<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1277</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T15:52:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1277</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/403</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1277">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1277</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1277 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 05-04-2001 / AWB 00/403</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1277:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1277:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/403						5 april 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maatschap A, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr G.A.J. Spijkers, belastingadviseur te Steenwijk, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 17 mei 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 5 april 2000, verzonden </para>
      <para>6 april 2000.</para>
      <para>Bij dat besluit heeft verweerder het bezwaar, dat appellante heeft gemaakt tegen </para>
      <para>verweerders beslissing op haar aanvraag van 6 mei 1999 op grond van de Regeling EG-</para>
      <para>steunverlening akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling), niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para>Verweerder heeft op 18 juli 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 22 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waarbij partijen hun </para>
      <para>standpunten nader  hebben doen toelichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>-	Appellante heeft op 6 mei 1999 bij de uitvoeringsdienst LASER een formulier </para>
      <para>"Aanvraag Oppervlakten 1999 vereenvoudigde regeling en voederareaal" ingediend </para>
      <para>waarbij zij vijf percelen van in totaal 15.00 hectare snijma‹s (gewascode 259) onder </para>
      <para>vermelding van bijdragecode 805 (voederareaal) heeft opgevoerd. Het </para>
      <para>aanvraagformulier heeft betrekking op in totaal 16 percelen.</para>
      <para>-	Na overleg tussen partijen zijn op 8 juli 1999 nog enkele wijzigingen in de </para>
      <para>perceelsnummers aangebracht.</para>
      <para>-	Bij besluit, gedateerd 29 november 1999, heeft verweerder de aanvraag goedgekeurd </para>
      <para>en appellante medegedeeld dat de oppervlakte voederareaal, in hectare, ten behoeve </para>
      <para>van de regeling dierlijke EG-premies voor haar is vastgesteld op: 15.</para>
      <para>-	Begin maart  2000 is vanwege appellante telefonisch contact opgenomen met </para>
      <para>verweerder in verband met het uitblijven van de door haar verwachte uitbetaling van </para>
      <para>ma‹spremie.</para>
      <para>-	Vanwege verweerder is er toen op gewezen, dat geen premie op grond van de </para>
      <para>Regeling EG-steunverlening Akkerbouwgewassen was aangevraagd en dat zodanige </para>
      <para>premie derhalve ook niet verleend was.</para>
      <para>-	Op 7 maart 2000 heeft appellante bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het niet </para>
      <para>verlenen van de ma‹s-premie.</para>
      <para>-	Verweerder heeft bij schrijven van 13 maart 2000 appellante uitgenodigd om </para>
      <para>schriftelijk, gemotiveerd en voorzien van de nodige bewijsstukken aan te tonen, dat </para>
      <para>de overschrijding van de door de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) </para>
      <para>gestelde termijn van zes weken voor indiening van een bezwaarschrift niet aan haar </para>
      <para>kan worden toegerekend.</para>
      <para>-	Appellante heeft daarop bij brief van 19 maart 2000 gereageerd.</para>
      <para>-	Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit houdt een niet-ontvankelijkverklaring van het ingediende </para>
      <para>bezwaarschrift in, wegens overschrijding van de in de artikelen 6:7 en 6:8, eerste lid, van </para>
      <para>de Awb gestelde termijn voor indiening van bezwaarschriften van zes weken na </para>
      <para>bekendmaking van het besluit, waartegen het bezwaar zich richt.</para>
      <para>Daarbij wordt overwogen:</para>
      <para>"	Ingevolge artikel 6:11 van de Awb, blijft de niet-ontvankelijkverklaring ten </para>
      <para>aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift op grond </para>
      <para>daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de </para>
      <para>indiener in verzuim is geweest.</para>
      <para>Bij brief van 13 maart 2000 bent u in de gelegenheid gesteld om binnen een </para>
      <para>termijn van twee weken aan te geven waarom u het bezwaarschrift niet tijdig </para>
      <para>heeft ingediend. Uw reactie van 19 maart 2000, is door LASER op 21 maart </para>
      <para>2000 ontvangen. In uw brief geeft u aan, dat u van LASER bericht heeft </para>
      <para>ontvangen dat uw aanvraag is goedgekeurd. U ging er derhalve van uit dat de </para>
      <para>subsidie uitbetaald zou worden.</para>
      <para>In de brief van LASER van 29 november 1999 staat duidelijk het volgende </para>
      <para>vermeld: "De definitieve oppervlakte voederareaal in hectare, ten behoeve van </para>
      <para>de Regeling dierlijke EG-premies is voor u vastgesteld op: 15."  Ook in de </para>
      <para>bijlage is vermeld dat er een oppervlakte voederareaal is vastgesteld.</para>
      <para>Uit de feiten en/of omstandigheden die u aanvoert voor het te laat indienen van </para>
      <para>het bezwaarschrift, is mij niet gebleken dat het voor u onmogelijk was het </para>
