<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:03:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1321</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/472</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=4:5&amp;g=2001-04-25">Algemene wet bestuursrecht 4:5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008301&amp;artikel=9&amp;g=2001-04-25">Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen 9</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1321 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 25-04-2001 / AWB 00/472</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/472						25 april 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 6 juni 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep </para>
      <para>wordt ingesteld tegen een op 2 mei 2000 verzonden besluit van verweerder.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellant heeft gemaakt tegen een </para>
      <para>besluit van 11 november 1999, genomen naar aanleiding van de aanvraag van appellant op </para>
      <para>grond van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling).</para>
      <para>Verweerder heeft op 17 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het College heeft de zaak onderzocht ter zitting van 28 februari 2001, alwaar partijen </para>
      <para>- appellant in persoon en verweerder bij monde van zijn gemachtigde - hun standpunten </para>
      <para>nader hebben toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	Artikel 5bis van Verordening (EEG) nr. 3887/92 luidt als volgt:</para>
      <para>"	Onverminderd de voorschriften van de artikelen 4 en 5 kan een steunaanvraag , </para>
      <para>in geval van een door de bevoegde instantie erkende klaarblijkelijke fout, na de </para>
      <para>indiening op elk moment worden aangepast."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Regeling - voor zover hier van belang - kan de </para>
      <para>steunaanvraag oppervlakten na 15 mei van het betrokken verkoopseizoen worden gewijzigd </para>
      <para>indien sprake is van een duidelijke fout.</para>
      <para>Ingevolge artikel 4:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, </para>
      <para>indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling </para>
      <para>nemen van de aanvraag of indien de verstrekte bescheiden onvoldoende zijn voor de </para>
      <para>beoordeling van de aanvraag, het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, </para>
      <para>mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde </para>
      <para>termijn de aanvraag aan te vullen.</para>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- In de door verweerders uitvoeringsdienst Laser uitgegeven brochure 'Aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999 Vereenvoudigde regeling en Voederareaal' staat onder het kopje </para>
      <para>Productieregio voorzover hier van belang vermeld: "Wat het akkerbouwareaal betreft, </para>
      <para>is Nederland verdeeld in twee productieregio's. Dit geldt niet voor het voederareaal." </para>
      <para>In de toelichting op het zijdens verweerder verstrekte formulier voor de aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999 vereenvoudigde regeling en voederareaal staat onder i, met </para>
      <para>betrekking tot de productieregio, vermeld: "Alleen van toepassing voor </para>
      <para>gewaspercelen, die u opgeeft voor een akkerbouwbijdrage".   </para>
      <para>- Op 7 april 1999 heeft Laser een aanvraag oppervlakten 1999, vereenvoudigde </para>
      <para>regeling en voederareaal, ontvangen van appellant. Daarbij heeft appellant - voor </para>
      <para>zover hier van belang - de volgende opgave gedaan:</para>
      <para>Volgnummer	bijdragecode	gewascode	oppervlakte	productieregio</para>
      <para>3		805		259		2.93 ha			1</para>
      <para>4		800		234		6.00 ha			1</para>
      <para>5		805		259 		4.02 ha			1</para>
      <para>6		815		259		4.13 ha</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De gewascode 259 staat voor snijma‹s en de gewascode 234 voor zomertarwe. De </para>
      <para>bijdragecodes 800 en 805 houden in dat de desbetreffende gewassen als voederareaal </para>
