<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:35:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1280</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/410</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1280 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 05-04-2001 / AWB 00/410</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/410						5 april 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De erven van A, te Groot-Agelo,  </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerders ministerie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 19 mei 2000 heeft het College van A een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep </para>
      <para>wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 17 april 2000, verzonden 20 april </para>
      <para>2000.</para>
      <para>Bij dat besluit heeft verweerder het bezwaar, dat A heeft gemaakt tegen verweerders </para>
      <para>beslissing op zijn aanvraag van 12 mei 1999 op grond van de Regeling EG-steunverlening </para>
      <para>akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling), niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para>Verweerder heeft op 25 juli 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>A is op 13 februari 2001 overleden.</para>
      <para>Op 22 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden. Voor de erven </para>
      <para>verscheen B, schoonzoon van A. Verweerder heeft zijn standpunt doen toelichten door zijn </para>
      <para>gemachtigde.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- A heeft op 12 mei 1999 bij de uitvoeringsdienst LASER een formulier "Aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999 vereenvoudigde regeling en voederareaal" ingediend waarbij hij </para>
      <para>onder vermelding van bijdragecode 815 een perceel van 5.43 hectare snijma‹s voor </para>
      <para>steun ingevolge de vereenvoudigde regeling van de Regeling in aanmerking bracht.</para>
      <para>- Op 17 mei 1999 heeft hij een gewijzigd aanvraagformulier bij verweerder ingediend, </para>
      <para>waarop naast het bovengenoemde perceel een tweede perceel met snijmais van 4.22 </para>
      <para>hectare vermeld werd. In plaats van de bijdragecode 815 werd nu voor beide percelen </para>
      <para>bijdragecode 805 (de code voor voederareaal) opgegeven.</para>
      <para>- Bij besluit, gedateerd 29 november 1999, heeft verweerder de aanvraag goedgekeurd </para>
      <para>en A medegedeeld dat de oppervlakte voederareaal, in hectare, ten behoeve van de </para>
      <para>Regeling dierlijke EG-premies voor hem is vastgesteld op:  9.65.</para>
      <para>- Op 21 februari 2000 is vanwege A telefonisch contact opgenomen met verweerder in </para>
      <para>verband met het uitblijven van de door hem verwachte uitbetaling van ma‹spremie.</para>
      <para>- Vanwege verweerder is er toen op gewezen, dat geen premie op grond van de </para>
      <para>Regeling was aangevraagd en dat zodanige premie derhalve ook niet verleend was.</para>
      <para>- Op 23 februari 2000 heeft A bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het niet verlenen </para>
      <para>van de ma‹s-premie.</para>
      <para>- Verweerder heeft A bij schrijven van 29 februari 2000 uitgenodigd om schriftelijk, </para>
      <para>gemotiveerd en voorzien van de nodige bewijsstukken aan te tonen, dat de </para>
      <para>overschrijding van de door de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) gestelde </para>
      <para>termijn van zes weken voor indiening van een bezwaarschrift niet aan hem kan </para>
      <para>worden toegerekend.</para>
      <para>- A heeft daarop bij brief van 6 maart 2000 gereageerd.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit houdt een niet-ontvankelijkverklaring van het ingediende </para>
      <para>bezwaarschrift in, wegens overschrijding van de in de artikelen 6:7 en 6:8, eerste lid, van </para>
      <para>de Awb gestelde termijn voor indiening van bezwaarschriften van zes weken na </para>
      <para>bekendmaking van het besluit, waartegen het bezwaar zich richt.</para>
      <para>Daarbij wordt overwogen:</para>
      <para>"	Ingevolge artikel 6:11 van de Awb, blijft niet-ontvankelijkverklaring ten </para>
      <para>aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift op grond </para>
      <para>daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de </para>
      <para>indiener in verzuim is geweest.</para>
      <para>	Bij brief van 29-02-2000 bent u in de gelegenheid gesteld om binnen een </para>
