<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2022:667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-23T07:41:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/995</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#geheimhoudingsbeslissing">Geheimhoudingsbeslissing</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008691&amp;g=2022-08-01">Mededingingswet</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2022:667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-23T07:41:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2022:667 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 26-08-2022 / 21/995</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2022:667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>geheimhoudingsbeslissing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2022:667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bae013f5-f528-47f5-b95e-299e12f4f30a" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1b3f18b1-939b-46db-9950-81a31fa8ba89" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 21/995</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [appellante] B.V. te [plaats] (appellante)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K.J. Breedijk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 juli 2021, kenmerk ROT 20/428, in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>appellante<?linebreak?>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Autoriteit Consument en Markt</emphasis> (ACM)</para>
      <para>(gemachtigden: mr. N. de Jong, mr. N. Saanen en mr. T. Telder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt),</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.J. van Dijk).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 juli 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:7287).<?linebreak?></para>
      <para>ACM heeft de vertrouwelijke versie van gedingstuk 15 overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van dit stuk. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.</para>
    <para />
    <para>2. De door de rechter-commissaris te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar staat tegenover dat onbeperkte kennisname van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. </para>
    <para />
    <para>3. ACM heeft in de brief van 23 november 2021 aangevoerd dat vertrouwelijke behandeling van een passage van stuk 15 (een notitie van een telefoongesprek met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 19 juni 2019) geboden is, omdat deze persoonlijke opvattingen bevat van een medewerker van de NZa die vertrouwelijk aan ACM zijn meegedeeld. De uiting betreft volgens ACM geen formeel standpunt van de NZa dat in deze procedure relevant is.</para>
    <para />
    <para>4. De rechter-commissaris gaat ervan uit dat ACM hiermee heeft bedoeld te zeggen dat de betreffende passage persoonlijke beleidsopvattingen bevat die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, in de zin van artikel 5.2 van de Wet open overheid (zoals dat geldt per 1 mei 2022; voorheen artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur).</para>
    <para />
    <para>5. De rechter-commissaris is van oordeel dat er op de door ACM aangevoerde gronden voldoende gewichtige redenen zijn om de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd te achten. De rechter-commissaris acht aannemelijk dat sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad. De vertrouwelijkheid ervan dient te worden geëerbiedigd, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten.</para>
    <para />
    <para>6. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van dit stuk uitspraak doen. Appellante en de FGzPt worden verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van stuk 15 uitspraak doet op het hoger beroep. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris: </para>
    </parablock>
    <para>- beslist dat beperking van de kennisneming van stuk 15 gerechtvaardigd is;</para>
    <para>- verzoekt appellante en de FGzPt om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van stuk 15 uitspraak doet op het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus genomen door mr. S.C. Stuldreher, in tegenwoordigheid van mr. D. de Vries als griffier, op 25 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. S.C. Stuldreher w.g. D. de Vries</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>