<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2019:420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T10:22:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/2923</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2019:420">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2019:420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-12T13:03:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2019:420 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 17-09-2019 / 18/2923</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2019:420:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststaat dat het beroepschrift van appellante geen gronden bevat en dat appellante niet binnen de gestelde termijnen de gronden van haar beroep heeft ingediend. Dit betekent dat het verzuim niet is hersteld. Van omstandigheden op grond waarvan appellante daarvan geen verwijt kan worden gemaakt is niet gebleken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2019:420:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 18/2923 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">Stille Maatschap [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] B.V. en [naam 4]</emphasis>, te [plaats] , appellante</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. M. Krari en mr. C. Zieleman) </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante de gecombineerde beschikking fosfaatreductieplan 2017 toegezonden. Hierin is inzake periode 1 een geldsom van € 80.098,- opgelegd. Inzake periode 2 is een bonus-geldsom van € 980,- toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 december 2018 heeft de (toenmalige) gemachtigde van appellante namens haar beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarbij heeft zij verzocht om een redelijke termijn voor het indienen van de gronden van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 20 december 2018 heeft het College appellante in de gelegenheid gesteld binnen vier weken alsnog de gronden van het beroep in te dienen en is zij erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien zij die gelegenheid niet benut. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 januari 2019 heeft de (toenmalige) gemachtigde van appellante opnieuw verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij aangetekende brief van 18 januari 2019 is aan appellante uitstel verleend voor het indienen van de gronden tot 22 februari 2019. Daarbij is appellante opnieuw erop gewezen dat in het geval de gronden niet binnen de gestelde termijn door het College zijn ontvangen, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. <?linebreak?></para>
      <para>Bij brief van 3 juli 2019 heeft de (toenmalige) gemachtigde van appellante zich als gemachtigde onttrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2019. Appellante heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep te bevatten. Ingevolge artikel 6:6 van de Awb kan, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. </para>
    <para />
    <para>2. Vaststaat dat het beroepschrift van appellante geen gronden bevat en dat appellante niet binnen de gestelde termijnen de gronden van haar beroep heeft ingediend. Dit betekent dat het verzuim niet is hersteld. Van omstandigheden op grond waarvan appellante daarvan geen verwijt kan worden gemaakt is niet gebleken. </para>
    <para />
    <para>3. Gelet op het voorgaande moet het beroep van appellante niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. J.M.M. van Dalen als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2019.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. A. Venekamp 	w.g. J.M.M. van Dalen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>