      <para>termijn van twee weken aan te geven waarom u het bezwaarschrift niet tijdig </para>
      <para>heeft ingediend. Uw reactie van 06-03-2000, is door LASER op 07-03-2000 </para>
      <para>ontvangen. In uw brief geeft u aan, dat u van LASER bericht heeft ontvangen </para>
      <para>dat uw aanvraag is goedgekeurd. U ging er derhalve van uit dat de subsidie </para>
      <para>uitbetaald zou worden.</para>
      <para>	In de brief van LASER van 29-11-1999 staat duidelijk het volgende vermeld: </para>
      <para>"De definitieve oppervlakte voederareaal in hectare, ten behoeve van de </para>
      <para>Regeling dierlijke EG-premies is voor u vastgesteld op: 9,65."  Ook in de </para>
      <para>bijlage is vermeld dat er een oppervlakte voederareaal is vastgesteld. In de brief </para>
      <para>is voorts geen sprake van een subsidie voor akkerbouwgewassen. Uit de feiten </para>
      <para>en/of omstandigheden die u aanvoert voor het te laat indienen van het </para>
      <para>bezwaarschrift, is mij niet gebleken dat het voor u onmogelijk was het </para>
      <para>bezwaarschrift tijdig in te dienen. De door u aangevoerde reden is geen grond </para>
      <para>om de termijnoverschrijding niet aan u toe te rekenen. De </para>
      <para>termijnoverschrijding is derhalve niet verschoonbaar.</para>
      <para>	(.)</para>
      <para>	Op grond van het voorgaande kom ik, gelet op artikel 6:7 juncto 6:11 van de </para>
      <para>Awb, tot de conclusie, dat u niet-ontvankelijk bent in uw bezwaren wegens het </para>
      <para>niet verschoonbaar overschrijden van de termijn voor het indienen van het </para>
      <para>bezwaarschrift."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van Lohuis </para>
      <para>In het door de schoondochter van A opgestelde beroepschrift wordt ter ondersteuning van </para>
      <para>het beroep onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>"	Elk voorjaar vul ik voor mijn schoonvader de 'aanvraag oppervlaktes' in. </para>
      <para>Compleet met kaarten, perceelsnummers en gewascodes sturen we die op naar </para>
      <para>LASER in Deventer. Dat doen we al jaren zonder problemen. Soms moeten er </para>
      <para>nieuwe topografische kaarten besteld worden of zien de formulieren er wat </para>
      <para>anders uit. Als we maar zorgen dat alles op tijd binnen is bij Laser verloopt het </para>
      <para>prima. In 1999 stuurden we de aanvraag voor de ma‹spremie op 1 mei naar </para>
      <para>Laser (.) 	</para>
      <para>Begin mei heeft mijn schoonvader grond aangekocht in de regio Emmen. </para>
      <para>Omdat zijn aanvraag voor de ma‹spremie al was weggestuurd hebben we </para>
      <para>telefonisch bij LASER in Deventer nagevraagd hoe deze eerste aanvraag </para>
      <para>veranderd kon worden. Daarvoor moest een 'gewijzigde aanvraag' ingediend </para>
      <para>worden met nieuwe perceelsnummers en oppervlaktes erbij. Op onze vraag of </para>
      <para>de reeds ingediende aanvraag correct was werd ons verteld dat de code voor </para>
      <para>ma‹s was veranderd 815 in 805. Wij waren blij dat we dit op tijd hoorden en </para>
      <para>stuurden de gewijzigde aanvraag snel in (.) 	</para>
      <para>Uit de brief van LASER d.d. 29 november 1999 begrepen we dat de aanvraag </para>
      <para>was goedgekeurd. Echter nu blijkt dat de term 'goedkeuring voederareaal' had </para>
      <para>moeten zijn 'goedkeuring steunverlening akkerbouwgewassen'. Dit kan in beide </para>
      <para>gevallen ma‹s zijn. Net als bij de meeste ma‹stelers wordt de ma‹s verkocht als </para>
      <para>veevoer of als voeder voor eigen vee gebruikt. Er rinkelde dus geen alarmbel </para>
      <para>bij ons. Bovendien wordt in de volksmond nooit gepraat over voederareaal of </para>
      <para>akkerbouwgewas. Daar noemt men het stierenpremie of ma‹spremie. Ook gaf </para>
      <para>de afwikkeling door LASER nooit aanleiding tot vragen of klachten in de </para>
      <para>afgelopen jaren. Nietsvermoedend wachtten we dus de uitbetaling van de </para>
      <para>ma‹spremie af. </para>
      <para>In vorige jaren was het bedrag altijd binnen de gestelde periode overgemaakt. </para>
      <para>Rekening houdend met eventuele millenniumproblemen of anderszins hebben </para>
      <para>we in goed vertrouwen gewacht tot na half februari 2000. Toen vonden we dat </para>
      <para>het wel heel erg lang duurde en hebben we toch maar gebeld naar LASER in </para>
      <para>Deventer. We kregen de heer C aan de telefoon. Pas tijdens het telefoongesprek </para>
