<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2014:427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 12/633</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:CBB:2014:310" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraakBestuurlijkeLus" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak bestuurlijke lus: ECLI:NL:CBB:2014:310</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004054&amp;g=2014-11-20">Meststoffenwet</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2014:427">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2014:427</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-20T10:49:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2014:427 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-11-2014 / AWB 12/633</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2014:427:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>einduitspraak na tussenuitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2014:427:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 12/633</para>
      <para>16005</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2014 op het hoger beroep van:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Maatschap [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>(hierna: maatschap [naam 4]),</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>te [plaats], </para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 15 mei 2012 in het geding tussen appellanten</para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatssecretaris)</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde van appellanten: mr. W.P.N. Remie</para>
      <para>gemachtigde van verweerder: mr. B. Raven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 28 mei 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:310) heeft het College de</para>
      <para>staatssecretaris opgedragen om binnen zes weken na verzending van de uitspraak het besluit</para>
      <para>van 14 december 2011 te herstellen, voor wat betreft de aan de bestuurlijke boete ten</para>
      <para>grondslag liggende berekening, met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 juli 2014 heeft de staatssecretaris aan het College de uitkomst gestuurd van de</para>
      <para>Nieuwe berekening naar aanleiding van de tussenuitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 augustus 2014 hebben appellanten hun zienswijze daarop naar voren</para>
      <para>gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 26 augustus 2014 heeft het College aan partijen meegedeeld dat het College het</para>
      <para>onderzoek heeft gesloten. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van het geschil in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>In de tussenuitspraak heeft het College geoordeeld dat de staatsecretaris bij het opleggen</para>
        <para>van de bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet (Msw) ten</para>
        <para>onrechte geen rekening heeft gehouden met een deel van de percelen waarover appellanten in</para>
        <para>2007 de feitelijke beschikkingsmacht hadden. Het College heeft verweerder opgedragen dit</para>
        <para>gebrek in het besluit van 14 december 2011 te herstellen.    </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 8 juli 2014 heeft de staatssecretaris aan het College medegedeeld dat</para>
        <para>uitgaande van een grotere oppervlakte, in lijn met de tussenuitspraak van het</para>
        <para>College, uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een overschrijding van de</para>
        <para>gebruiksnormen in 2007. De bestuurlijke boete komt dan ook te vervallen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>In hun zienswijze over de brief van 8 juli 2014 hebben appellanten het College bericht</para>
        <para>dat zij zich geheel in deze conclusie van de staatssecretaris kunnen vinden.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Een en ander betekent dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking</para>
        <para>komt, met uitzondering van de beslissingen ten aanzien van het griffierecht en de</para>
        <para>proceskosten. Het College zal, doende wat de rechtbank zou behoren te</para>
        <para>doen, het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 14 december 2011 gegrond</para>
        <para>verklaren, dit besluit vernietigen en het primaire boetebesluit van 7 juli 2009 herroepen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>De staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van appellanten in verband met</para>
        <para>beroepsmatig door een derde verleende rechtsbijstand bij de behandeling van het hoger</para>
        <para>beroep. Deze kosten worden vastgesteld op € 974,- op basis van 2 punten - te weten hoger</para>
        <para>beroepschrift (1), verschijnen ter zitting (1) - tegen een waarde van € 487,- per punt, waarbij</para>
        <para>het gewicht van de zaak op 1 (gemiddeld) is bepaald. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- vernietigt de aangevallen uitspraak, met uitzondering van de beslissingen ten aanzien van het griffierecht en de proceskosten;</para>
    <para>- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep van appellant tegen het besluit van 14 december 2011 gegrond en vernietigt dit besluit; </para>
    <para>- herroept het primaire boetebesluit van 7 juli 2009;</para>
    <para>- draagt de staatsecretaris op het door appellanten voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,- te vergoeden; </para>
    <para>- veroordeelt de staatssecretaris in de door appellanten in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 974,-.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.R. Winter, mr. E. Dijt en mr. C.J. Waterbolk, in</para>
      <para>aanwezigheid van mr. A.G.J. van Ouwerkerk, griffier. De beslissing is in het openbaar</para>
      <para>uitgesproken op 14 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. R.R. Winter		w.g. A.G.J. van Ouwerkerk</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>