<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2021:851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-31T12:39:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/44</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:851">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-27T08:30:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2021:851 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 31-08-2021 / 21/44</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2021:851:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2021:851:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b27d8660-953f-48db-b9d5-e0d2833eb444" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="be2efaaa-22d9-4837-8018-9edf6b0feae1" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 21/44</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2021 in de zaak tussen<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellante,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. van Rijn).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2021. Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding van deze procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Over de onderneming was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 70.22.1 opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘organisatieadviesbureau’.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing gehandhaafd, omdat de SBIcode waarmee appellante op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel staat. Verder heeft verweerder overwogen dat de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeenkomt met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Dat appellante met de wijziging van haar registratie in het handelsregister wel onder de reikwijdte van de Beleidsregel valt, maakt dit niet anders. Tot slot is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat verweerder zou moeten afwijken van de Beleidsregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt appellante</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Appellante heeft haar bedrijf in 2013 laten inschrijven in het handelsregister, waarbij de KvK het bedrijf de omschrijving “organisatieadviesbureau” heeft gegeven. Vervolgens is het bedrijf in september 2017 omgevormd tot trainingsorganisatie. Omdat de KvK bij de inschrijving in 2013 het advies heeft gegeven om de bedrijfsomschrijving zo breed mogelijk te houden, heeft appellante de bedrijfsomschrijving niet aangepast. Bij de aanvraag van de tegemoetkoming is echter gebleken dat de SBI-code waarmee appellante op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven, niet volledig was. Appellante heeft de SBI-code met terugwerkende kracht laten wijzigen naar de SBI-code 85.59.2 (bedrijfsopleiding en -training), waardoor zij beschikt over de juiste code. Daarnaast is appellante van mening dat een trainingsorganisatie een specialisatie is van een organisatieadviesbureau waardoor de bedrijfsomschrijving een aanknopingspunt biedt voor toetsing aan SBI-code 85.59.2. Ook vindt appellante dat zij voldoet aan de doelstellingen van de beleidsregel en kan zij objectief aantonen dat haar activiteiten daadwerkelijk overeenkomen met SBI-code 85.59.2. Verder voert appellante aan dat zij zich niet kan voorstellen dat haar persoonlijke omstandigheden niet worden betrokken bij de beoordeling van haar aanvraag. Zij stelt dat de afwijzing van haar aanvraag in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, aangezien andere bedrijven wel een tegemoetkoming krijgen. Hierdoor wordt zij veel zwaarder geraakt door de maatregelen dan andere ondernemers met dezelfde activiteiten. Appellante betwist dat zij fraudeert en maakt bezwaar tegen verweerders overweging dat door het gebruik van de SBI-codes op een vaste peildatum fraude wordt tegengegaan.<?linebreak?><emphasis role="underline">Standpunt verweerder    </emphasis></para>
    <para>4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat appellante op de peildatum stond ingeschreven met een SBI-code die niet is opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Daarnaast wijst verweerder erop dat ondernemingen die zich na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht hebben ingeschreven in het handelsregister of na de peildatum de SBIcode met terugwerkende kracht hebben aangepast, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Een ondernemer is zelf verantwoordelijk voor de juiste inschrijving in het handelsregister en verweerder mag een ondernemer daar aan houden. Dat de KvK appellante heeft geadviseerd om een brede bedrijfsomschrijving aan te houden, maakt het voorgaande niet anders. Wat betreft de gewijzigde bedrijfsomschrijving merkt verweerder op dat de omschrijving “trainingsorganisatie” niet is opgenomen in de bedrijfsomschrijving die stond geregistreerd op de peildatum. Verweerder is verder van mening dat de afwijzing niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Beoordeling door het College</bridgehead>
    <para>5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.</para>
    <para />
    <para>6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. De SBI-code waarmee appellante op 15 maart 2020 in het handelsregister stond geregistreerd, is niet vermeld in Bijlage 1, zodat verweerder de aanvraag voor de tegemoetkoming terecht heeft afgewezen. Verder geldt dat verweerder geen rekening heeft hoeven houden met SBI-code 85.59.2, aangezien wijzigingen die in het handelsregister na de peildatum (met terugwerkende kracht) zijn doorgevoerd niet bij de beoordeling van de aanvraag worden betrokken. Dat de feitelijke activiteiten van appellante beter aansluiten bij SBI-code 85.59.2 dan de op de peildatum geregistreerde SBI-code, maakt dit niet anders. Niet de feitelijke activiteiten, maar wat op de peildatum staat geregistreerd is leidend. </para>
    <para />
    <para>7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Met verweerder is het College van oordeel dat de geregistreerde bedrijfsomschrijving ‘organisatieadviesbureau’ niet past bij de door appellante geopperde SBI-code 85.59.2 (bedrijfsopleiding en -training). De geregistreerde bedrijfsomschrijving biedt ook geen aanknopingspunten voor een andere SBIcode uit Bijlage 1 van de Beleidsregel. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast. </para>
    <para />
    <para>8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen. De enkele omstandigheid dat andere ondernemingen wel in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, maakt niet dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel.<?linebreak?><emphasis role="underline">Conclusie</emphasis></para>
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. C.M.J. Rouwers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is niet in de gelegenheid		De griffier is niet in de gelegenheid<?linebreak?>deze uitspraak te ondertekenen. 			deze uitspraak te ondertekenen. 	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>