<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:29:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1383</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/395</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1383">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1383 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 25-04-2001 / AWB 00/395</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1383:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1383:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/395						25 april 2001</para>
      <para>	3110</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>gemachtigde: M.A.J. Faassen, werkzaam bij Archiva Accountancy, te Roermond,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>het Bedrijfschap Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf, te Woerden, </para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigden: mr B.C. Westenbroek en mr J.W.A. Geel, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 9 mei 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep </para>
      <para>wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 3 april 2000. Bij dit besluit is beslist </para>
      <para>op het bezwaar van appellant tegen de registratie van zijn bedrijf bij verweerder.</para>
      <para>Op 25 augustus 2000 is een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2001. Appellant is, met bericht, </para>
      <para>niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De Instellingsverordening Bedrijfschap Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf </para>
      <para>(hierna: de Instellingsverordening) bepaalt, voorzover hier van belang:</para>
      <para>"	Artikel 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan </para>
      <para>onder stukadoors-, afbouw- en terrazzo-/vloerenbedrijf: het bedrijfsmatig </para>
      <para>krachtens aannneming van werk verrichten van activiteiten gericht op het gebied </para>
      <para>van de niet-constructieve afbouw.</para>
      <para>2. In deze verordening wordt onder stukadoors- en afbouwbedrijf mede </para>
      <para>verstaan het plafond- en wandbedrijf.</para>
      <para>3. Deze verordening verstaat onder de uitoefening van het stukadoors-, afbouw- </para>
      <para>en terrazzo-/vloerenbedrijf niet:</para>
      <para>- het verrichten van handelingen van constructieve bouwkundige aard, zoals in </para>
      <para>het kader van het aannemingsbedrijf op het gebied van bouw en utiliteit, en in </para>
      <para>het kader van</para>
      <para>- betonreparatie van constructieve aard;</para>
      <para>- het vervaardigen van dragende vloeren of wanden;</para>
      <para>- het fabrieksmatig vervaardigen van sierbetonproducten (.);</para>
      <para>- het fabrieksmatig vervaardigen van systeemwanden (.);</para>
      <para>- het aanbrengen van niet zelf vervaardigde keramische, glazen of natuurstenen </para>
      <para>tegels (.).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Artikel 3</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Er is een Bedrijfschap Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf.</para>
      <para>2. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin het stukadoors-, </para>
      <para>afbouw- of het terrazo-/vloerenbedrijf wordt uitgeoefend.</para>
      <para>(.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <para>Artikel 5</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de </para>
      <para>navolgende onderwerpen:</para>
      <para>a. de registratie van de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld </para>
      <para>(.)."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De toelichting op de Instellingsverordening vermeldt onder meer:</para>
      <para>"	In verband met het bepaalde in het eerste en tweede lid van artikel twee wordt </para>
      <para>opgemerkt, dat - als geheel en in onderlinge samenhang beschouwd - het </para>
      <para>stukadoors- en afbouwbedrijf en het terrazo- en vloerenbedrijf met elkaar </para>
      <para>gemeen hebben dat zij beide zijn gericht op de niet-constructieve bouwkundige </para>
      <para>afbouw. Wat daaronder wordt verstaan, wordt bepaald door hetgeen </para>
      <para>daaromtrent in de betrokken bedrijfstakken leeft."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Registratieverordening Bedrijfschap Stukadoors-, Terrazzo- en Steengaasstellersbedrijf: </para>
      <para>Afbouwbedrijf die ingevolge artikel XVI van de Wet van 24 juni 1992 (Stb. 409) na de </para>
      <para>totstandkoming van de Instellingsverordening - voorzover hier van belang - is blijven </para>
      <para>gelden, bepaalt onder meer:</para>
      <para>"	Artikel 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming </para>
      <para>drijven waarin een in artikel 2, eerste lid, van het Instellingsbesluit Bedrijfschap </para>
      <para>Stukadoors-, Terrazzo- en Steengaasstellersbedrijf genoemd bedrijf wordt </para>