      <para>worden opgegeven. De bijdragecode 815 houdt in dat het gewas voor subsidie </para>
      <para>ingevolge de Regeling in aanmerking wordt gebracht.</para>
      <para>	Op het formulier heeft appellant als totale oppervlakte voederareaal 12.95 ha </para>
      <para>opgegeven.</para>
      <para>-	Verweerder heeft bij besluit van 11 november 1999 de aanvraag goedgekeurd en de </para>
      <para>oppervlakte voederareaal vastgesteld op 12.95 ha en de aanvraag voor </para>
      <para>akkerbouwsubsidie toegewezen tot een bedrag van fl. 3511,41. Blijkens de bijlage bij </para>
      <para>dit besluit heeft de subsidie betrekking op 4.13 ha ma‹s (perceel 6).</para>
      <para>-	Appellant heeft tegen voormeld besluit tijdig bezwaar gemaakt. Hierbij heeft hij </para>
      <para>aangegeven dat het zijn bedoeling was voor de percelen 3 t/m 5 akkerbouwsubsidie </para>
      <para>aan te vragen, hetgeen verweerder duidelijk kon zijn uit het feit dat bij deze percelen </para>
      <para>- zoals vereist - de productieregio was vermeld. Deze percelen bedragen samen </para>
      <para>precies het maximale aantal hectaren dat voor akkerbouwsubsidie ingevolge de </para>
      <para>vereenvoudigde regeling mag worden opgegeven. Abusievelijk heeft appellant bij deze </para>
      <para>percelen de bijdragecode voor voederareaal opgegeven, terwijl hij bij perceel 6, dat hij </para>
      <para>nu juist als voederareaal had willen opgeven, bij vergissing de bijdragecode voor </para>
      <para>ma‹ssubsidie heeft vermeld. Dit laatste had verweerder eveneens duidelijk kunnen zijn </para>
      <para>nu appellant bij perceel 6 de productieregio niet heeft opgegeven.</para>
      <para>-	Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Verweerder heeft het bezwaar van appellant tegen de vaststelling van voederareaal </para>
      <para>ontvankelijk verklaard, nu die vaststelling gelet op de aangevoerde bezwaren moet worden </para>
      <para>geduid als de afwijzing van door appellant beoogde akkerbouwsubsidie. </para>
      <para>Voorts heeft verweerder onder meer overwogen:</para>
      <para>"	Artikel 9, tweede lid, aanhef en sub a, van de Regeling bepaalt dat de aanvraag </para>
      <para>oppervlakten in afwijking van het eerste lid na 15 mei kan worden gewijzigd in </para>
      <para>geval van een duidelijke fout.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als producent bent u verantwoordelijk voor het juist invullen van uw eigen </para>
      <para>aanvraag. De gevolgen van een onjuiste opgave dienen in beginsel voor uw </para>
      <para>rekening te blijven, behalve in het geval er sprake is van een duidelijke fout. Er </para>
      <para>is sprake van een duidelijke fout, indien redelijkerwijs is uitgesloten dat ten tijde </para>
      <para>van de aanvraag die opgave conform uw bedoeling was. Objectief moet </para>
      <para>derhalve vast staan dat de destijds gedane opgave kennelijk fout was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een duidelijke vergissing in de zin van het werkdocument van </para>
      <para>de Europese Commissie van 18 januari 1999, indien er een tegenstrijdigheid in </para>
      <para>de aanvraag zit die wijst op een vergissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik ben van mening, dat in uw geval geen sprake is van een duidelijke vergissing. </para>
      <para>Uw aanvraag is als zodanig onlogisch en onvolledig ingevuld. Echter dit heeft </para>
      <para>niet tot gevolg dat er sprake is van een kennelijke fout.</para>
      <para>Op uw aanvraagformulier heeft u in de kolom "productieregio" bij de percelen 3 </para>
      <para>t/m 5 een 1 vermeld. In de toelichting op het aanvraagformulier wordt </para>
      <para>aangegeven dat u deze kolom alleen moet invullen bij gewaspercelen die u </para>
      <para>opgeeft voor een akkerbouwsubsidie. Er is geen sprake van een </para>
      <para>tegenstrijdigheid op uw aanvraagformulier, aangezien u voor perceel 6 - </para>
      <para>waarvoor subsidie wordt aangevraagd - niet de kolom "productieregio" heeft </para>
