<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2021:75</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-26T13:34:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/1511</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0039205&amp;g=2020-01-01">Regeling fosfaatreductieplan 2017</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:75">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:75</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-25T12:24:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2021:75 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 26-01-2021 / 19/1511</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2021:75:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regeling fosfaatreductieplan 2017.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2021:75:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 19/1511</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stille Maatschap [naam 1] en [naam 2] , </emphasis>te [plaats] , gemeente [gemeente] , appellante</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C.C. van Harten),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.R. Alladin).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Bij besluit van 23 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 (de Regeling) aan appellante heffingen opgelegd van € 1.369,- voor periode 1, van € 4.949,- voor periode 2, van € 6.427,- voor periode 3, van € 5.270,- voor periode 4 en van € 4.195,- voor periode 5.</para>
      <para>Bij besluit van 23 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van appellante tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para>Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2020. Partijen hebben via een videoverbinding deelgenomen aan de zitting. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft in het verweerschrift toegelicht dat hij in beroep nogmaals de gegevens van appellante in het Identificatie- en Registratiesysteem heeft geraadpleegd en dat daaruit naar voren is gekomen dat twee runderen die appellante op 28 april 2017 op haar bedrijf hield niet als pink maar als melkkoe moeten worden aangemerkt. Dit leidt ertoe dat het jongveegetal met de factor 0,28 in plaats van 0,29 wordt berekend. Verweerder heeft de door appellante verschuldigde heffingen opnieuw berekend en het College verzocht de nieuwe geldsommen vast te leggen in zijn uitspraak op het beroep van appellante. Dit betreffen solidariteitsgeldsommen van € 1.368,64 voor periode 1, van € 4.195,20 voor periode 2, van € 5.505,60 voor periode 3, van € 4.358,40 voor periode 4 en van € 3.288,- voor periode 5. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Ter zitting heeft appellante haar beroepsgronden ingetrokken. Zij heeft te kennen gegeven dat zij kan instemmen met hetgeen in het verweerschrift naar voren is gebracht, waaronder ook het verzoek van verweerder om de nieuwe geldsommen in de uitspraak vast te leggen. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroep dient gegrond te worden verklaard. Het College zal het bestreden besluit vernietigen en, zelf in de zaak voorziend, het primaire besluit herroepen en de heffingen voor periode 1 tot en met 5 in overeenstemming met het verweerschrift van verweerder vaststellen op € 1.368,64 voor periode 1, € 4.195,20 voor periode 2, € 5.505,60 voor periode 3, € 4.358,40 voor periode 4 en € 3.288,- voor periode 5. Het College zal bepalen dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het College ziet aanleiding te bepalen dat het door appellante betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed en verweerder te veroordelen in de in bezwaar en beroep gemaakte kosten. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.602,- (1 punt voor het bezwaarschrift, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,-).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- herroept het primaire besluit;</para>
    <para>- stelt de door appellante verschuldigde heffingen vast op € 1.368,64 voor periode 1, € 4.195,20 voor periode 2, € 5.505,60 voor periode 3, € 4.358,40 voor periode 4 en € 3.288,- voor periode 5;</para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat verweer het betaalde griffierecht van € 345,- aan appellante dient te vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.602,- .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Hagen in aanwezigheid van mr. A. Koelewijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2021<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. <?linebreak?>De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>