      <para>uitgeoefend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <para>Artikel 3</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Er is een register waarin gegevens over ondernemingen en ondernemers </para>
      <para>worden geregistreerd." </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Bij brief van 20 september 1999 is namens verweerder aan appellant bericht dat zijn </para>
      <para>onderneming bij verweerder is geregistreerd, omdat verweerder is gebleken dat </para>
      <para>appellant zich bedrijfsmatig bezighoudt met activiteiten die vallen onder de </para>
      <para>werkingssfeer van verweerder.</para>
      <para>- Bij brief van 8 oktober 1999 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de registratie.</para>
      <para>- Bij brief van 30 november 1999 heeft appellant de gronden van zijn bezwaar </para>
      <para>aangevuld.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
      <para>3.	Het bestreden besluit en het standpunt van verweerder</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. </para>
      <para>Hiertoe heeft hij overwogen:</para>
      <para>"	(.) Of een bedrijf al dan niet dient te worden geregistreerd bij het Bedrijfschap </para>
      <para>wordt (.) in zelfstandigheid beoordeeld aan de hand van bovengenoemde </para>
      <para>Instellingsverordening. Daarbij wordt beoordeeld of de feitelijk uitgevoerde </para>
      <para>werkzaamheden onder de omschrijving van de Instellingsverordening vallen. Bij </para>
      <para>die beoordeling zijn dus bijvoorbeeld niet van belang:</para>
      <para>- de wijze waarop het bedrijf bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven;</para>
      <para>(.)</para>
      <para>- toepasselijkheid van een bepaalde CAO;</para>
      <para>- het al dan niet aangesloten zijn bij het SFB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(.) In uw brief (.) geeft u aan dat de werkzaamheden die in het bedrijf van </para>
      <para>uw cli‰nt worden uitgevoerd bestaan uit het met gips dichten van lijmnaden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de Instellingsverordening en de daarbij behorende toelichting is bedoeld </para>
      <para>het Bedrijfschap ook ingesteld te laten zijn voor </para>
      <para>afbouw/wandafwerkingswerkzaamheden zoals deze in het bedrijf van uw cli‰nt </para>
      <para>worden uitgevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omstandigheid dat de werkzaamheden van uw cli‰nt slechts of uitsluitend </para>
      <para>het met gips dichten van lijmnaden betreft, zonder dat daarnaast andere </para>
      <para>werkzaamheden plaatsvinden, maakt daarbij geen verschil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de omstandigheid dat slechts gips wordt gebruikt, en er geen </para>
      <para>hechtmiddelen of een andere combinatie van middelen wordt gebruikt, brengt </para>
      <para>daarin geen verandering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overigens is de bestreden beslissing in overeenstemming met de beslissingen in </para>
      <para>soortgelijke gevallen van bedrijven die dezelfde werkzaamheden uitvoeren, </para>
      <para>zodat van enige strijdigheid met het door u bedoelde gelijkheidsbeginsel geen </para>
      <para>sprake is."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het verweerschrift heeft verweerder gesteld:</para>
      <para>"	In de toelichting op de Instellingsverordening (.) is aangegeven (.) dat wat </para>
      <para>onder het begrip niet-constructieve afbouw kan worden verstaan, mede wordt </para>
      <para>bepaald door hetgeen daaromtrent in de betrokken bedrijfstak geldt.</para>
      <para>De CAO voor het Stukadoors- Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf bepaalt </para>
      <para>mede en is een neerslag van wat in de onderhavige bedrijfstak geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit laatste betekent overigens nadrukkelijk niet dat er een koppeling bestaat </para>
      <para>tussen toepasselijkheid van bedoelde CAO en de verplichting tot registratie bij </para>
      <para>het bedrijfschap, doch slechts een nadere interpretatie van de </para>
      <para>Instellingsverordening aan de hand mede van die CAO.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nijssen heeft aangegeven dat de werkzaamheden die in zijn bedrijf worden </para>
      <para>uitgevoerd bestaan uit het met gips dichten van lijmnaden. Die werkzaamheden </para>
      <para>staan genoemd in artikel 2 (werkingssfeer) van meerbedoelde CAO.</para>
      <para>Zo bepaalt sub e van dat artikel, dat (zakelijk weergegeven) de CAO van </para>
      <para>toepassing is indien een bedrijf wanden behandelt met gips.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Laatstbedoelde bepaling moet, gezien bedoelde strekking van de </para>
      <para>Instellingsverordening, de daarbij behorende toelichting, artikel 66 Wet op de </para>
      <para>bedrijfsorganisatie, en meerbedoelde CAO, worden geacht een nadere invulling </para>
