookt in de middag en niet wist dat het 24 uur invloed zou hebben op zijn lichaam. Ter zitting heeft verzoeker voorts benadrukt dat hij ’s-middags om 12.00 uur had geblowd, maar dat hij zich ’s-avonds goed voelde. Hij was in de veronderstelling dat hij twaalf uur later, rond 24.00 uur ’s-nachts, vanuit Den Haag naar huis kon rijden. Weliswaar heeft hij ter zitting gesteld dat de reden waarom hij is aangehouden niet duidelijk aan hem is verteld, maar dit betekent niet dat verweerder aan de inhoud van het proces-verbaal en het resultaat van het bloedonderzoek geen waarde kon hechten. Verweerder heeft namelijk een andere rol bij de beoordeling en waardering van bewijs dan de strafrechter. Het is niet aan verweerder om te beoordelen of verzoeker zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit waarvan hij verdacht wordt zolang hij daarover nog niet onherroepelijk is geoordeeld door de strafrechter. Verweerder moet zich baseren op de verdenking en de daaraan in de processen-verbaal ten grondslag gelegde feiten (vergelijk de uitspraak van het College van 3 augustus 2021 ECLI:NL:CBB:2021:802, r.o. 9.2).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Vast staat dat verzoeker wordt verdacht van rijden onder invloed. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter kon verweerder hieraan het vermoeden ontlenen dat verzoeker geen nieuwe vog zou ontvangen en was hij derhalve bevoegd de chauffeurskaart van verzoeker te schorsen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot schorsing van de chauffeurskaart gebruik heeft kunnen maken. Verweerder heeft in dit kader het belang bij het waarborgen van de kwaliteit van taxivervoer zwaarder laten wegen dan de – aanzienlijke – financiële schade die verzoeker door de schorsing lijdt. Het gaat om een misdrijf, waarbij na onderzoek is gebleken dat verzoeker ruim meer dan twee keer zoveel als de toegestane hoeveelheid (de grenswaarde bij enkelvoudig gebruik is 3 microgram per liter bloed) THC in zijn bloed had. Dat verzoeker op dat moment niet als taxichauffeur aan het werk was en geen klanten in zijn taxi vervoerde, doet er niet aan af dat de kwaliteit van taxivervoer in het geding was. Van verzoeker, die de ene keer als burger en de andere keer beroepsmatig (als taxichauffeur) aan het verkeer deelneemt, mag – zoals verweerder ter zitting heeft betoogd – worden verwacht dat hij zich in welke hoedanigheid dan ook aan de geldende verkeersregels houdt. Ook de omstandigheid dat verzoeker volgens hem geen enkel antecedent heeft en dat naar alle waarschijnlijkheid zijn strafzaak zal worden afgedaan met een geldboete, maakt dit niet anders. Dit zijn omstandigheden die in het kader van een aanvraag van de vog een rol kunnen spelen. Verweerder hoeft hierop niet vooruit te lopen, waarbij ter zitting te kennen is gegeven dat wanneer verzoeker een nieuwe vog kan overleggen de schorsing van de chauffeurskaart zal worden opgeheven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.	De voorzieningenrechter concludeert dat de schorsing van de chauffeurskaart naar verwachting in bezwaar in stand zal blijven. Dit is anders wanneer verzoeker alsnog een vog kan overleggen. Daarvan is op dit moment geen sprake. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. H.O. Kerkmeester	 w.g. P.M. Beishuizen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>