      <para>met de heer C werd ons duidelijk dat we toch code 815 voor de ma‹s hadden </para>
      <para>moeten laten staan. De code in de eerste aanvraag was wel de juiste. Wij zijn </para>
      <para>hier heel erg van geschrokken. Het gaat om een bedrag van ruim f 5000,- dat </para>
      <para>mijn schoonvader niet ontvangt. Zoals het nu lijkt komt hij niet in aanmerking </para>
      <para>voor ma‹spremie '99.</para>
      <para>Op advies van de heer C (LASER Deventer) dienden we alsnog onmiddellijk </para>
      <para>bezwaar (.) in tegen de brief van 29 nov. '99 van LASER. Het Agentschap </para>
      <para>van LASER in Groningen, dat alle bezwaarschriften behandelt, heeft ons </para>
      <para>bezwaar niet ontvankelijk verklaard omdat de gestelde indieningstermijn van 6 </para>
      <para>weken was overschreden. Hiertegen tekenen wij beroep aan.</para>
      <para>	Geacht College van Beroep:</para>
      <para>Wij zijn van mening dat de beslissing van Laser onterecht is. Zoals u kunt zien </para>
      <para>op de gewijzigde aanvraag d.d. 12 mei 1999(.) is, na ons gesprek met </para>
      <para>LASER, de code gewijzigd. Het veranderen van de code is op aanraden van een </para>
      <para>medewerker van LASER gebeurd (vast en zeker met de beste bedoelingen). </para>
      <para>Wij kunnen dit niet bewijzen. U kunt echter zien dat we in voorgaande jaren </para>
      <para>altijd correct aangevraagd hebben. </para>
      <para>Het door ons ingediende bezwaarschrift is inderdaad te laat verzonden omdat </para>
      <para>we niet eerder in de gaten hadden dat we bij de gewijzigde aanvraag een </para>
      <para>foutieve code hadden ingevuld.</para>
      <para>De afwijzing van het bezwaarschrift door LASER betekent een </para>
      <para>inkomstenderving van f 5000,-- voor mijn schoonvader. Dit vinden we wel een </para>
      <para>hele zware straf voor het foutief invullen van een code. We hebben niet </para>
      <para>crimineel gehandeld. We waren alleen te goed van vertrouwen.</para>
      <para>Daarom verzoeken we het College van Beroep ambtshalve de beschikking van </para>
      <para>LASER te herroepen en hen te vragen ons bezwaarschrift ontvankelijk te </para>
      <para>verklaren en alsnog te behandelen."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder het bezwaarschrift van A terecht niet-</para>
      <para>ontvankelijk verklaard heeft. Het College beantwoordt die vraag bevestigend, waartoe het </para>
      <para>volgende wordt overwogen.</para>
      <para>Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van A is ingediend na het verstrijken van de </para>
      <para>termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6:7 Awb. Derhalve kan ingevolge artikel 6:11 </para>
      <para>van de Awb slechts sprake zijn van een ontvankelijk bezwaar, indien redelijkerwijs niet </para>
      <para>kan worden geoordeeld dat A in verzuim is geweest.</para>
      <para>Nu in het primaire besluit weliswaar is meegedeeld dat de aanvraag van A is goedgekeurd, </para>
      <para>doch in dat besluit en de daarbij behorende bijlage slechts melding wordt gemaakt van het </para>
      <para>te zijnen behoeve vastgestelde voederareaal, heeft A op grond van de inhoud van dit besluit </para>
      <para>niet mogen aannemen dat de door hem beoogde subsidie op grond van de Regeling was </para>
      <para>toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De omstandigheid dat A in eerdere jaren wel in aanmerking is gekomen voor ma‹spremie </para>
      <para>maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het College ligt het, juist nu A ervaring had met </para>
      <para>de toepassing van de Regeling, eerder in de rede dat het hem zou zijn opgevallen dat de </para>
      <para>primaire beschikking geen toekenning van akkerbouwsubsidie inhield.</para>
      <para>Nu van een verschoonbaar te laat indienen van het bezwaarschrift geen sprake is, was </para>
      <para>verweerder gehouden het bezwaar van A niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      <para>Onder die omstandigheden komt het College niet toe aan behandeling van de verdere door </para>
      <para>A aangevoerde argumenten.</para>
      <para>Het beroep moet dan ook ongegrond worden verklaard</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Aldus gewezen door mr W.E. Doolaard in tegenwoordigheid van mr Th.J. van Gessel, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 april 2001.</para>
    <para />
    <para>w.g.  W.E. Doolaard				w.g. Th.J. van Gessel</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>