<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2021:1103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-19T12:21:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/1468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002380&amp;g=2005-01-01">Bestrijdingsmiddelenwet 1962</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:1103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2021:1103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-19T08:32:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2021:1103 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 28-12-2021 / 21/1468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2021:1103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Voorlopige voorziening hangende bezwaar. Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing. </para>
        <para>Verzoek toegewezen, besluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de op het bezwaar van verzoekster te nemen beslissing.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2021:1103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c0ec48ac-31a1-4794-87fa-6cd012d1c4b0" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="922e1189-5e6d-46ba-a868-5b682a4eec66" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 21/1468</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Life Scientific Ltd., te Dublin (Ierland), verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Broeren)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L. Göertz)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 december 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot verlenging van gewasbeschermingsmiddelentoelating voor het middel “Lambdastar” in een andere lidstaat van de Europese Unie, met Nederland als zonaal rapporteur, niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het besluit van 1 december 2021 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, onder meer als het verzoek kennelijk gegrond is, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft aangevoerd dat sprake is van een spoedeisend belang. Zij stelt dat zij in de Bondsrepubliek Duitsland een unieke marktpositie heeft verworven en dat deze verloren zal gaan zodra de toelating van het middel “Lambdastar”, als gevolg van het besluit van</para>
        <para>1 december 2021, eindigt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verweerder heeft te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen schorsing van het besluit van 1 december 2021.</para>
      <para>3. In deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter grond om het verzoek, als kennelijk gegrond, toe te wijzen en het besluit van 1 december 2021 te schorsen tot zes weken na de bekendmaking van de op het bezwaar aan verzoekster te nemen beslissing.</para>
      <para />
      <para>4. De voorzieningenrechter zal verweerder veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 748,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van</para>
      <para>€ 748,- en een wegingsfactor 1).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schorst het besluit van 1 december 2021 tot zes weken na de bekendmaking van de op het bezwaar van verzoekster te nemen beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoekster te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. T.G.M. Simons 	De griffier is verhinderd de </para>
      <para>	uitspraak te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>