<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:27:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ2027</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 12/503</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:49:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 07-12-2012 / AWB 12/503</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>GVE-norm; gewascode 2302; vertrouwensbeginsel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2012:BZ2027:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>Zesde enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AWB 12/503				7 december 2012</para>
      <para>5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.J.M. Rog, werkzaam bij Accon avm Juridisch Advies B.V.,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R. Weltevreden, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Het procesverloop</para>
      <para>Met het besluit van 17 april 2012 heeft verweerder de bezwaren van appellant tegen het besluit van 30 december 2011 ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft verweerder in het kader van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (hierna: Regeling) de aan appellant te betalen bedrijfstoeslag 2011 vastgesteld.  </para>
      <para>Appellant heeft tegen het besluit van 17 april 2012 bij het College beroep ingesteld.</para>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebben de stukken en een verweerschrift overgelegd. </para>
      <para>Op 30 november 2012 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>2.1	Het geschil spitst zich toe op de onder gewascode 2302 opgegeven percelen 3 tot en met 11. Verweerder heeft deze percelen niet in aanmerking genomen voor de bedrijfstoeslag 2011 omdat niet is voldaan aan het vereiste dat percelen met deze gewascode gedurende het hele jaar door gemiddeld 0,15 grootvee-eenheden (GVE) per hectare zijn begraasd.  </para>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de percelen in 2011 hieraan niet voldoen omdat de percelen zijn begraasd door te weinig schapen.  </para>
      <para>Appellant voert aan dat hij aan het feit dat verweerder in 2010 dezelfde percelen zonder kenbare  uitvoering van een GVE-toets voor uitbetaling in aanmerking heeft genomen het vertrouwen mocht ontlenen dat verweerder in 2011 deze percelen ook in aanmerking zou nemen. </para>
      <para>Appellant gaat er daarbij echter ten onrechte vanuit dat in 2010 toetsing aan de GVE-norm niet heeft plaatsgevonden. Vaststaat dat appellant in 2010 aan de GVE-norm voldeed, in tegenstelling tot in 2011. Reeds hierom kan appellant aan de besluitvorming met betrekking tot 2010 niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat verweerder in 2011 zonder toetsing aan de GVE-norm de percelen zonder meer in aanmerking zou nemen voor uitbetaling. </para>
      <para>Appellant voert daarnaast aan dat het besluit op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd omdat de motivering hoofdzakelijk luidt dat een goedkeuring van de percelen in 2010 op zich nog geen reden is om deze percelen in 2011 eveneens goed te keuren. Deze grond kan reeds hierom niet slagen omdat in het besluit op bezwaar met betrekking tot 2011 sluitend is gemotiveerd dat en waarom de percelen niet voldoen aan de GVE-norm. </para>
      <para>2.2	Uit het voorgaande volgt dat het beroep ongegrond verklaard dient te worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. E. van Kerkhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.</para>
    <para />
    <para>w.g. R.C. Stam				w.g. E. van Kerkhoven</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>