<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2018:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-23T11:17:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/1448</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2018:376">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2018:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-23T11:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2018:376 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-07-2018 / 17/1448</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2018:376:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>uitbetaling betalingsrechten GLB 2016, subsidiabele landbouwgrond, verruiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2018:376:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>proces-verbaal uitspraak </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a6ff83f3-d493-4781-93b8-ead8c46b088e" depth="1" width="568" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="74ccffd0-18a8-4fc5-8e90-b0f4d7d5f54f" depth="1" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 17/1448 </para>
      <para>5111</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2018 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Maatschap [naam 1] , te [plaats] , appellante</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam 2] )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. van Rijn),.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het bedrag vastgesteld dat appellante ontvangt aan betalingsrechten (basisbetaling) en vergroeningsbetaling voor 2016 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2018.</para>
      <para>Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het beroep ziet, zo heeft appellante ter zitting bevestigd, alleen nog op de vaststelling van de oppervlakte van het perceel dat in de Gecombineerde Opgave 2016 van appellante is aangeduid als perceel 3. Appellante heeft op dit perceel een koepad ingetekend. Volgens verweerder beslaat het koepad een groter deel van het perceel dan appellante heeft opgegeven. </para>
        <para>Volgens appellante grazen haar koeien op de gronden aan weerszijden van het door haar ingetekende koepad. Zij is het niet eens met de oppervlakte die verweerder daaraan heeft toegekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op basis van de door verweerder toegezonden luchtfoto’s van perceel 3 (in het bijzonder de winterfoto 2016) stelt het College vast dat de kleur en structuur van de gewassen op het zuidwestelijke gedeelte van het perceel afwijken van de kleur en structuur van het gewas op het goedgekeurde deel van het perceel. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet het College daarom geen grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte dit gedeelte van het perceel niet in aanmerking heeft genomen voor de uitbetaling van de basis- en vergroeningsbetaling voor 2016. De ter zitting door appellante getoonde filmbeelden van het perceel maken dit niet anders omdat deze beelden dateren van 8 juli 2018 en niets zeggen over de situatie in 2016.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. 	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>w.g. B. Bastein 		w.g. J.B.C. van der Veer</para>
      </parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>