<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2021:887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-14T12:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/174</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0024238&amp;g=2020-01-01">Wet tuchtrechtspraak accountants</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:887">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-14T12:51:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2021:887 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-09-2021 / 21/174</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2021:887:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2021:887:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="552e8146-e4d1-4e95-b9e8-f2bc1f140fe6" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a03b906c-8307-47fa-8be1-d6d3ea116011" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 21/174</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2021 op het hoger beroep van:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , registeraccountant, appellant</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de accountantskamer van 20 november 2020, nummer 20/1400 Wtra PE, gegeven op een klacht, tegen appellant ingediend door</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Koninklijke Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (de Nba)</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op grond van artikel 43 van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) hoger beroep ingesteld tegen de bovenvermelde uitspraak van de accountantskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2021. Appellant is verschenen. De Nba is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 43, eerste lid, van de Wtra kan binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak van de accountantskamer hoger beroep worden ingesteld bij het College. In artikel 43a, eerste lid, van de Wtra is bepaald dat hoger beroep wordt ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij het College. </para>
    <para />
    <para>2. Op 26 januari 2021 is ter griffie van het College het op 23 januari 2021 gedateerde beroepschrift van appellant ontvangen. </para>
    <para />
    <para>3. Het College stelt vast dat in de aangevallen uitspraak staat vermeld dat een afschrift hiervan aan partijen is verzonden op 20 november 2020, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is ingegaan op 23 november 2020 en is geëindigd op 4 januari 2021. Dit betekent dat het beroepschrift van appellant niet tijdig is ingediend.</para>
    <para />
    <para>4. Appellant voert aan dat de termijnoverschrijding het gevolg is van de zware werkdruk door de coronapandemie, die een sterk negatief economisch effect heeft op de onderneming waar appellant werkzaam is. Ter zitting heeft appellant nader toegelicht dat hij <emphasis role="italic">chief executive officer </emphasis>is en in de afgelopen maanden druk was met aan financiering gerelateerde zaken. Appellant heeft ter zitting verder aangevoerd dat zijn belang bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep zwaarder weegt dan het belang van handhaving van de termijn. </para>
    <para />
    <para>5. In de door appellant aangevoerde omstandigheden ziet het College geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Niet is gebleken dat het voor appellant onmogelijk was om binnen de termijn ten minste een kort beroepschrift in te (laten) dienen met het verzoek om een nadere termijn voor het indienen of aanvullen van de gronden van het hoger beroep. Het College wijst er ten slotte op dat artikel 43, eerste lid, van de Wta dwingend van aard is, zodat het College daarvan niet mag afwijken. </para>
    <para />
    <para>6. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.</para>
    <para />
    <para>7. De beslissing op dit hoger beroep berust mede op hoofdstuk V van de Wtra.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. M.M. Smorenburg en</para>
      <para>mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. T.G.M. Simons	                                                  De griffier is verhinderd</para>
      <para>							de uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>