      <para>bezwaarschrift tijdig in te dienen. De door u aangevoerde reden is geen grond </para>
      <para>om de termijnoverschrijding niet aan u toe te rekenen. </para>
      <para>(.)</para>
      <para>Op grond van het voorgaande kom ik, gelet op artikel 6:7 juncto 6:11 van de </para>
      <para>Awb, tot de conclusie, dat u niet-ontvankelijk bent in uw bezwaren wegens het </para>
      <para>niet verschoonbaar overschrijden van de termijn voor het indienen van het </para>
      <para>bezwaarschrift."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - onder meer het volgende </para>
      <para>tegen het bestreden besluit aangevoerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	Bij het invullen van het aanvraagfomulier had als code voor de gebruikstitel </para>
      <para>815 (ma‹s) moeten worden ingevuld doch is per abuis de in de tabel direct </para>
      <para>ernaast staande code 805 (Voederareaal) gebruikt.</para>
      <para>	Op 29 november 1999 ontvingen cli‰nten de mededeling van Laser dat de </para>
      <para>aanvraag was goedgekeurd. Uit deze mededeling had bij nauwkeurige lezing </para>
      <para>wellicht door cli‰nten kunnen worden opgemaakt dat de goedkeuring </para>
      <para>betrekking had op een categorie welke men niet heeft bedoeld aan te vragen </para>
      <para>doch deze constatering is aan de aandacht van cli‰nte ontsnapt.</para>
      <para>Dit was uiteraard ook reden voor cli‰nten om niet gebruik te maken van de </para>
      <para>mogelijkheid om binnen zes weken bezwaar te maken tegen de goedkeuring.</para>
      <para>	Vervolgens duurde toekenning van de te ontvangen subsidieverlening voor </para>
      <para>het gevoel van cli‰nten vrij lang en heeft men omstreeks maart 2000 contact </para>
      <para>opgenomen met LASER. Daarbij kreeg men te horen dat voor de subsidie </para>
      <para>voederareaal (de door cli‰nten ten onrechte ingevulde code 805) geen </para>
      <para>aanspraak bestond vanwege het niet voldoen aan de bijkomende formaliteiten.</para>
      <para>	Op dat moment werd cli‰nten duidelijk dat men de code voederareaal had </para>
      <para>ingevuld waar de code 815 voor ma‹s-akkerbouwsteun had moeten worden </para>
      <para>ingevuld.</para>
      <para>Cli‰nten ontvangen de zgn. ma‹spremie overigens al een reeks van jaren.</para>
      <para>	Na te zijn gewezen op deze fout adviseerde de betreffende medewerker van </para>
      <para>LASER om  een bezwaarschrift c.q. verzoek om herziening in te dienen.</para>
      <para>Dit hebben cli‰nten gedaan op 7 maart 2000.</para>
      <para>(.)</para>
      <para>Ik ben van mening dat de eenvoudige en onopzettelijke verschrijving bij de </para>
      <para>aanvraag redelijkerwijs niet tot dergelijke verstrekkende gevolgen mag leiden.</para>
      <para>Cli‰nten ontvingen de ma‹spremie al jaren, hetgeen ook uit het dossier van </para>
      <para>LASER zal blijken, en hebben uit dien hoofde de mededeling van goedkeuring </para>
      <para>d.d. 29 november 1999 min of meer routinematig gelezen zonder zich te </para>
      <para>realiseren dat het om een verkeerde aanvraag zou zijn gegaan.</para>
      <para>Ook dit feit acht ik niet zodanig verwijtbaar dat de ma‹spremie op deze enkele </para>
      <para>formele grond moet worden geweigerd."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder het bezwaarschrift van appellante </para>
      <para>terecht niet-ontvankelijk verklaard heeft. Het College beantwoordt die vraag bevestigend, </para>
      <para>waartoe het volgende wordt overwogen.</para>
      <para>Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van appellante is ingediend na het verstrijken van </para>
      <para>de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6:7 Awb. Derhalve kan ingevolge artikel </para>
      <para>6:11 van de Awb slechts sprake zijn van een ontvankelijk bezwaar, indien redelijkerwijs </para>
      <para>niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest.</para>
      <para>Nu in het primaire besluit weliswaar is meegedeeld dat de aanvraag van appellante is </para>
      <para>goedgekeurd, doch in dat besluit en de daarbij behorende bijlage slechts melding wordt </para>
      <para>gemaakt van het ten behoeve van appellante vastgestelde voederareaal, heeft appellante op </para>
      <para>grond van de inhoud van dit besluit niet mogen aannemen dat de door haar beoogde </para>
      <para>subsidie op grond van de Regeling was toegekend.</para>
      <para>De omstandigheid dat appellante in eerdere jaren wel in aanmerking is gekomen voor </para>
      <para>ma‹spremie maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het College ligt het, juist nu </para>
      <para>appellante ervaring heeft met de toepassing van de Regeling, eerder in de rede dat het haar </para>
      <para>zou zijn opgevallen dat de primaire beschikking geen toekenning van akkerbouwsubsidie </para>
      <para>inhield.</para>
      <para>Nu van een verschoonbaar te laat indienen van het bezwaarschrift geen sprake is, was </para>
      <para>verweerder gehouden het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      <para>Het beroep moet dan ook ongegrond worden verklaard</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6.	De beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>Aldus gewezen door mr W.E. Doolaard, in tegenwoordigheid van mr Th.J. van Gessel, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>5 april 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>w.g. W.E. Doolaard				w.g. Th.J. van Gessel</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>