<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2020:246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-14T13:21:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/1424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2020:246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2020:246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-13T12:54:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2020:246 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2020 / 18/1424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2020:246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van het College van 10 maart 2020 met kenmerk 18/1420.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2020:246:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 18/1424</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2020 tot rectificatie van de uitspraak van 10 maart 2020 in de zaak tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam 3] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: R. Kuiper).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 10 maart 2020 met zaaknummer 18/1424 (ECLI:NL:CBB:2020:152) in rechtsoverweging 7.2 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld. Verder staan in de aanhef, in rechtsoverweging 2.5 en rechtsoverweging 2.6 kennelijke verschrijvingen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan in respectievelijk de aanhef, rechtsoverweging 2.5 en rechtsoverweging 2.6 staat vermeld, voert de gemachtigde van appellante niet de titel mr., hield appellante op de peildatum niet 188 maar 88 melk- en kalfkoeien en heeft zij op de door haar gedane melding bijzondere omstandigheden niet vermeld dat de bijzondere omstandigheid op haar bedrijf ziekte is. Voorts staat in rechtsoverweging 7.2 en in de rubriek “Beslissing” vermeld dat het College verweerder veroordeelt in de proceskosten van appellante tot een bedrag van<?linebreak?>€ 1.025,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid, omdat de som daarvan € 1.050,- is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de uitspraak kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op die punten te rectificeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College wijzigt de uitspraak van 10 maart 2020, met zaaknummer 18/1424, als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“(…)</para>
      <para>(gemachtigde: [naam 3] )</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op de peildatum hield appellante 88 melk- en kalfkoeien (…) op haar bedrijf.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Op 15 februari 2018 heeft appellante een melding bijzondere omstandigheden gedaan. Hierbij heeft zij vermeld dat de bijzondere omstandigheid op haar bedrijf verbouwing is en heeft zij als aanvangsdatum daarvan 1 januari 2015 aangegeven. </para>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2	(…)</nr>
      <parablock>
        <para>Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). (…).</para>
        <para>	(…)</para>
        <para>	-	veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van </para>
        <para>	€ 1.050,-.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College rectificeert zijn uitspraak van 10 maart 2020 als in de overwegingen is weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter is verhinderd te ondertekenen 		De griffier is verhinderd te ondertekenen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>