<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2018:406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:37:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/895</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2018/1550</rdf:li>
          <rdf:li>AB 2019/92 met annotatie van R.E. Gouw</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2018:406">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2018:406</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-09T14:22:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2018:406 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 07-08-2018 / 17/895</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2018:406:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Regeling ISDE</para>
        <para>Zonneboiler</para>
        <para>Moment van aanschaf voor 1 januari 2016. Betaling van factuur na 1 januari 2016 is in dit geval niet relevant.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2018:406:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cc22e975-8c46-4734-be89-569447a01a18" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1369af35-79ee-4b46-ac1f-f382c0d92a04" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 17/895 </para>
      <para>27300</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 7 augustus 2018 in de zaak tussen<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , te [plaats] , appellante</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Economische Zaken, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van Essen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 december 2016 heeft verweerder de aanvraag om verlening van subsidie afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2018. Appellante is in persoon verschenen, vergezeld door [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Op 2 oktober 2016 heeft appellante een aanvraag ingediend voor subsidie voor een zonneboiler op basis van verweerders Regeling van 14 december 2015, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies in verband met de invoering van de investeringssubsidies voor kleine installaties voor duurzame energieproductie (Regeling ISDE).</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat appellante de zonneboiler heeft aangeschaft voor 1 januari 2016. Als moment van aanschaft geldt het tijdstip waarop appellante de koop heeft gesloten dan wel de bestelling heeft geplaatst. Dat is namelijk het moment waarop de verplichtingen, die over en weer uit de overeenkomst tot aankoop voortvloeien, voor beide partijen juridisch bindend werden. </para>
    <para />
    <para>3. Volgens appellante is het moment van aanschaf het tijdstip van betaling van de factuur. De investering is pas gedaan, wanneer deze is betaald. Zij moet het bewijs van de verrichte investering bij de aanvraag indienen. De aanvraag kan zij dus pas indienen nadat zij de factuur heeft betaald. De toelichting in de Regeling bevestigt dat particulieren de subsidie kunnen aanvragen na de installatie en betaling van de factuur. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het College stelt voorop dat artikel 4.5.12, tweede lid, sub b, van de Regeling ISDE verweerder verplicht de aanvraag af te wijzen als de zonneboiler vóór 1 januari 2016 is aangeschaft. Anders dan appellante heeft aangevoerd, is voor het moment van aanschaf niet bepalend wanneer de factuur is betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op 9 juli 2015 heeft de installateur de zonneboiler aan appellante geoffreerd. Deze offerte was tot 1 september 2015 geldig. Ter zitting heeft appellante bevestigd, dat zij op 31 augustus 2015 met de offerte heeft ingestemd, en (voor het eerst) aangevoerd dat aan die instemming een mondeling voorbehoud was verbonden. Bewijs daarvoor heeft zij niet geleverd, zodat het College ervan uitgaat dat de instemming een onvoorwaardelijk karakter droeg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De boiler is in de loop van 2016 in overeenstemming met de offerte geleverd en door appellante betaald. Onder die omstandigheden moet het College het er voor houden dat appellante op 31 augustus 2015 overeenstemming had bereikt over de koop (en installatie) van de boiler en zich daardoor had gebonden aan de afname en betaling ervan. Dat was daarmee het moment waarop zij de boiler aanschafte, zodat verweerder haar aanvraag terecht heeft afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. R.C. Stam en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. E.R. Eggeraat	w.g. P.M. Beishuizen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>