      <para>ingevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oppervlakte van de drie ma‹spercelen heeft u onderaan het formulier bij </para>
      <para>"Totale oppervlakte voederareaal" opgegeven. Er is geen sprake van een </para>
      <para>strijdigheid op het aanvraagformulier waaruit zou blijken dat u voor beide </para>
      <para>percelen in aanmerking komt voor subsidie."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Verweerder had aan het feit dat alleen voor de percelen met de volgnummers 3, 4 en 5 de </para>
      <para>productieregio was ingevuld, in samenhang met de totale oppervlakte voor deze percelen </para>
      <para>van 12.95 ha, kunnen zien dat sprake was van een duidelijke fout.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de aanvraag van appellant "als </para>
      <para>zodanig onlogisch en onvolledig is ingevuld".</para>
      <para>Het College onderschrijft dit standpunt van verweerder, nu immers bij perceel 6, waarvoor </para>
      <para>gelet op de bijdragecode ogenschijnlijk subsidie werd gevraagd, geen productieregio is </para>
      <para>ingevuld terwijl dit wel het geval is bij de ogenschijnlijk niet voor subsidie in aanmerking </para>
      <para>gebrachte percelen 3, 4 en 5.</para>
      <para>Reeds gelet op de, ook uit de brochure en het aanvraagformulier 1999 blijkende, noodzaak </para>
      <para>van vermelding van de productieregio voor de hoogte van de akkerbouwsubsidie, had het </para>
      <para>naar het oordeel van het College op de weg van verweerder gelegen appellant op grond van </para>
      <para>het bepaalde in artikel 4:5 Awb in de gelegenheid te stellen zijn aanvraag aan te vullen. </para>
      <para>Bovendien had de geconstateerde onlogische wijze van invulling van de aanvraag </para>
      <para>verweerder aanleiding behoren te geven te onderzoeken of wellicht sprake was van een </para>
      <para>fout. Door een en ander na te laten heeft verweerder gehandeld in strijd met het in artikel </para>
      <para>3:2 Awb neergelegde beginsel dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit </para>
      <para>de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. </para>
      <para>Het bestreden besluit berust voorts niet op een deugdelijke motivering als vereist in artikel </para>
      <para>7:12 van de Awb. De omstandigheid dat appellant in de aanvraag voor het enige </para>
      <para>ogenschijnlijk voor subsidie in aanmerking gebrachte perceel niet en - uitsluitend - voor drie </para>
      <para>andere percelen wel de voor subsidietoekenning van belang zijnde productieregio heeft </para>
      <para>vermeld, maakt naar het oordeel van het College dat wel degelijk sprake is van een </para>
      <para>tegenstrijdigheid in de aanvraag. Dit klemt temeer nu de totale oppervlakte van </para>
      <para>laatstgenoemde drie percelen exact de maximale subsidiabele oppervlakte akkerbouw </para>
      <para>ingevolge de vereenvoudigde regeling bedraagt en dit maximum bij verweerders </para>
      <para>uitvoeringsdienst Laser genoegzaam bekend mag worden verondersteld.</para>
      <para>Het beroep is gelet op het vorenstaande gegrond en het bestreden besluit komt op grond </para>
      <para>van het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb voor vernietiging in aanmerking.</para>
      <para>Verweerder dient met inachtneming van het voorgaande opnieuw te beslissen op het </para>
      <para>bezwaar van appellant.</para>
      <para>Het College ziet geen aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van de door </para>
      <para>appellant in de verband met de behandeling van het beroep gemaakte kosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College:</para>
      <para>-	verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>-	bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak opnieuw zal	beslissen op het bezwaarschrift van appellant;</para>
      <para>-	bepaalt dat de Staat aan appellant het door hem betaalde griffierecht van 	fl. 225,-- (zegge: tweehonderdvijfentwintig gulden) vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 april 2001.</para>
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham			w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>