      <para>te zijn van het begrip "niet-constructieve bouwkundige afbouw" in de zin van de </para>
      <para>Instellingsverordening."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerder aangegeven ook steun voor zijn standpunt te vinden in de </para>
      <para>definitie van het begrip stukadoorsbedrijf, zoals deze was opgenomen in artikel 34 van het </para>
      <para>Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958 (Stb. 1958, 635, zoals nadien gewijzigd), </para>
      <para>dat gold tot 1 januari 1996.</para>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep het volgende tegen het bestreden besluit </para>
      <para>aangevoerd.</para>
      <para>Verweerder heeft de wettelijke beslistermijn overschreden. </para>
      <para>De Kamer van Koophandel heeft bij de inschrijving aldaar aangegeven dat deelname aan </para>
      <para>verweerders bedrijfschap niet verplicht was.</para>
      <para>De werkzaamheden van appellant vallen niet onder afbouwwerkzaamheden, doch betreffen </para>
      <para>louter een verfraaiing van wanden en plafonds.</para>
      <para>De gemachtigde van appellant heeft een bedrijf in zijn bestand, dat exact hetzelfde doet als </para>
      <para>appellant, doch niet is aangesloten bij verweerder.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>5.1	Verweerder heeft de beslistermijn uit artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet </para>
      <para>bestuursrecht (hierna: Awb) niet in acht genomen, zonder - zoals voorgeschreven in het </para>
      <para>derde lid - mededeling te doen van verdaging. Deze tekortkoming heeft, anders dan </para>
      <para>appellant veronderstelt, evenwel niet tot gevolg dat verweerder het recht verspeelt het </para>
      <para>bezwaar alsnog ongegrond te verklaren.</para>
      <para>5.2	De Kamer van Koophandel is niet bevoegd te beslissen omtrent registratieplichtigheid van </para>
      <para>ondernemingen bij verweerder. Dientengevolge kan appellant niet met succes jegens </para>
      <para>verweerder een beroep doen op eventueel bij hem door de Kamer van Koophandel terzake </para>
      <para>van de registratieplichtigheid gewekt vertrouwen.</para>
      <para>5.3	De werkzaamheden van de onderneming van appellant bestaan uit het dichten van naden </para>
      <para>tussen tegen elkaar gelijmde celbetonblokken met gips. Naar het oordeel van het College </para>
      <para>heeft verweerder terecht aangenomen dat deze werkzaamheden zijn aan te merken hetzij als </para>
      <para>activiteiten gericht op het gebied van de niet-constructieve afbouw als bedoeld in het </para>
      <para>artikel 2, eerste lid, van de Instellingsverordening, hetzij als plafond- en wandbedrijf als </para>
      <para>bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Steun hiervoor valt te vinden in het </para>
      <para>Vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven, dat gold tot 1 januari 1996. Ingevolge artikel </para>
      <para>34, eerste lid, aanhef en onder c, van dit besluit werd onder uitoefening van het </para>
      <para>stukadoorsbedrijf onder meer verstaan het behandelen van plafonds of wanden met gips.</para>
      <para>Steun voor het standpunt van verweerder valt bovendien te vinden in de CAO's 1998/1999 </para>
      <para>en 1999/2000 voor het stukadoors-, afbouw- en terrazzo/vloerenbedrijf. Ingevolge artikel 2, </para>
      <para>aanhef en onder e, van deze CAO's wordt onder stukadoors-afbouwbedrijf onder meer </para>
      <para>verstaan het met de hand dan wel mechanisch behandelen van plafonds of wanden met </para>
      <para>natuurlijke of chemisch hand- of spuitgips.</para>
      <para>Dat de desbetreffende werkzaamheden, zoals appellant stelt, louter plaatsvinden om wanden </para>
      <para>en plafonds te verfraaien, doet aan het voorgaande niet af. </para>
      <para>Nu bovendien gesteld noch gebleken is dat de werkzaamheden in de onderneming van </para>
      <para>appellant bestaan uit uitgezonderde activiteiten als vermeld in artikel 2, derde lid, van de </para>
      <para>Instellingsverordening, dient de conclusie te zijn dat verweerder is ingesteld voor de </para>
      <para>onderneming van appellant.</para>
      <para>5.4	Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, reeds omdat appellant zijn terzake betrokken </para>
      <para>stelling niet met concrete gegevens betreffende het door hem bedoelde bedrijf heeft </para>
      <para>onderbouwd. Bovendien heeft verweerder hiertegenover gesteld dat het vaste praktijk is om </para>
      <para>ondernemingen als die van appellant w‚l te registreren. </para>
      <para>5.5	Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond. Het College acht geen termen </para>
      <para>aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr C.J. Borman, in tegenwoordigheid van mr Th.J. van Gessel, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 april 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. C.J. Borman					w.g. Th.J. van Gessel</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>