<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:28:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1467</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 99/1044</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:5&amp;g=2001-04-26">Algemene wet bestuursrecht 6:5</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1467">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1467</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1467 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 26-04-2001 / AWB 99/1044</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1467:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1467:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(vijfde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 99/1044					26 april 2001</para>
      <para>	11300</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schering Plough N.V., te Brussel, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr G.J.M. Cartigny, advocaat te Rotterdam, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr R.A.M.M. Gijselaers, ambtenaar ten departemente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 21 december 1999 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, </para>
      <para>waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 11 november 1999.</para>
      <para>Bij dat besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen een besluit d.d. </para>
      <para>2 februari 1999, betreffende de registratie van het diergeneesmiddel Convexin 8 </para>
      <para>(REG NL 1385).</para>
      <para>Op 20 april 2000 heeft appellante een aanvullend beroepschrift ingediend.</para>
      <para>Verweerder heeft op 22 mei 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 15 maart 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaats gehad. Aldaar heeft verweerder bij </para>
      <para>monde van zijn gemachtigde zijn standpunt nader uiteengezet.</para>
      <para>Appellante heeft zich, zoals tevoren was aangekondigd, niet ter zitting doen </para>
      <para>vertegenwoordigen.</para>
      <para>2.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>2.1	Van de zijde van verweerder is naar voren gebracht dat in de overwegingen bij het </para>
      <para>bestreden besluit uitvoerig is ingegaan op de bezwaren die appellante had aangevoerd </para>
      <para>tegen het besluit d.d. 2 februari 1999, betreffende de registratie van eerdergenoemd </para>
      <para>diergeneesmiddel. Niettemin betreft, aldus verweerder, hetgeen appellante in beroep heeft </para>
      <para>gesteld een herhaling van de reeds eerder naar voren gebrachte bezwaren.</para>
      <para>Verweerder stelt zich in verband hiermede op het standpunt dat niet is voldaan aan de eis </para>
      <para>van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: </para>
      <para>Awb), dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Derhalve kan naar </para>
      <para>de mening van verweerder appellante niet in haar beroep worden ontvangen.</para>
      <para>Het College overweegt dienaangaande dat appellante in eerdergenoemd aanvullend </para>
      <para>beroepschrift gemotiveerd heeft aangegeven waarom zij het niet eens is met hetgeen </para>
      <para>verweerder bij het bestreden besluit  heeft beslist omtrent de toelating van voormeld </para>
      <para>diergeneesmiddel.</para>
      <para>De omstandigheid dat de door appellante in beroep gebezigde argumenten nagenoeg </para>
      <para>volledig overstemmen met hetgeen zij in de bezwaarschriftenprocedure naar voren had </para>
      <para>gebracht en dat daarbij niet is ingegaan op de motivering welke verweerder in verband met </para>
      <para>de aangevoerde bezwaren aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd, biedt geen </para>
      <para>grond voor het oordeel dat niet is voldaan aan vorenomschreven eis van artikel 6:5 van de </para>
      <para>Awb. Derhalve faalt het beroep van verweerder op de niet-ontvankelijkheid van appellante.</para>
      <para>2.2	Het College stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit is ingegaan op de grieven </para>
      <para>welke appellante tegen het oorspronkelijke besluit inzake de toelating van genoemd </para>
      <para>diergeneesmiddel en enkele van deze grieven gegrond heeft bevonden. Dit heeft geleid tot </para>
      <para>een wijziging van de registratie van het diergeneesmiddel bij het bestreden besluit.</para>
      <para>Het College heeft in het door appellante gestelde, de gedingstukken en het verhandelde ter </para>
      <para>zitting geen grond kunnen vinden voor het oordeel dat het bestreden besluit in rechte geen </para>
      <para>stand kan houden.</para>
      <para>Derhalve kan het beroep van appellante niet slagen</para>
      <para>Ten slotte acht het College geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met </para>
      <para>toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr H.C. Cusell in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr A.J. Medze, als griffier, en uitgesproken in het openbaar </para>
      <para>op 26 april 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. H.C. Cusell						w.g. A.J. Medze</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>