<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2021:632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T13:40:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/1123</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-17T11:53:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2021:632 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 22-06-2021 / 20/1123</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2021:632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tegemoetkoming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2021:632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 20/1123</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak met toepassing van de artikelen 8:54 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2021 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam BV] , te [plaats] , verzoekster</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J.M.G. van Gerwen),</para>
      <para>
        <?linebreak?>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan verzoekster op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 een subsidie toegekend op basis van het percentage dat hoort bij SBIcode 7912.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 maart 2021 (het herzieningsbesluit) heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken, het primaire besluit herroepen, en het subsidiebedrag opnieuw vastgesteld op basis van het percentage dat hoort bij SBI-code 49.39.1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 13 april 2021 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen in de kosten van de beroepsprocedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 28 april 2021 heeft verweerder zijn zienswijze gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan aan de indiener daarvan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld.  </para>
    <para />
    <para>2. Het College stelt vast dat het beroep is ingetrokken, omdat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen.</para>
    <para>3. Gelet hierop komt het verzoek om kostenveroordeling voor toewijzing in aanmerking en veroordeelt het College verweerder met toepassing van artikel 8:75a Awb in de kosten. Verweerder heeft in zijn zienswijze van 28 april 2021 aangegeven hiertegen geen bezwaren te hebben. Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de kosten bedoeld in artikel 1, onder a, vastgesteld op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
    <para>4. Het College merkt nog op dat de verplichting om de kosten van het griffierecht ten bedrage van € 345,- te vergoeden voor verweerder rechtstreeks voortvloeit uit artikel 8:41, zevende lid, Awb.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 534,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van </para>
      <para>F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para>22 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. D. Brugman			 w.g. F.L. van Haeften</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij het College. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>